Home

Opinie: Het is hoog tijd voor een terugkeer van de bejaardenhuizen van weleer (in een modern jasje)

Bij het doorlezen van het partijprogram van de partij waarvan ik lid ben, kwam ik niets tegen over de bejaardenzorg, het weggemoffelde regeltje over ‘intergenerationeel wonen stimuleren’ even niet meegerekend. Ook de andere partijen hoor ik er niet of nauwelijks over, wat logisch is. De wereld staat in brand, de verschillen en belangen zijn groot en bejaarden zijn niet sexy. Maar het worden er wel steeds meer en binnen afzienbare tijd zijn wij het allen zelf. Het onderwerp ligt mij, al negen jaar zorgend voor een krakkemikkig moedertje (84), nogal na aan het hart.

Toen onze mantelzorgperiode aanbrak waren bejaardenhuizen al uitgestorven en een jaar later moesten tijdens Rutte II de verpleeghuizen er ook aan geloven. Ouderen moesten zo lang mogelijk thuis blijven wonen, in het kader van de participatiesamenleving: het favoriete woord van Rutte.

Over de auteur
Janneke Schotveld is kinderboekenschrijver. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Van twee kerngezonde bejaarde ouders gingen mijn zus, broer en ik in één jaar naar een dode en een doodzieke ouder. Dat mijn vader bijna tien jaar geleden op een zonnige winterdag na het ophalen van vier kleinkinderen, pannekoeken bakken en voorlezen er zomaar ineens zittend in zijn stoel tussenuit piepte zonder behoorlijk afscheid te nemen, maakt mijn moeder inmiddels ruimschoots goed. Haar ziekte-cv, die een halfjaar na de plotselinge dood van mijn vader begon, is indrukwekkend: darmkanker, nieuwe hartklep, leverkanker, gescheurde aorta, gebroken heup, gebroken rug, gebroken pols en als recentste aanwinst een gebroken schouder.

De eerste keer was het even schrikken, maar wij zetten onze schouders eronder, ervan uitgaande dat dit bij de leeftijd hoorde, zowel die van haar als die van ons. En ook met de gedachte dat het weer voorbij zou gaan. Dat ging het ook, maar vervolgens diende zich na een korte opleving steeds een nieuwe kwaal aan en telkens was ze na afloop weer een beetje slechter dan daarvoor. Vaak kwam ze na ziekenhuisopname tijdelijk in het verpleeghuis terecht, een zogenaamde revalidatieplek.

Inmiddels heeft ze er heel wat gezien in de regio; ze zou de Johannes van Dam van de verpleeghuizen kunnen zijn. Soms hoopten we dat ze er zou mogen blijven, want hoe fijn zou het zijn om alleen maar gezellig op de koffie te komen, of haar op te halen voor een uitje en niet meer alle zorg eromheen te hoeven regelen. Maar telkens als ze weer naar de wc kon zonder onderweg dood te gaan, werd ze er subiet uitgeknikkerd.

We hebben wel eens huilend in de teamkamer gestaan: zo’n wrak kun je toch niet naar huis sturen? En wijzelf konden het op zulke momenten ook nauwelijks meer bolwerken. Maar dan zat ze de volgende dag toch buiten in de rolstoel, koffertje op schoot. Fijn naar huis. Dat werd steeds een beetje minder fijn, want het was toch wel heel alleen in dat grote huis en de dagelijks terugkerende handelingen kostten haar steeds meer energie.

We onderzochten mogelijkheden om elders te wonen, belden met diverse instanties, werden van het kastje naar de muur en weer terug gestuurd. Ze moest een indicatie begrepen we, maar toen we dat eindelijk voor elkaar hadden – na het invullen van duizend formulieren en het ondergaan van diverse ondervragingen met een denigrerend wantrouwende ondertoon als waren wij criminele onwillige kinderen die geen zin meer hadden om voor onze moeder te zorgen en daarom het gebrek aan zelfredzaamheid overdreven – bleek het nut daarvan alweer achterhaald en de wachtlijsten bovendien zo lang dat het überhaupt geen zin had.

We konden geen logica ontdekken in alle regeltjes en concludeerden uiteindelijk dat het enige dat nog wél functioneerde, haar hersens, nu een nadeel was. ‘Was je maar dement!’ riepen we haar een paar keer gekscherend toe. ‘Nou zeg,’ mompelde ze dan beledigd en ze boog zich weer over haar dagelijkse kruiswoordpuzzel in de krant.

Het huis werd met behulp van een handige schoonzoon en de Wet maatschappelijke ondersteuning aangepast: verhoogde toiletten, traplift, rollatorvriendelijke drempels, een rollator beneden, een rollator boven, maaltijden aan huis en ‘zorg thuis’, niet te verwarren met thuiszorg. Zorg thuis is dezelfde zorg als vroeger in een verpleeg- of bejaardenhuis, maar dan fietsen/rijden de zorgverleners van adres naar adres om steunkousen aan te doen, ontbijtjes te maken, te helpen met douchen.

De auto werd verkocht, de elektrische fiets nam ik mee. Boodschappen deden we eerst nog mét haar, wat best een beproeving was, want het tempo werd na verloop van tijd zo laag dat Max Verstappen zou omkomen van verveling. Bovendien wilde ze in haar eentje per se de plaatselijke middenstand redden, dus visboer, groenteboer, kaasboer, bloemenwinkel en drogist en dat alles moeizaam schuifelend achter de rollator.

Na weer wat nieuwe toevoegingen op haar cv namen wij de meeste boodschappen over en na wat gemor begreep ze wel dat we niet naar de groenteboer gingen voor drie peren, twee citroenen en vier bananen en niet naar de kaasboer voor een onsje belegen, maar alles even snel bij de grootgrutter haalden en ja, óók op zondag. Het is geven en nemen.

Deze week verzuchtte ik hardop, na een heel drukke periode, dat ik de hele herfstvakantie vrij was en hoe fijn dat was. N

og geen uur later zag ik mijn telefoon oplichten met daarop de naam van de buurvrouw van mijn moeder. Een buurvrouw waar Rutte trots op zou zijn, die participeert zich te pletter, waar zouden we zijn zonder haar. Maar er zijn natuurlijk hordes mensen die dat geluk niet hebben. Een halfuur later was ik ter plaatse.

En dat is ook zoiets: zo lang zorgen voor een bejaarde ouder terwijl je zelf ook werk en gezin runt, is niet alleen vermoeiend en tijdrovend, het is ook confronterend om iemand van wie je houdt zo te zien lijden. Je ziet bovendien voortdurend waar het leven toe leidt: probeer er dan maar eens de moed in te houden.

Tevens wordt iedereen steeds jonger. De dienstdoende invalhuisarts zag ik eerst aan voor een buurmeisje en toen mijn moeder met veel kunst-en-vliegwerk eenmaal in de ambulance gehesen was en na bijna vijf uur wachten op de spoedeisende hulp eindelijk naar de afdeling werd gereden, had de knappe jonge verpleegkundige een enorme zuigzoen in haar nek die ze met spectaculair averechts effect had proberen te verdoezelen met poeder.

Ik voerde de gebruikelijke gesprekken over het hoe en waarom en ‘néé, ze kan absoluut niet tegen morfine, waarom staat dat nou goddomme nog steeds niet genoteerd'. En ik voelde me oud.

Hoe fijn zou het zijn als mijn moeder na haar eerste, of desnoods na haar derde Grote Ziekte in een mooi modern bejaardenhuis terecht had gekund. Waar huisarts, fysiotherapie en apotheek binnen handbereik zouden zijn. En vooruit, waar intergenerationeel een kinderopvang naast zit, want niks opbeurender dan een vrolijke levensblije kleuter hier en daar. Ik zou ervoor tekenen.

Bibliotheek erbij, moestuin en een koffiezaakje met echt goeie koffie voor de hele buurt. Huur betalen en meewerken in tuin, bibliotheek en café naar financieel en fysiek vermogen. Ik weet heus wel dat het allemaal geld kost en dat het zo simpel niet is. Maar zoals het nu gaat, gáát het niet en er is allang berekend dat het sluiten van verpleeghuizen voor bejaarden die niet bijna doodgaan of dement zijn niets heeft bespaard, integendeel.

Mensen die jarenlang in hun eentje gezinswoningen bezet houden, middelbare kinderen die bezwijken onder de mantelzorg en door een burn-out uitvallen, de kafkaëske bureaucratie die komt kijken bij het aanvragen van alle soorten hulp om het thuis wonen mogelijk te houden en de tijd die dat kost aan zorgverleners en mantelzorgers, ziekenhuisopnames die voorkomen hadden kunnen worden, ziekenhuisbedden die onnodig bezet blijven wachtend op een revalidatieplek, ouderen met en zonder kinderen die ondanks de hulp toch vereenzamen, depressie, verwaarlozing. Het moet anders.

Dus bij deze een oproep aan de nieuwe regering: naast het oplossen van het stikstofprobleem en het zorgen voor wereldvrede is het hoog tijd voor een terugkeer van de bejaardenhuizen van weleer in een modern jasje, zodat de mantelzorgers van nu over een jaar of twintig, dertig onder het genot van een goeie kop koffie, kijkend naar de spelende kleuters, herinneringen kunnen ophalen aan die tijd dat alles, maar dan ook alles, verloren leek.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next