Het antisemitisme grijpt sinds 7 oktober ook in Nederland snel om zich heen. Hoe lang staan we nog toe dat online heel andere maatstaven gelden dan in de echte wereld?
Nu de emoties zo hoog oplopen in het Israëlisch-Palestijns conflict, steekt ook een ander fenomeen weer hevig de kop op: de golf van Jodenhaat die vooral de sociale media overspoelt na elke omstreden stap van de Israëlische regering. Antisemitisme is helaas van alle tijden en van alle plaatsen, maar het is ook een feit dat het in Nederland nu vooral welig tiert binnen de islamitische gemeenschap. Op sociale media en op een populair Instagramaccount als Cestmocro wemelt het van de antisemitische uitingen in de categorie ‘Jammer dat Hitler zijn werk niet heeft afgemaakt’.
Het Centrum Informatie en Documentatie Israël deed woensdag aangifte van groepsbelediging en intimidatie. Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding Eddo Verdoner toont zich zeer bezorgd: ‘De afgelopen tien tot twintig jaar is langzaam het taboe afgetrokken van antisemitisme. Dat zorgt voor een vruchtbare bodem om haat over te laten slaan op groepen die er gevoelig voor zijn.’
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Waar dat toe leidt, is inmiddels ook duidelijk: het toch al toenemende gevoel van onveiligheid en onvrijheid binnen de Joodse gemeenschap in Nederland heeft sinds de pogrom van 7 oktober en de Israëlische reactie daarop een nieuwe impuls gekregen. Joodse scholen blijven dicht of worden streng bewaakt, mensen durven niet meer als Jood herkenbaar over straat, in Groningen is een deel van de herdenking van de Kristallnacht geschrapt vanwege de oplopende maatschappelijke spanningen. Verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog zijn niet eens nodig om duidelijk te maken hoe gevaarlijk en onaanvaardbaar dat is. Het is wachten op ongelukken.
Wat nu? Vaak wordt naar het onderwijs gewezen, waar het probleem bespreekbaar zou moeten worden gemaakt in de klas. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, getuige de vele verklaringen van leraren dat ze in de afgelopen jaren juist voorzichtiger zijn geworden, uit angst voor intimidatie en geweld in de school. Veel leraren in de grote steden durven de Holocaust niet eens meer te bespreken.
Een veel grotere en directere verantwoordelijkheid ligt bij de sociale media, waar alles maar lijkt te kunnen, alsof ze zich geheel onttrekken aan de gevestigde gedragsregels van de democratische rechtsstaat. ‘Je kunt nu niet op een poster in de stad iets antisemitisch zetten, maar online wel’, zoals Verdoner woensdag opmerkte. ‘De pakkans moet omhoog.’
Gezien de terughoudendheid van de grote techbedrijven om nu eindelijk eens hun verantwoordelijkheid te nemen, en bijvoorbeeld de anonimiteit van de gebruikers af te schaffen, zal het dan maar moeten komen van buitenaf. De Autoriteit Persoonsgegevens, de Autoriteit Consument & Markt en niet in de laatste plaats Justitie moeten in staat zijn om de platforms én de gebruikers veel stringenter te controleren, op te sporen en te bestraffen. Opdat in elk geval voor iedere gebruiker duidelijk is waar de grens ligt tussen debat over beleid van een regering en openlijke rassenhaat. Dat vergt veel tijd, geld en mankracht, maar er staat dan ook veel op het spel.
Source: Volkskrant