Het Israëlische leger neemt de internationale pers mee op gruweltocht. Waarom? Om de wereld er nogmaals van te doordringen dat de Joodse staat op zaterdag 7 oktober 2023 het slachtoffer is geworden van een nieuwe Holocaust, een van de hoogdravende termen waarmee in Israël de Hamas-terreur van dat zwarte weekend wordt omschreven.
Omdat, bovendien, de Israëlische autoriteiten merken dat de ‘onvoorwaardelijke steun’ voor Israël begint af te brokkelen, nu het dodental in Gaza volgens het ministerie van Volksgezondheid daar naar de achtduizend gaat en het zwarte weekend terugzakt in de tijd. ‘Het narratief in de internationale media begint te verschuiven’, zegt een majoor die een inleidend praatje houdt voor verslaggevers die met eigen ogen willen zien wat Israël in de propagandaoorlog te bieden heeft.
Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent Turkije en Iran voor de Volkskrant. Hij woont in Istanbul. Daarvoor werkte hij op de buitenlandredactie, waar hij zich specialiseerde in mensenrechten, Zuid-Azië en het Midden-Oosten. Hij is auteur van Een heidens karwei – Erdogan en de mislukte islamisering van Turkije.
Dat is in de eerste plaats een bezoek aan Be’eri, een van de aangevallen kibboetsen. Op 10 oktober sprak de Volkskrant overlevenden uit Be’eri. Een van hen, Simon David King, was na angstige uren in de schuilkamer ontzet door het leger. ‘Kijk niet naar buiten’, zeiden de militairen. ‘Ik deed het toch’, zei King. Wat hij zag: lichamen rondom, uitgebrande huizen, dode huisdieren. ‘Net IS’, zei hij. ‘De hel op aarde.’
Lichamen liggen er uiteraard niet meer, tijdens de perswandeling over de kibboets. Wat wel te zien is, zijn deels of helemaal verbrande huizen. Inboedel overhoop gegooid. Kapotte ramen. Muren met grote gaten, kennelijk door zwaar geschut. Vernielde auto’s. In sommige huizen ligt bloed op de grond, met sporen die doen vermoeden dat er met lichamen is gesleept.
Lang niet alle huizen vertonen sporen. Veel woningen zien eruit als voorheen. Dat toont wat Be’eri tot voor kort was, een van de rijkste en grootste kibboetsen van Israël. De laantjes zijn groen omzoomd, het leven moet hier prettig zijn geweest. In sommige tuinen staan nog de witte tenten waarin Joden het Loofhuttenfeest afsluiten. Dat had op 7 oktober moeten gebeuren.
De tweede halteplaats van de terreurexcursie is een bioscoopzaal op een basis van de IDF, de Israëlische strijdkrachten. Zo’n vijftig leden van de internationale pers nemen plaats om een 46 minuten durende voorstelling te zien van beelden, verzameld en gemonteerd door de legervoorlichting. ‘HAMAS MASSACRE - Collected raw footage’ is de titel, ‘Verzamelde ruwe beelden van het Hamas-bloedbad’.
Het materiaal komt van camera’s die Hamas-strijders op hun lichaam droegen, dashboardcamera’s, bewakingscamera’s buiten en binnen, en door slachtoffers met hun telefoon opgenomen filmpjes. Ook worden foto’s getoond. ‘In volledige transparantie bevat de film onbewerkt beeldmateriaal, inclusief bewijzen van moord en ander visueel verontrustend materiaal’, zo waarschuwt de legervoorlichting van tevoren. Filmen of fotograferen is niet toegestaan. Pen en notitieblok mogen wel mee.
Wat genoteerd kan worden, is onder meer het volgende.
• Terroristen die rondlopen op de kibboets en in het wilde weg schieten op rijdende en stilstaande auto’s. Een man achter het stuur, bebloed, waarschijnlijk dood. Mensen die uit auto’s worden getrokken (dood of levend?) en alsnog worden beschoten. Een stuk of acht gewapende mannen die één voet op het lichaam van een slachtoffer zetten en lachend ‘Allahu Akbar!’ schreeuwen in de camera. De strijdkreet is in de 46 minuten veelvuldig te horen.
• Strijders die van grote afstand schieten op mensen die het veld in rennen. Of ze iemand raken, wordt niet duidelijk.
• Een zwarte hond die komt aanrennen, wordt neergeschoten.
• Terroristen lopen rond in woningen. Een van de strijders praat uiterst bang en nerveus in zijn microfoontje, zijn ademhaling is geagiteerd. Andere mannen wekken een zelfverzekerder indruk.
• Terroristen die zo te zien lukraak bij huizen naar binnen schieten. Sommige huizen staan in brand. Soms zijn binnen bewegende silhouetten zichtbaar, die dan doelwit worden.
Het lijkt een absurd, gewelddadig videospel. Dit creëert empathische distantie tussen de kijker en de beelden. Het gemoed wordt vooral aangedaan door de scène, opgenomen met een particuliere bewakingscamera, waarin een man en twee jongetjes van een jaar of 8 à 10 in paniek en in onderbroek (de inval was ’s ochtends vroeg) door een huiskamer rennen.
Een terrorist komt binnen en gooit een granaat, die de man dodelijk treft; het lichaam ligt in de deuropening. De strijder duwt de jongetjes weg, naar de keuken. De kinderen huilen onbedaarlijk. ‘Papa is dood! Papa is dood! Waar is mama? We gaan dood! We gaan dood!’ De man komt de keuken in, opent de deur van de koelkast en pakt een fles fris. Die biedt hij de jongens aan. Als die niet reageren, zet hij zelf de fles aan zijn mond. De kinderen blijven huilen. ‘Waarom leef ik?’, roept een van de twee.
Verderop in de film worden gewonde partygangers in de laadbak van een busje gegooid. Een strijder slaat zonder resultaat met een spade op de nek van een slachtoffer. Er zijn kamers (schuilkamers waarschijnlijk) met veel dode lichamen, alle flink bebloed. Aan het eind komen zwartgeblakerde en geheel verkoolde lichamen in beeld.
Er is een geluidsopname van een Hamas-terrorist die zijn ouders in Gaza belt. ‘Ik heb er tien vermoord met mijn blote handen’, roept hij telkens uitgelaten. De ouders reageren bezorgd, de moeder huilt. ‘Kom terug naar Gaza, het is genoeg’, zegt de man. ‘Beloof me dat je thuiskomt’, jammert de vrouw.
Wat in de film nagenoeg ontbreekt, zijn kinderen die ten prooi vallen aan gericht geweld. Al drie weken spelen ‘afgeslachte’ (‘butchered’ dan wel ‘slaughtered’) kinderen een dominante rol in het Israëlische oorlogsdiscours. Er zouden zelfs kinderen onthoofd zijn.
De film bevat één foto van een baby in een rompertje met bloedvlekken; de doodsoorzaak blijft onvermeld. Het is dezelfde foto die premier Benjamin Netanyahu op 12 oktober op zijn X-account zette, samen met een verkoold kinderlichaam. Ook die foto zit in de voorstelling. Verder zijn de enige kinderen in de film de twee jongetjes, die door een strijder bij hun dode vader worden weggehaald.
Feitelijke vraag van de Volkskrant na afloop aan IDF-woordvoerster Libby Weiss, die zich in de tuin heeft opgesteld om journalisten te woord te staan: waarom zaten er zo weinig kinderen in de beeldselectie? Zijn de ergste video’s misschien uit de selectie gehouden?
Dat valt niet in goede aarde. De woordvoerder reageert furieus. ‘Wat wil je dan?! Moeten we de dode kinderen hier voor je neerleggen?!’
‘Kalm, het is een simpele vraag naar de feiten. We zijn hier uitgenodigd om ‘bewijzen van de massaslachting’ te zien. Jullie gebruiken zelf de term ‘afgeslachte kinderen’. Is het kindje op de foto inderdaad afgeslacht?’
‘Ik laat me door jou niet vertellen dat ik kalm moet blijven! Als dat niet afgeslacht is, wat dan wel?! Moeten we hier soms de afgehakte hoofden op het gras uitstallen?’
Een collega van majoor Weiss komt aanlopen om de voorlichter zachtjes weg te leiden.
Halteplaats drie van de perstrip is de Shura, het forensisch centrum waar de lichamen en lichaamsresten worden geïdentificeerd. Een bijzondere rol is weggelegd voor een team van vijftien archeologen, die hun expertise op een voor hen geheel nieuwe manier inzetten. ‘We verzamelen zowel lichaamsresten als voorwerpen’, zegt Moshe Ajami, vicepresident van de Israëlische Oudheidsdienst. ‘Sieraden, tanden, brillen, alles wat op het lichaam wordt gedragen.’ In een soort Tupperwarebakken gaan hun vondsten naar de Shura.
Veel is daar voor de pers niet te zien. Twee vriescontainers worden even geopend, zodat brancards met lijkzakken zichtbaar worden. De nadruk ligt op de toelichting van enkele woordvoerders, die schilderen met retorische pathetiek welk ongekend leed de Israëlische natie is aangedaan. Er wordt gewag gemaakt van onthoofdingen, verminkingen en lichamen zonder ledematen. Ook wordt weer ingezoomd op het kinderleed.
‘Een collega van mij opende een lijkzak’, zegt IDF-woordvoerder Dean Elsdunne. ‘Hij vond een prachtige blonde baby, met de luier nog om. Op de hals was een voetafdruk te zien.’
Tot nu zijn 808 van de ruim 1.400 lichamen geïdentificeerd, zegt Elsdunne. Een vraag over de onderverdeling naar geslacht en leeftijd wil hij echter niet beantwoorden. Hoeveel kinderen zijn geïdentificeerd? ‘Nee, die cijfers geven we niet.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden