Home

Een moegestreden Kamer verlaat het toneel, snakkend naar nieuwe verhoudingen en nieuwe mores

Diep in de nacht van donderdag op vrijdag hamerde Vera Bergkamp de vergadering af. Daarmee begon het verkiezingsreces en eindigde de zittingsperiode van de 23ste Tweede Kamer sinds de Tweede Wereldoorlog. Was het de chagrijnigste periode van allemaal?

De ongekende zelfgekozen uittocht van Kamerleden wijst in die richting. Bergkamp zelf keert niet terug, in haar kielzog tientallen anderen evenmin. De zomer stond in het teken van hun afscheidsbrieven, vaak doortrokken van teleurstelling over het leven op het Binnenhof.

Bergkamps eigen voorzitterschap gaat de boeken in als symbool voor de tobberige sfeer die deze generatie Kamerleden omringt: de 299 dagen die het duurde voordat dit parlement een regering op de been kreeg, Bergkamps moeizame pogingen om greep te krijgen op de ontsporingen in de debatten, een kabinet dat om die reden collectief de zaal verliet, het uiteenvallen in 21 fracties, het onvermogen om de door iedereen zo gewenste hersteloperaties bij de uitvoeringsorganisaties op de rails te krijgen, de permanent heftige polarisatie tussen coalitie- en oppositiepartijen, de vele uitvallers met burn-outklachten… Het is eigenlijk een wonder dat de zittingsperiode toch nog tweeënhalf jaar heeft geduurd.

Ruim drie weken de tijd hebben de partijen nu om die sfeer van zich af te schudden en de kiezers te overtuigen dat alles anders wordt. Aan de verkiezingsprogramma’s ligt het niet. In navolging van Pieter Omtzigts NSC zijn er pagina’s volgeschreven met goede voornemens over de bestuurscultuur.

NSC gaat voorop: de nieuwe Tweede Kamer gaat zich concentreren op haar kerntaken, ‘het behandelen van wetten en begrotingen’ en het controleren van de regering en ‘niet over elk incident een spoeddebat aanvragen’. Het volgende kabinet gaat de Kamer intussen ‘juist, tijdig en volledig informeren’.

Raoul du Pré is chef van de politieke redactie van de Volkskrant. Hij schrijft sinds 1999 over de nationale politiek.

Volg alles over de Tweede Kamerverkiezingen hier.

Die voornemens zijn eerder gemaakt. Het verschil is dit keer dat de drang naar politieke vernieuwing nu eens niet vanaf de flanken maar uit het politieke midden komt. Henri Bontenbal voert vol goede moed campagne maar moet toch vrezen dat zijn CDA goeddeels wordt vervangen door de nieuwkomers van NSC en BBB.

Inhoudelijk maakt dat niet eens veel verschil (op de overeenkomsten tussen de programma’s van het CDA, NSC en BBB is deze week al vaak gewezen), behalve op dat ene punt: het CDA was decennia de partij bij uitstek die elke vorm van politieke en bestuurlijke vernieuwing in de weg stond.

Meest in het oog springende punt is het referendum, volgens de staatscommissie-Remkes een belangrijk instrument om het vertrouwen tussen bestuur en kiezers te verbeteren. Het CDA was immer tegen, NSC en BBB zijn voor en lijken, als de peilingen niet bedriegen, ook de doorslag te gaan geven bij de behandeling van de door de SP ingediende grondwetswijziging.

De komende zittingsperiode kan alleen al om die reden historisch worden, als het parlement het inderdaad aandurft om het laatste woord over wetsvoorstellen uit handen te geven aan de kiezers.

Diezelfde peilingen wijzen op een pittige taak voor de informateur die in december aan het werk gaat. Vanuit zijn comfortabele middenpositie kan Omtzigt waarschijnlijk gaan kiezen met wie hij wil regeren, maar nu het links-progressieve kamp op verlies staat en Omtzigt de PVV op rechts van deelname heeft uitgesloten, is er nog geen enkele logische regeringscoalitie in zicht.

Althans, niet als daarbij wordt gestreefd naar een parlementaire meerderheid. Het is een teken aan de wand dat Omtzigt in zijn programma nadrukkelijk de optie van een minderheidskabinet openhoudt ‘om een andere politieke cultuur vorm te geven’: een kabinet dat niet kan rekenen op voorgebakken meerderheden zal zich immers per definitie anders gaan gedragen in het verkeer met de volksvertegenwoordiging.

Dat ook de Tweede Kamer zelf een wat sterkere en efficiëntere indruk gaat maken is daarmee nog niet gegarandeerd. In het derde evaluatierapport over de coronacrisis richtte de Onderzoeksraad voor Veiligheid zich deze week vooral op het kabinetsbeleid, maar niet zonder zorgen over de Tweede Kamer die dat beleid had moeten controleren. Die debatteerde vaak zo lang en zo intens over details (‘hoe laat moet die avondklok precies ingaan?’), dat de discussies over de ‘bovenliggende doelen en de afweging van waarden of grondrechten nogal eens naar de achtergrond verdwenen’.

Is verbetering op komst? Niet alle voortekenen waren gunstig deze week. Voordat Bergkamp donderdagnacht de vergadering sloot, hamerde ze zich door een ware brij van stemmingen heen. Vele honderden moties lagen er, vaak zeer gedetailleerd, volstrekt kansloos en slechts bedoeld om de eigen achterban via sociale media nog even snel een teken van leven te geven. Geen minister die er wakker van ligt.

Dat ging niet helemaal onopgemerkt voorbij. Op de valreep trok BBB-leider Van der Plas aan de bel: ‘Het is totale waanzin waar wij hier mee bezig zijn.’ Veel respons kreeg ze niet, maar ze hoopte dan maar ‘dat we hier in de volgende periode echt wat aan gaan doen’. Waarop ze in elk geval haar eigen moties introk: ‘Een betere wereld begint bij jezelf.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next