Van Caroline van der Plas (BBB) kreeg je niet de indruk dat ze veel zin had in het eerste verkiezingsdebat, zondagavond in het programma College Tour. Eerder integendeel. De andere deelnemers op het podium hadden hun best op hun uitstraling gedaan, en Van der Plas zat daar in een wolk van weerzin tussen, zonder belangstelling om zich heen kijkend.
Ineens zag ik mezelf weer zitten, achter in de klas. Geen land mee te bezeilen, geen zalf aan te strijken. Het enige wat ik doe, is halverwege werkelijk íedere uitleg van de leraar door de klas roepen: ‘Ja, nou weten we het wel een keer, hoor!’
Van der Plas vond het debat vooral gelul. Ze werd haast niet goed van zo veel geouwehoer. Waarom zeiden de anderen niet wat ze vonden, zoals zij?
Met de standpunten van Van der Plas is meestal iets aan de hand. Haar belangrijkste standpunt, het stikstofprobleem bestaat niet, is niet eens een standpunt. Of ‘zwaartekracht bestaat niet’ is ook een standpunt. Het eerste kun je blijven vinden, en dat gebeurt ook volop, toch kom je nooit een zwaartekracht-scepticus tegen. Al leer je die ook niet zo gauw kennen, misschien, of zijn ze onaanspreekbaar als je ze tegenkomt op straat.
Tijdens de begrotingsbehandelingen kreeg Van der Plas de vraag waar ze het geld voor haar voorstellen vandaan wilde gaan halen, want bij uitgeven hoort betalen. Bijna alle Kamerleden begonnen hard te lachen toen ze ongeduldig antwoordde, alsof het een domme vraag naar de bekende weg betrof: Ja, aan de uitgavenkant natuurlijk.
Volgens Freud lachen we als er iets onverwachts gebeurt. De lach bevrijdt ons van de spanning die wordt opgewekt door een plotselinge overgang naar een ander register, van verheven naar banaal bijvoorbeeld, zoals bij Gerard Reve of, zoals bij Van der Plas, van alledaagse intelligentie naar – ja, naar wat eigenlijk? Het was niet onverwacht dat ze iets doms zei, er werd gelachen omdat haar antwoord onbedoeld blootlegde dat ze er al die tijd bij had gezeten zonder haar werk te begrijpen.
Als je wil vinden dat het stikstofprobleem niet bestaat, is elk woord dat je eraan besteedt te veel – wie gaat nou praten over iets wat niet bestaat? Je kunt niet meer over het onderwerp meepraten, laat staan over oplossingen, want daarmee zou je de problemen erkennen. Om haar positie te behouden, moest Van der Plas er wel verveeld bij gaan zitten en alles stom en onzin vinden – het was haar eigen zoutzak, waarin ze zich had geschilderd.
Haar bijdrage aan het debat bleef dan ook beperkt tot een paar korte, onnozele opmerkingen. Stikstof? Dikke onzin, gewoon bouwen. Mag niet? Toch doen. Waarmee gaan we dat betalen? Ja, duh – met de portemonnee natuurlijk, waar anders mee?
Toen haar werd gevraagd naar haar favoriete coalitiepartner, zei ze: ik wil met Pieter. De eerste verstandige woorden, als ik daarin tenminste het verlangen heb gehoord om haar kiezers bij Omtzigt onder te brengen. Iemand die voor de regio opkomt én naar waarheid en eerlijkheid wil streven, die zich wel drie seconden op iets kan concentreren.
Ik zag haar al in de achtertuin, de zon op het gezicht. Ik hoorde al zuchten van verlichting.
Over de auteur
Peter Middendorp is schrijver en columnist van de Volkskrant. Van zijn hand verschenen onder meer de romans Vertrouwd voordelig en Jij bent van mij. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.