Tijdens de coronacrisis liet het kabinet zich te veel leiden door de medische adviezen, concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Maar was het niet soms ook precies andersom?
27 november 2021 was voor het kabinet de moeilijkste dag van de coronacrisis. Twee maanden eerder hadden de moegestreden bewindslieden Mark Rutte en Hugo de Jonge de coronamaatregelen ver afgeschaald. De meeste mensen waren gevaccineerd, de groepsimmuniteit groeide met de dag, de situatie in de ziekenhuizen was beheersbaar en uit de (sociale) media bleek dat het land woorden als lockdown, avondklok en scholensluiting niet meer kon horen. De urgentie ebde weg.
En toen ging het weer mis: de besmettingen liepen razendsnel op, het ziekteverzuim in de ziekenhuizen evenzeer en opeens dreigde alsnog ‘code zwart’ op de intensive care-afdelingen. Nederland ging, als enige land in Europa, opnieuw in een vrijwel totale lockdown. En niet eens omdat er in andere landen minder besmettingen waren, wel omdat ze daar andere randvoorwaarden zoals de ziekenhuisbezetting beter op orde hadden.
Het is een van de cruciale momenten waar het derde evaluatierapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) om draait. Het kabinet had te weinig oog voor de lange termijn, is een van de belangrijkste conclusies, en de fixatie op de ic-bezetting bleek, zeker naarmate de crisis vorderde, een te bot instrument om het beleid op af te stemmen. Privacy-overwegingen stonden de uitwisseling van betere besmettingscijfers veel te lang in de weg.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
De OVV deelt ook de kritiek die destijds al klonk: wensdenken kreeg op beslissende momenten te veel ruimte. ‘Het kabinet richtte zich vooral op het – in de ogen van bewindslieden – meest waarschijnlijke scenario en stemde daar zijn beleid op af.’ Rekening houden met het sléchtst mogelijke scenario kan een overheid wendbaarder maken zodra het nodig blijkt. November 2021 was niet het eerste moment dat het kabinet wachtte met opschalen totdat het voor de ziekenhuizen eigenlijk al te laat was. Lang wachten leidde tot de jojo-aanpak die de aanpak lang kenmerkte.
Dat zijn bruikbare lessen voor een volgende crisis. Maar geldt dat voor het hele OVV-rapport? Het kabinet luisterde te veel naar de artsen, te weinig naar andere sectoren, is een andere conclusie. Daarop valt wel wat af te dingen. Als het kabinet naar de medici en de virologen had geluisterd, had het in het najaar van 2021 de beperkingen eerder opgeschaald, waardoor een nieuwe lockdown misschien niet nodig was geweest. Zeker naarmate de crisis vorderde, was het Outbreak Management Team vaak strenger dan de bewindslieden wilden zijn. Het was juist de aanhoudende roep vanuit de samenleving, de Tweede Kamer voorop, waarvoor het kabinet niet doof wilde blijven. De persconferentie van die 27e november mondde bijna uit in een excuus: sorry mensen, maar we kunnen nu echt niet meer anders.
Luister beter, en vooral eerder, naar de medici, had dus net zo goed het advies kunnen zijn. Zo blijkt zelfs de evaluatie niet helemaal immuun voor de polarisatie die het coronabeleid omringt. Dat werpt z’n schaduw vooruit naar de parlementaire enquête die de Tweede Kamer komend jaar nog steeds zegt te willen gaan houden. Hoe een parlement dat zo diep verdeeld was het na twee jaar alsnog eens denkt te gaan worden over wat er beter had gekund, is vooralsnog een raadsel.
Source: Volkskrant