Het is, zegt Rob de Zwart (55), net als met de kermis in een dorp verderop: ooit organiseerde de gemeente die, nu doen de bewoners het zelf. Zo ging het ook met de gezondheidszorg in America. Toen de enige huisarts in het Noord-Limburgse dorp, Jan van Dongen, in 2010 zijn pensioen naderde, dreigden de bewoners zonder opvolger achter te blijven. Dan organiseren we het maar zelf, besloten ze.
„Nu zorgen we dus voor elkaar”, zegt Lies de Zwart-van Hameren – „Ik ben achtentachtig-en-een-half” – die met zoon Rob in de tuin zit.
Dat zijn moeder er naar de huisarts gaat, is ook prettig voor zoon Rob. „Het alternatief is de huisarts in Horst”, zegt hij. „Mijn moeder was dan afhankelijk geworden van mij en mijn twee zussen om haar te brengen. Nu kan ze zelf.” Als ’t LaefHoês er niet was geweest, zo zegt Lies, „ocharme, dan was het naatje pet”. Als je in je eigen dorp geen zorg kunt krijgen en er geen openbaar vervoer is, ligt een verhuizing voor de hand. Lies: „Ik ben hier in 1961 komen wonen en ik wil hier nooit meer weg, zelfs niet naar Horst. Wat moet ik daar?”
In het hele land groeit de druk op de huisartsenzorg. Door vergrijzing en bevolkingsgroei stijgt de vraag, terwijl het aanbod daalt. Veel oudere dokters gaan met pensioen, jongeren werken vaker in deeltijd en willen geen eigen praktijk. Gevolg: veel huisartsen nemen geen nieuwe patiënten meer aan. In 2022 gaf 60 procent van de artsen aan een patiëntenstop te hebben of te hebben gehad, blijkt uit cijfers van onderzoeksinstituut Nivel. Hoeveel mensen precies zonder huisarts zitten, weet niemand.
Vooral in krimpgebieden is dat een probleem. Nederland kent negen krimpregio’s en elf ‘anticipeerregio’s’ (waar krimp dreigt). Daar daalt het aantal inwoners. Het zorgt voor een groeiend tekort aan voorzieningen en personeel. De zorg voelt dat extra, want daar is vanwege de vergrijzing juist méér van nodig. Zo’n scenario dreigt voor Noord-Limburg, dat nu nog een anticipeerregio is. In America verdween de laatste jaren van alles: de slager, de bus en begin augustus de supermarkt.
Buurtinitiatieven kunnen de zorg deels opvangen, schreven drie adviesraden begin dit jaar in het rapport Elke regio telt. Toch zijn dergelijke initiatieven lastig te realiseren door „ingewikkelde financiering, verwarrende regels en fragmentatie”, zegt zorgondernemer Jos de Blok van thuiszorgorganisatie Buurtzorg. Je hebt bijvoorbeeld te maken met verschillende financieringsmodellen die weer verankerd zijn in verschillende wetten (zoals: de wet maatschappelijke ondersteuning, de wet langdurige zorg, de zorgverzekeringswet) en verschillende instanties die aangesproken kunnen worden voor betaling (gemeente, verzekeraar). Hij noemt ’t LaefHoês „een van de weinig geslaagde initiatieven”.
Op 22 november kiest Nederland een nieuwe Tweede Kamer. Met welke onderwerpen moet de nieuwe regering straks aan de slag? Wat voor oplossingen zien partijen op het gebied van zorg, defensie, klimaat, armoede en migratie?
NRC belicht tot 22 november tien thema’s: vanuit de praktijk (in deze reportage) en vanuit de verkiezingsprogramma’s (onderaan dit artikel).
Afleveringen:
Elke buurt heeft informele netwerken, zegt De Blok, maar die worden nauwelijks benut. Hij diende recent een plan in bij het ministerie van VWS, samen met drie grote zorgverzekeraars (VGZ, Zilveren Kruis en CZ), waarin de nadruk ligt op gezondheidszorg in de buurt. Buurtinitiatieven moeten daarbij een structureel onderdeel van de zorg worden. De Blok kreeg 200 miljoen euro subsidie om in honderd buurten te beginnen. „We moeten in Nederland niet alleen meer naar de overheid kijken”, zegt ook Ben van Essen, voorzitter van ’t LaefHoês. „Ons dorp staat voortdurend voor de keuze: gaan we iets zelf doen of laten we het verdwijnen?”
Juist daarom vroeg oud-huisarts Jan van Dongen in 2010 dorpsbewoners mee te denken over de toekomst; hij wilde zijn patiënten niet zomaar achterlaten. Zijn praktijk-aan-huis met apotheek werd in de jaren erna door vrijwilligers omgebouwd en uitgebreid tot ’t LaefHoês. De verbouwing werd deels gefinancierd door Van Dongen, deels door subsidies.
Een van de dorpsbewoners die toen meedacht is Ellen van Heijster (45). Ze is inmiddels coördinerend wijkverpleegkundige van America Left, de organisatie verbonden aan ’t LaefHoês die onder meer huishoudelijke ondersteuning regelt en binnenkort ook thuiszorg. „Wij komen bij bewoners thuis om te ontdekken wat ze nodig hebben. Eerst kijken we hoe vrijwilligers kunnen helpen. Voor wat overblijft, hebben we professionele ondersteuning. Zo kan professionele hulp vaak nog even uitgesteld worden.”
In ’t LaefHoês komen nu zo’n duizend mensen per maand voor een medische afspraak; niet alleen dorpsbewoners, maar ook arbeidsmigranten en gasten van de twee vakantieparken in de buurt. Dorpsbewoner Boy van Heijster (32), die staat te klussen in zijn schuur, was tot voor kort een regelmatig bezoeker van de fysiotherapeut, omdat hij beide kruisbanden gescheurd had. „Op krukken is het nogal lastig op en neer naar Horst.”
Naast die medische functies zijn er ook maatschappelijke functies: buurtactiviteiten als samen koken, een kleine bibliotheek, een repaircafé en een gezamenlijke tuin, waarvoor een deel van de begraafplaats is opgeofferd. Tot vreugde van bewoners zoals Lies de Zwart-Van Hameren. Ze laat een lijstje van taken zien waar vrijwilligers bij helpen: het bed opmaken, samen het kerkhof in Horst bezoeken, een familiefoto ophangen. „Oh ja, en een ritje door America met de duo-fiets, dat ga ik nog doen.”
„Voor elkaar zorgen wordt het devies van de toekomst”, zegt Hay Mulders, die tot 1 januari van dit jaar de ‘dorpsondersteuner’ was. Hij was negen jaar de ogen-en-oren van America; hij hoorde en zag wie hulp nodig had, en ging daarna op zoek naar dorpsgenoten die deze hulp konden bieden. „Een van de eerste vragen ging over een vrouw in een huurwoning die over een stoeptegel was gestruikeld”, zegt Mulders. „Of ik dat recht wilde laten leggen. Bij de corporatie moet je een formulier indienen, er moet een aannemer worden gezocht, dat duurt allemaal lang. Dus ik belde Arno uit het dorp – die is handig – en de volgende dag was het opgelost.”
Mulders werd voor van alles gevraagd. Door mensen die kleiner wilden wonen. Door iemand die hulp nodig had voor de tuin. Door iemand die vervoer naar het ziekenhuis nodig had.
Het draait in America om wederkerigheid, zegt hij. „Wij doen iets voor jou, wat kan jij voor ons doen? Iedereen heeft een talent. Als je ze daarop aanspreekt, willen mensen graag helpen.” En dus belde Mulders aan bij mensen in de straat: „Hé, jij kan dat goed, wil jij die en die helpen?” Je moet op mensen afstappen, zegt hij, „uit zichzelf komen ze niet.” Mulders is intussen opgevolgd door twee andere dorpsondersteuners.
In America, in het verleden een dorp van turfstekers en kleine boeren, zit de werkmentaliteit („We moeten aan de bak”) in het dna, zegt voorzitter Van Essen. Logisch, vindt bewoner Rob de Zwart: „Andere dorpen liggen dichter tegen Horst aan en vallen daarop terug. Wij staan er geografisch verder vanaf.” Het is een beetje zoals dialectband Rowwen Hèze – zanger Jack Poels en enkele bandleden zijn geboren en getogen in America – zong in het lied America:
Want America dat leet neet (want America dat ligt niet)
America dat stiet (America dat staat)
Recht oaverend na al die joare (recht overeind na al die jaren)
En nog veul langer als ’t giet (en nog vele jaren als dat gaat)
Maar ondanks het onbegrensde optimisme van de Americanen blijft de vraag hangen: hoe bestendig is dit? Want kwetsbaarheden zijn er ook. Voorzitter Van Essen spreekt over „ups and downs”: het dreigend tekort aan vrijwilligers („Het is constant zoeken naar nieuwe mensen”), de financiering („Die is dun, het is fondsen schrapen”) en de zoektocht naar zorgverleners („De opvoedondersteuning, podoloog en zorggroep zijn vertrokken, gelukkig is er nieuwe zorg voor teruggekomen.”) En dan is er nog de huisarts. In de laatste nieuwsbrief van ’t LaefHoês schrijft het bestuur: „Als bestuur horen we mensen ook weleens mopperen over beperkte openingstijden of andere veranderingen. Maar het feit dat America nog een apotheekhoudende huisarts heeft, is niet vanzelfsprekend.” Van Essen: „Die huisarts kan natuurlijk overal terecht.”
Toch is een eigen huisarts in het dorp niet voor iedereen een meerwaarde. Neem Lei Steeghs (71), oud-touringcar-chauffeur, die in de tuin bezig is. Sinds hij stopte met werken, kreeg hij last van van alles: schouderpijn, artrose. „Ik word vaak doorverwezen naar het ziekenhuis in Venlo. Daar moet ik dan toch met de auto heen.” Hij ziet zijn klachten als een medisch probleem, zegt hij, maar ouderen „zien de huisarts als een vertrouwenspersoon, ze leggen hun hele verhaal daar neer. Voor hen is het fijn dat ze zo even naar ’t LaefHoês kunnen lopen.”
De VVD wil „specifieke aandacht voor regio’s waar nu een tekort aan tandartsen en huisartsen is”, schrijft de partij. Er valt „veel winst te behalen” met digitalisering, technologie, artificial intelligence, data en data-analyse: „Geen pilots en proeftuinen meer, we weten inmiddels wel dat het kan.” Wel moeten digitale vaardigheden van senioren en mensen met een beperking worden versterkt. Verder moeten de administratieve lasten omlaag. En met gemeenten worden afspraken gemaakt over „goed onderdak” voor huisartsen.
Nieuw Sociaal Contract wil dat het eerstelijnszorgstelsel georganiseerd wordt rond „integrale gezondheidscentra in de wijk”. Onder meer huisartsenzorg, (wijk)verpleegkundigen en buurtteams moeten onder één dak samenwerken, schrijft de partij. De gemeente wordt medeverantwoordelijk voor de huisvesting daarvan. Medisch specialisten moeten makkelijk bij patiënten thuis kunnen komen. Ook wil de partij een einde aan het „doorgeschoten neoliberale marktdenken” door de invloed van commerciële investeerders terug te dringen in onder meer de huisartsenzorg.
GroenLinks-PvdA noemt het aan banden leggen van de opkoop van huisartsenposten door buitenlandse beleggingsfondsen „een speerpunt”. Want, zo vindt de partij: huisartsen werken in niet-commerciële groepspraktijken en in samenwerking met nabije ziekenhuizen. Net als de VVD en andere partijen wil de PvdA „de administratielast omlaag” krijgen en moet „samen met gemeenten aan betaalbare huisvesting worden gewerkt”.
De PVV maakt geld vrij om personeelstekorten weg te werken. Bijvoorbeeld door het aannemen van nieuw personeel en „het aanpakken van de administratietijd”.
Patiënten krijgen langere consulten van 15 minuten en dat wordt structureel gefinancierd, schrijft BBB. De partij wil dat overbodige taken – op advies van de huisartsenvereniging – worden geschrapt. Samen met gemeenten komt er „geschikte en betaalbare huisvesting voor huisartsen in elke dorp en/of wijk” en apotheekhoudende huisartsen, belangrijk voor de regio, blijven behouden. Verder komt er een onderzoek „naar de waarde van commerciële huisartsenketens en hoe praktijkhouderschap voor huisartsen aantrekkelijker kan worden”.
D66 wil dat patiënten „op een veilige manier, via apps, thuis-monitoring en digitale consulten” zorg op afstand krijgen als ze dit willen. Ze mogen ook zonder doorverwijzing naar een fysiotherapeut of apotheek toe, om de werkdruk voor huisartsen te verlagen. De abortuspil komt beschikbaar bij de huisarts, net als een tolkvoorziening. Verder komen er betere arbeidsvoorwaarden voor praktijkhouders en een beperking van administratieve lasten.
De SP wil het huisartsentekort en de hoge werkdruk bij huisartsen oplossen door „de bureaucratie in de huisartsenzorg te verminderen en de toegang tot specialistische zorg te vergemakkelijken”. Ook wil de partij marktwerking in de huisartsenpraktijk voorkomen. Mensen moeten in hun eigen regio naar de huisarts kunnen.
Source: NRC