De oorlog tussen Israël en Hamas wordt voor een belangrijk deel buiten het strijdgebied gevoerd. In een ongekend harde propagandaoorlog proberen beide partijen sympathie te winnen en antipathie op te wekken. Welke strategieën gebruiken ze daarvoor?
Een verkoold hoopje mens. Twee handen in blauwe medische handschoenen aan de rand van het beeld. Ze hebben waarschijnlijk de witte lijkzak even geopend om de foto te kunnen nemen. Daaronder nog een verkoold hoopje. En ernaast, als derde beeld in het drieluik, een baby in een wit rompertje, van de top tot teen onder de bloedvlekken.
Deze beelden van de aanval van Hamas, zo gruwelijk dat je ze op televisie niet zou uitzenden, verschenen op 12 oktober op het officiële X-account van de premier van Israël, Benjamin Netanyahu, en werden door 6,7 miljoen mensen bekeken. Voorheen was Israël altijd voorzichtig met het tonen van slachtoffers, uit compassie met de nabestaanden, maar een woordvoerder legde uit waarom de premier deze stap nu wel nodig vond. ‘Opdat de wereld een fractie ziet van de horror die Hamas over ons uitstort.’
Kort daarna verschenen de eerste kinderlijkjes op de onlinekanalen van Hamas; slachtoffers van Israëlische bombardementen op Gaza. Het ongekende leed dat burgers in deze oorlog ondergaan, is de afgelopen weken door beide kanten volop ingezet. Want in een oorlog gaat het niet alleen om de militaire zege op het slagveld. Het gaat ook om het versterken van de moraal van de eigen bevolking, en het ondermijnen van die van de vijand.
Bovendien is het voor zowel Hamas als Israël van levensbelang bondgenoten aan zich te binden en de publieke opinie overzee te beïnvloeden. Zeker in dit conflict lopen de emoties ook buiten het Midden-Oosten steevast hoog op. Beide partijen zijn zich hiervan terdege bewust: het front ligt niet alleen aan de korte grensstrook tussen Israël en Gaza.
Dat er in een propagandaoorlog wordt overdreven, gelogen, of dat zaken juist worden verzwegen, is niets nieuws. Alexander de Grote (356-323 v.Chr.) zette deze middelen al in: het verhaal ging dat hij de zoon was van de god Zeus, wat hem tot een angstaanjagende vijand maakte, en na afloop van een veldslag verspreidde hij opgeblazen cijfers over het aantal doden aan de kant van de vijand, terwijl het aantal slachtoffers in eigen kamp werd geminimaliseerd.
Maar de kracht waarmee de propagandamachine in de oorlog tussen Israël en Hamas draait, is zelfs voor dit oude, bittere conflict ongekend. De overtreffende trap wordt door beide kampen niet geschuwd. Het is de ‘gruwelijkste strijd die we ooit tegen elkaar hebben gevoerd’, zegt zowel Hamas als Israël.
De boodschap die beide partijen willen overbrengen is tweeledig, en lijkt in eerste instantie tegenstrijdig: wij zijn sterk én wij zijn het slachtoffer. Dit wordt zowel in woorden als in beelden overgebracht, via alle kanalen die de partijen tot hun beschikking hebben.
Zo is er een overvloed aan video’s van de aanval van Hamas, waarbij je ziet hoe zwaarbewapende strijders rustig door een kibboets slenteren en, als was het een game, burgers neerschieten. De beelden zijn opgenomen met webcams die de militanten tijdens de aanval op hun voorhoofd droegen, en door henzelf verspreid op sociale media.
Voor Hamas en de Al-Qassam Brigades waren deze video’s bewijsmateriaal van zelfopoffering en kracht – de getuigenis van een heldendaad. Ze willen op deze manier laten zien dat het onderdrukte Palestijnse volk in staat is om het machtige ‘zionistische’ leger uit te dagen, Joden te vermoorden en ze als wisselgeld mee te nemen naar de Gazastrook.
De Israëlische regering gebruikt diezelfde video’s om te bewijzen hoe wreed haar vijand is. Kinderen zijn voor de ogen van hun ouders vermoord, tieners zijn met gebonden handen in de rug geschoten en jongeren die stonden te dansen op een festival zijn huilend meegenomen naar Gaza. Deze week nog nodigde het leger bijvoorbeeld buitenlandse journalisten uit om ongecensureerde, gruwelijke, beelden te komen bekijken opdat ze ervan kunnen getuigen in hun kranten en op tv-schermen wereldwijd. Want na twee weken dagelijks leed uit Gaza dreigt het Israëlische leed op de achtergrond te raken.
Er is niet één publiek dat Israël bij zijn propaganda voor ogen heeft. Allereerst gebruikt premier Netanyahu de emotie in eigen land, de angst, de afschuw en de woede, om het land te herenigen. Israël was tot de aanval tot op het bot verdeeld over de juridische hervormingen die zijn regering wilde doorvoeren, maar die strijdbijl werd snel (en tijdelijk) begraven om samen een grotere vijand het hoofd te bieden. Met hem, benadrukt de premier in zijn boodschap, als leider die namens het volk wraak neemt.
De andere doelgroep is de westerse wereld, en met name de Verenigde Staten, waarvan Israël de steun hard nodig heeft. ‘Kijk’, schreeuwde het land uit, ‘dit is de vijand waartegen we vechten! Natuurlijk wordt het straks lelijk, maar we moeten onszelf verdedigen.’ Om het argument kracht bij te zetten, kan Israël getroffen gezinnen in vloeiend Engels op tv laten getuigen over de hel waar zij doorheen gingen.
Ook het woordenarsenaal dat wordt ingezet is een overtreffende trap van wat eerder is gezien. De Israëlische minister van Defensie noemt de aanvallers ‘beesten’. Hamas wordt vergeleken met Islamitische Staat, of is – in de woorden van premier Netanyahu – ‘erger dan IS’. Het zijn termen die refereren aan het absolute kwaad, en die, losgezongen van hun historische context, door iedereen worden begrepen. Vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog worden niet geschuwd: de termen ‘Holocaust’ en ‘shoah’ duiken geregeld op.
Ook aan de zijde van Hamas is de informatie bedoeld voor verschillende doelgroepen. Zowel de eigen bevolking in Gaza, als de Palestijnen daarbuiten en de rest van de Arabische wereld moeten zien hoe krachtig de organisatie optreedt. Tegelijkertijd is het van belang dat de wereld ziet hoezeer het Palestijnse volk lijdt.
Hierbij is het vocabulaire vergelijkbaar met dat van Israël. Het wemelt op sociale media van berichten in het Arabisch dat het moorddadige Israëlische regime – ook wel ‘nazistisch’ genoemd – bezig is aan een ‘Palestijnse genocide’ of ‘Holocaust’. Die woorden zijn beladen, dat weet Hamas ook, en ze hopen dat die in het Westen een snaar raken.
Israël heeft traditiegetrouw een grote voorsprong als het gaat om ‘publieke diplomatie’. Talloze ambtenaren houden zich dagelijks bezig met ‘hasbara’, wat misschien het beste vertaald kan worden als ‘uitleg’. De kern van deze politiek is het bestaansrecht van Israël aan de wereld duidelijk te maken. Dat werd zeker vanaf de jaren zeventig en tachtig als noodzakelijk gevoeld omdat het Westen, na aanvankelijke steun aan het jonge land uit schuldgevoel over de Holocaust, gaandeweg steeds kritischer werd over de onderdrukking van de Palestijnen.
Vandaag de dag is er een geoliede hasbara-machine, onder meer ondergebracht in een eigen ministerie; dat van Publieke Diplomatie. Hiervandaan worden kernboodschappen de wereld ingestuurd (‘Hamas snakt naar Joods bloed’, bijvoorbeeld), die vervolgens door Hollywoodsterren, sporthelden en andere influencers worden overgenomen. Het ministerie van Buitenlandse Zaken plaatste betaalde advertenties met gruwelijke beelden op X, die volgens Politico in een kleine week vier miljoen keer werden bekeken.
Dan zijn er de vrijwilligers, al dan niet georganiseerd, die helpen de boodschap te verspreiden. Veel Israëliërs zijn diep geraakt, veel Joden die in andere landen wonen ook, en velen van hen staan paraat. In Nederland bijvoorbeeld liet het Centrum Informatie en Documentatie Israël (Cidi) digitale billboards langs snelwegen plaatsen, met daarop foto’s van gijzelaars met hun naam en leeftijd. Dit was nodig, zegt het Cidi, ‘omdat dit aspect van de huidige oorlog steeds meer ondergesneeuwd raakt in de Nederlandse media, die hun blik nu vooral op Gaza richten.’
Maar er is ook een grote en actieve Palestijnse diaspora. Terwijl steeds meer accounts van Hamas en de Qassam Brigades offline worden gehaald, verspreiden talloze andere gebruikers dezelfde boodschap – doorgewinterde aanhangers van Hamas, maar ook doodgewone burgers die met de Palestijnen sympathiseren.
Miljoenen mensen worden op deze manier zowel in het Engels als het Arabisch bereikt. Hashtags variëren van ‘Israel Terorrist’ tot ‘Israeli New Nazism’ of ‘Palestinian Genocide’. Gaza Now bijvoorbeeld, een kanaal op Telegram dat een constante stroom van mensonterende beelden de wereld inslingert, kreeg er in korte tijd een miljoen volgers bij, en zij zijn niet de enige die dat doen.
Ook Arabischtalige media laten zich gelden. Op Al Jazeera Arabic worden – anders dan op de Engelstalige versie – uitsluitend gasten uitgenodigd die Hamas loven en het leiderschap van de beweging hemelhoog prijzen. Bijna elke avond verschijnt iemand van de Hamas-leiding op het scherm, onder wie de politieke leider Ismail Haniyeh zelf. Ook is geregeld de woordvoerder van de Qassam Brigades te zien, in vanuit Gaza opgenomen video’s, gemaskerd met een rode keffiyeh (sjaal) en in militair uniform, met heldhaftige boodschappen voor het thuisfront en dreigementen richting Israël over de gegijzelden en de uitbreiding van de oorlog in het noorden, met Hezbollah.
Ambassades in het Westen heeft de regering van Hamas niet, de beweging is aangemerkt als terreurorganisatie. Dat stelt haar wat publieksdiplomatie betreft op grote achterstand, maar er zijn wel korte lijntjes met een aantal regimes in het Oosten. Zo zond ayatollah Khamenei, de hoogste leider van Iran, op de dag van de aanval door Hamas de boodschap de wereld in dat het ‘kankergezwel’ Israël, ‘als God het wil, door de Palestijnen en andere verzetskrachten in de regio wordt uitgeroeid’.
Als er dinsdagavond 17 oktober een raket op het ziekenhuis in Gaza-Stad valt, gaat de propagandamachine direct draaien. Hamas weet dat het perfecte pr-munitie in handen heeft door naar het Israëlische leger te wijzen: Israël heeft honderden kwetsbare burgers vermoord, in een ziekenhuis nota bene – dat is een oorlogsmisdaad. Zo luidt de boodschap.
Van Tokyo tot Washington en van Islamabad tot Khartoem is het breaking news.
Als het Israëlische leger dezelfde avond bericht dat de Palestijnen zijn getroffen door een raket van eigen bodem, afgevuurd vanuit de Gazastrook zelf, is het vuur op sociale media al opgepookt, en zijn de meeste krantenkoppen al gedrukt.
In talloze Arabische steden ontstaan spontaan anti-Israëlische betogingen, op X en Arabischtalige socialemediakanalen verschijnen foto’s van slachtoffers. De leiders van Jordanië, de Westelijke Jordaanoever en Egypte zeggen een geplande ontmoeting met de Amerikaanse president Joe Biden af. Ze durven zich, uit vrees voor de reacties van de eigen bevolking, nu niet met hem te vertonen.
De gebeurtenissen van die 17de oktober tonen aan hoe effectief propagandacampagnes kunnen zijn – zeker als ze landen in goed voorbereide aarde. De meeste bewijzen die inmiddels op tafel liggen, wijzen erop dat het inderdaad een raket van eigen bodem was, maar in Gaza en veel landen in de Arabische wereld zal dat niet meer worden geloofd. Israël heeft vaker gelogen, zo klinkt het daar, ‘we zijn niet anders gewend’.
En zo raast de oorlog voort, zowel op de grond, waar de slachtoffers vallen als op de mobiele telefoons van het publiek en de wereldleiders. In elke oorlog is het uitermate lastig om feit van fictie (of propaganda) te scheiden, maar (des)informatie verspreidt zich nu sneller dan ooit, en oude taboes lijken volledig gesneuveld. Sociale media, die enkele jaren geleden nog juichend werden omarmd als middel om mondiale gebeurtenissen op de voet te volgen vanuit de blik van betrokkenen, zijn verworden tot een nieuw en krachtig instrument van de politieke hoofdrolspelers.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden