Home

Opinie: Het laatste wat dit land nodig heeft zijn ambtenaren die klakkeloos hun politieke bazen gehoorzamen

Hoeveel ruimte mogen ambtenaren nemen om kritiek te uiten op de politiek? Bar weinig, zo lijkt de boodschap van VVD-lijsttrekker Dilan Yeşilgöz. Daags nadat honderden rijksambtenaren en diplomaten bezwaren hadden opgetekend tegen het Israël-Palestinabeleid van de regering, herinnerde Yeşilgöz hen tijdens een VVD-bijeenkomst eraan dat het ambtelijk apparaat geleid wordt door de politiek, en ‘niet andersom’. Wel staat Yeşilgöz er als minister voor open met ambtenaren in gesprek te gaan wanneer ze hun ‘privémening’ willen uiten. Of wanneer ze zaken willen agenderen.

Ook het ministerie van Buitenlandse Zaken gunt zijn opstandige diplomaten het recht op privéopvattingen. Maar BZ benadrukt dat het ambtelijk vakmanschap onafhankelijk en onpartijdig in dienst hoort te staan van het algemeen belang. Helaas gaan beide reacties – zowel van Yeşilgöz als van het ministerie – uit van een al te simplistisch beeld van de relatie tussen politiek en ambtenarij.

Over de auteur
Maurits de Jongh is als universitair docent verbonden aan het Ethiek Instituut van de Universiteit Utrecht.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

In dat beeld worden ambtenaren geportretteerd als apolitieke en amorele experts. Op basis van hun technische vernuft en feitelijke kennis wenden zij de meest efficiënte middelen aan om publieke doelen te realiseren. Maar die doelen mogen uitsluitend door de bevolking, of hun gekozen politici, worden gesteld. Het liefst op basis van een waardengedreven ideeënstrijd in de politieke arena. Ambtenaren, op basis van hun waardenvrije expertise, gaan slechts over de middelen.

Dit beeld van een apolitieke en amorele ambtenarij werd al in de 17de eeuw treffend verwoord door Thomas Hobbes. In zijn meesterwerk Leviathan schreef de Engelse filosoof dat ambtenaren lijken op ‘de zenuwen en pezen die de verschillende ledematen van een natuurlijk lichaam bewegen’. Het bepalen van de richting waarin het politieke lichaam zich beweegt, zo impliceert Hobbes, moet echter voorbehouden zijn aan de wil van de soeverein (vandaag de dag het democratische publiek). Politiek als hoofd en hart, ambtenarij als zenuwen en pezen. Dit beeld lijkt plausibel, en toch is het even onrealistisch als onwenselijk.

Het is onrealistisch, omdat politieke doelen veelal van algemeenheden aan elkaar hangen. Juist vanwege die vaagheid geven óók (of, beter gezegd: juist) ambtenaren invulling aan de richting waarin het land zich politiek beweegt. Bovendien zijn de gekozen middelen om die doelen te bereiken zelden waardenvrij.

Stel, het politieke doel is bestaanszekerheid, en een energietoeslag is een van de middelen om dit doel te bereiken. De vormgeving en uitvoering van zo’n toeslag roept niet alleen zuiver technische, maar ook vele normatieve vragen op. (Bereikt de toeslag de kwetsbaarste groepen? Of zou de hele bevolking moeten profiteren? Et cetera.) Zowel in de ontwikkeling, als in de uitvoering van beleid oefenen ambtenaren dus onvermijdelijk invloed uit.

Die ambtelijke machtspositie hoeft niet per definitie, vanwege het gebrek aan electorale legitimatie, een vloek te zijn. Ze kan ook uitpakken als zegen. Vooral wanneer het ambtelijk apparaat weet te fungeren als solide dam tegen de wispelturigheid van de politiek die is overgeleverd aan de grillen van verkiezingen, en tegen de neiging van meerderheden om de rechten van minderheden te beperken. Denk aan de overweldigende politieke meerderheid die na de Bulgarenfraude bloeddorstig de jacht op toeslagenprofiteurs opende, terwijl je sinds de openbaring van het toeslagenschandaal bijna verdrinkt in de krokodillentranen die politici over dit dossier laten vloeien.

Ook op andere grote thema’s – zoals Groningen, stikstof of volkshuisvesting – is het glashelder dat ambtenaren eerder te weinig dan te veel ruimte hebben gekregen, én genomen, om ‘loyale tegenspraak’ richting de politiek te organiseren.

Natuurlijk moeten ambtenaren ervoor oppassen dat ze al te snel met gewetensbezwaren de morele hoogvlakte betreden, met het bijkomend risico dat ze selectief overkomen in hun politieke en morele verzet. Tegelijkertijd is het streven naar beter bestuur op voorhand kansloos wanneer we verwachten dat ambtenaren op een puur technische of waardenvrije manier hun ambt bekleden.

Na al het overheidsfalen en onrecht van de laatste jaren zijn ambtenaren die klakkeloos hun politieke bazen gehoorzamen, of zich achter ‘het systeem’ kunnen verschuilen zodra ze ter verantwoording worden geroepen, het laatste wat Nederland nodig heeft. Een volwassen democratie zou kritiek, ook openlijke kritiek, van ambtenaren daarom juist moeten kunnen verwelkomen. Zeker wanneer deze gebaseerd is op de unieke kennis en kunde die ambtenaren in huis hebben. Het getuigt van simplisme om zulke kritiek te reduceren tot ‘privémeningen’ die een gebrek aan loyaliteit zouden verraden.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next