‘Moeten we niet vertrekken?’ Echt vrolijk gestemd is hij niet, de zeventiger die net heeft plaatsgenomen in het pendelbusje. Zijn vrouw, ze heeft diabetes, is gisteren vanwege een te hoge bloedsuikerspiegel per ambulance vanuit hun woonplaats Lelystad naar de hoofdvestiging van het ziekenhuis St Jansdal in Harderwijk gebracht. Nu reist hij haar achterna – eigen vervoer heeft hij niet. Hij knikt naar de entree van het ziekenhuis en zucht. ‘Vroeger was alles gewoon hier in Lelystad.’
Zijn enige medepassagier is Jasmin Chakir (50). Zij moet naar Harderwijk voor een controle bij de maag-darm-leverarts. Die heeft haar eerder geholpen aan een breukje in haar middenrif. ‘Ik had eigenlijk een afspraak in november, maar gisteren belden ze of ik vandaag al kon komen.’
Haar ervaringen in het Harderwijkse ziekenhuis zijn tot dusver positief. Toch zegt ook zij: ‘Als je midden in de nacht last krijgt van nierstenen, zou het fijn zijn als je in je eigen stad terechtkunt.’
Over de auteurs
Michiel van der Geest is de zorgverslaggever van de Volkskrant en verdiept zich in alle vormen van zorg: van ziekenhuizen tot huisartsen, van gehandicaptenzorg tot Big Pharma, van gezondheidsverschillen tot valgevaar. Jurre van den Berg is regioverslaggever van de Volkskrant in het noorden van Nederland.
Woensdag vijf jaar geleden sprak de rechtbank het faillissement uit over het Amsterdamse MC Slotervaart en de MC IJsselmeerziekenhuizen, waaronder het MC Zuiderzee in Lelystad. Een grotere schok ging deze eeuw niet door de Nederlandse zorg: het personeel werd door de curator in een zaaltje bijeengeroepen en ontslagen.
De vrees is dat Lelystad (bijna 80 duizend inwoners) het volledige ziekenhuis kwijtraakt. Maar al vrij snel meldt zich een overnamekandidaat: het St Jansdal-ziekenhuis, met als thuisbasis Harderwijk. De redding gaat niet zonder offer: de spoedeisende hulp (waar gemiddeld enkele patiënten per nacht kwamen) en de intensive care (twee bedden, gemiddeld een half bed bezet) zijn in Lelystad niet rendabel te krijgen en zullen niet terugkeren.
Het verlies van wat inwoners en politici plechtig ‘een volwaardig ziekenhuis’ noemen, leidt in de provinciehoofdstad tot ongerustheid en woede. Zoals een patiënt het uitdrukt op de dag van het faillissement: ‘We hebben het over Lelystad, niet over een klein dorp.’ Raadslid Jack Schoone (Leefbaar Lelystad) dreigt zelfs zijn onvrede te uiten door de A6 te blokkeren.
Zulke onrust is sindsdien niet verdwenen. Afgelopen acht jaar daalde het aantal seh’s van 95 naar 83. Meer sluitingen dreigen, vanwege het tekort aan artsen en verpleegkundigen en doordat de kwaliteitseisen aan spoedzorg steeds strenger worden. Vorige week nog luidden acht burgemeesters van Winterswijk tot Goes de noodklok in de Volkskrant: ‘Regionale ziekenhuizen zijn een zaak van leven en dood.’
Zeven politieke partijen – van GroenLinks-PvdA tot Forum voor Democratie – hebben in hun verkiezingsprogramma staan dat er geen seh meer dicht mag. Tijdens een protestmars in Heerlen, waar plannen liggen om over zeven jaar de spoedeisende hulp naar Sittard te verhuizen (18 kilometer verderop), liepen onlangs duizenden demonstranten mee, onder wie landelijke politieke kopstukken.
Hoe erg is het als een spoedeisende hulp verdwijnt? In Lelystad was het geen bewuste keuze, maar de ervaring van vijf jaar geleden maakt de stad tot een klein laboratorium voor de toekomst van de acute zorg. Hoe ging het verder in de Flevopolder, en welke lessen vallen daaruit te trekken?
Terug naar het najaar van 2018. Toen huisarts Ruth Veenvliet hoorde dat de spoedeisende hulp zou sluiten, zat ze ‘echt te janken achter mijn bureau’. ‘Ik vond het zo heftig voor deze stad, met zo veel gezondheidsproblemen en zoveel armoede.’ Ook medisch specialisten waarschuwen in De Stentor: ze verwachten dat er ‘gevaarlijke situaties ontstaan met dodelijke afloop’.
Er breekt een moeilijke tijd aan voor de huisartsen van Lelystad. Alle gebruikelijke manieren om patiënten te verwijzen, waren in één klap weg, zegt Veenvliet. ‘We waren onze back-up kwijt. Dat is eng als er een kind binnenkomt dat dreigt te stikken in een pinda.’
Boze Flevolanders vinden elkaar in de Actie Behoud Ziekenhuis Lelystad. Onvermoeibaar pleiten de leden in de media, in de eigen provincie en in Den Haag voor de redding van het ziekenhuis. Mét spoedeisende hulp en mét intensive care.
Op 28 februari 2019, op donderdag om 22 uur, ontvangt Leonie Boven, huidig bestuursvoorzitter van het St Jansdal, een emmer met de sleutels van het ziekenhuis. Zij en haar collega’s krijgen drie dagen om het lege gebouw patiëntklaar te maken. ‘Het is uiteindelijk goed gegaan’, zegt Boven, ‘maar het was een bizarre en onwenselijke situatie.’
St Jansdal weet in korte tijd de meest elementaire voorzieningen weer draaiende te krijgen. ‘In die aanlooptijd kregen wij veel klachten binnen. Die hebben wij doorgespeeld naar de Inspectie en naar het ziekenhuis, zodat zij wisten wat er onder de bevolking speelde’, zegt Hermien Roddenhof van de actiegroep.
De definitieve mededeling dat de spoedhulp en de ic niet terugkomen, is een koude douche. Maar langzaam groeit het vertrouwen tussen het ziekenhuis en de actiegroep en andere zorgverleners in de regio. Huisarts Veenvliet: ‘Het St Jansdal ging enorm ver om ons erbij te betrekken.’
De actiegroep helpt het ziekenhuis Lelystedelingen voor te lichten over de veranderingen. Dat de mensen in Lelystad een stuk directer zijn dan die op de Veluwe, is wennen. Roddenhof: ‘Wij zeiden: mensen hier zijn niet zo digitaal vaardig, spreken niet goed Nederlands, je moet de wijken in, de buurthuizen niet overslaan.’
Door de intensieve betrokkenheid bij het ziekenhuis komt de actiegroep meer te weten over de beweegredenen van het St Jansdal en over wat er in tijden van schaarste aan middelen en personeel mogelijk en onmogelijk is in de zorg. De actiegroep verandert daarop van naam: het is nu de stichting Behoud Ziekenhuiszorg Lelystad. Geen actie meer, niet de nadruk op het ziekenhuis als instituut. ‘Absoluut een verandering van inzicht’, zegt Roddenhof.
Voor 80 procent van alle zorgvragen kun je intussen in Lelystad weer terecht, zegt Roddenhof. En er komt steeds wat bij. Een spoedpost die doordeweeks tot 21.30 uur open is en waar je voor alle ‘huis-, tuin- en keukenongelukken’ geholpen kan worden. Maar ook röntgenfoto’s, laboratoriumonderzoek, nieuwe knieën en heupen. ‘Dan kun je wel blijven roepen: ja, maar wat als ik naar de ic moet? Maar een ambulance is tegenwoordig bijna een rijdende ic. Of je daar nu 30 of 40 minuten in ligt, maakt heus niet uit.’
Zorgen waren er in 2018 vooral over het lot van ouderen en mensen met een beperking. ‘Je kunt niet van 80-jarigen vragen zo’n reis te maken. Het is toch naar de andere kant van het water’, zei Herman Linzel, vicevoorzitter van de Flevolandse Patiëntenfederatie destijds over de ‘redding’ door Harderwijk. Vijf jaar later concludeert diezelfde Linzel: ‘Dat het zorgaanbod in Lelystad is veranderd, heeft niet geleid tot grote problemen. Misschien integendeel: het heeft ons gedwongen tot meer en betere samenwerking.’
Het meest tastbare resultaat daarvan is Getijde, een kliniek voor tijdelijk verblijf op de tweede etage van het oude ziekenhuis. Ouderen en chronisch zieken die niet zelfstandig thuis kunnen zijn, kunnen er terecht voor of na een ingreep, voor diagnostiek en observatie. En dat in nauwe samenwerking met de medisch specialisten uit het ziekenhuis.
Door het wegvallen van de spoedeisende hulp en het gedeelde besef dat er een gat viel, sloegen de lokale ouderenzorgorganisaties Woonzorg Flevoland en Coloriet de handen ineen met het St Jansdal. ‘Het gemoed was: we hebben geen ziekenhuis meer, wat een drama, dit komt nooit meer goed’, zegt John Bos van Woonzorg Flevoland. ‘En toen werd ook naar ons gekeken: jullie moeten daar iets aan doen.’
De analyse was dat er relatief veel ouderen vaak op de spoedeisende hulp kwamen, maar daar ook weer weggestuurd werden. Of met een verkeerde diagnose in het ziekenhuis belandden. Bos: ‘En voor je het weet liggen ze daar dan een paar weken, op een duur bed. Omdat er eigenlijk geen aandacht was voor het oud-zijn.’
Getijde bestaat nu een jaar. De zeventien bedden zijn wisselend bezet. Huisartsen moeten de weg nog zien te vinden, zegt manager Anne-Marijke Schakelaar. Pijnlijker, zegt Bos: de systemen zijn er niet op ingericht. ‘Iedereen heeft z’n mond vol over integrale zorg, innovatie en samenwerken. Maar als je samenwerkt in een initiatief als dit, zegt de verzekeraar: mooi, maar wij hebben geen manier om dit te vergoeden.’
Toos van der Lely (70 – ‘Ik ben de jongste hier’) weet nog hoe ze vijf jaar geleden demonstreerde tegen het verdwijnen van het ziekenhuis. Vorige week belandde ze op de ic in Harderwijk vanwege een aneurysma. In afwachting van thuiszorg – ze woont tegenover het ziekenhuis – verblijft ze in Getijde. ‘Het geeft een veilig gevoel dat ze je bloeddruk goed in de gaten houden. Maar het liefste ben je toch thuis.’ En dat ze voor een uitslag van een scan die hier in Lelystad gemaakt wordt straks naar Harderwijk moet? ‘Daar begrijp ik niks van.’
Grote ongelukken zijn uitgebleven, veel betrokkenen die vijf jaar geleden hun hart vasthielden geven ruiterlijk toe dat het is meegevallen, zonder seh. En van de nood is in zekere zin een deugd gemaakt.
Toch blijkt uit een enquête dat 44 procent van de inwoners (zeer) ontevreden is over het aanbod aan ziekenhuiszorg. Gevraagd naar wensen springen ‘volwaardig’ en ‘ziekenhuis’ er nog steeds uit in de woordwolk. Dat zijn, zegt Roddenhof van de stichting, waarschijnlijk vooral mensen die nog niet in het nieuwe ziekenhuis zijn geweest. Haar conclusie: ‘In grote lijnen is de zorg nu beter.’
St Jansdal heeft de situatie goed opgevangen, vindt huisarts Ruth Veenvliet. Gaandeweg ging het steeds beter: de spoedpoli overdag, de poliklinieken die weer volop draaien, Getijde. Er is het beste van gemaakt. Toch wil ze de situatie ook niet romantiseren: vroeger, met volwaardige seh, was het beter.
Haar conclusie: als je een seh wilt sluiten en wilt vervangen door iets anders, ‘wees er zeker van dat je een overgangsperiode van minimaal vijf jaar hebt. Het is een illusie te denken dat het sneller kan.’
‘Als een ziekenhuis in jouw stad staat, is het jouw ziekenhuis. Je kinderen zijn er geboren, je vader is er overleden, het is heel persoonlijk’, zegt St Jansdal-bestuursvoorzitter Leonie Boven. Dat is een les voor elk ziekenhuis dat een gevoelige beslissing over de zorg moet nemen, vindt ze. ‘Je moet uitleggen wat je doet, ook al snap je niet dat er discussie kan zijn omdat er simpelweg geen personeel is voor twee ic’s en twee seh’s. Dat argument is niet genoeg.’
Jack Schoone was de fractievoorzitter van Leefbaar Lelystad die in 2018 dreigde de snelweg A6 te blokkeren. Nu, vijf jaar later, zegt hij: ‘Eigenlijk ben ik best positief.’ Het verdwijnen van de spoedeisende hulp noopte tot meer overleg, merkte ook hij. Zorgverzekeraars, huisartsen, andere ziekenhuizen en overheden vonden elkaar aan een ‘zorgtafel’. ‘Dat heeft goed uitgepakt.’
De kern van de vrees vijf jaar geleden was emotie, blikt Schoone terug. ‘Ook bij mij. Vaak komt dat doordat je niet goed geïnformeerd bent. Daar kan ik zelf ook nog wel wat van leren.’
Toen Schoone twee jaar wethouder was, kreeg hij zorg in zijn portefeuille. Ironie: de man die dreigde een snelweg te blokkeren, zette zijn handtekening onder de plannen voor de bouw van een nieuw ziekenhuis in Lelystad. Zonder geboortezorg en spoedeisende hulp. Maar met een ‘acceptabel zorgaanbod’.
‘Ik zou de mensen in Limburg met onze ervaringen gerust willen stellen. Werk samen. Het gevoel van verlies overheerst in eerste instantie. Maar als je het uitlegt, begrijpen de meeste mensen het best.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden