Het is een toverwoord in de verkiezingscampagne: migratie. De VVD wil daar ‘grip’ op krijgen, de NSC heeft een ‘richtgetal’ van 50 duizend man erop gezet en GroenLinks-PvdA wil de boel ‘in goede banen leiden’. Er valt genoeg te kiezen in november. Het kan bij dit soort grote onderwerpen alleen zo lastig zijn een concreet beeld te krijgen, zeker als er nog onderbuikige sentimenten rondwaren. Dan is het goed je af te vragen: waar hebben we het eigenlijk over?
Nou, glasvezelinternet. U weet wel: die snelle verbinding waardoor iedereen thuis tegelijkertijd kan internetten, gamen en streamen zonder een seconde vertraging te hoeven dulden. Telecombedrijven adverteren er gretig mee, via een postcodecheck kan ieder van ons nagaan of de glasvezelhemel al in de eigen wijk is neergedaald. Zo ja, dan kan de boel gratis worden omgezet, want het mag verder niet te veel kosten allemaal.
Over de auteur
Ibtihal Jadib is rechter-plaatsvervanger, schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Als iets voor gratis wordt versleten, betekent dat meestal dat er verderop in de keten iemand als een uitgeknepen sinaasappel in de citruspers hangt. In dit geval is dat de Bulgaar of Roemeen die de glasvezelkabels moet aanleggen. Nieuwsuur en de NOS kwamen deze week met een reportage over de arbeidsomstandigheden van glasvezelgravers, en die zijn bepaald niet fraai. Dat is best vreemd, want de beroerde positie van goedkope arbeidskrachten uit het buitenland is al vaak aangekaart. De afstand overbruggen tussen iets aankaarten en iets oplossen is kennelijk optioneel.
Het tempo waarmee de stoepen worden opengebroken is in elk geval sneller dan onze reactiesnelheid: er zijn al 9 miljoen huishoudens aangesloten. Dat is meteen ook het enige lichtpuntje in dit verhaal; er zijn nog ‘maar’ 2 miljoen huishoudens te gaan. De telecombedrijven hebben er belang bij zo snel en goedkoop mogelijk de kabels aan te leggen. Daarvoor geven zij opdracht aan een hoofdaannemer, die een onderaannemer inschakelt, die op zijn beurt ook weer een onderaannemer... afijn, de riedel is bekend. Ergens onderaan de keten staat een groep migranten veertien uur per dag te zwoegen, zonder een deugdelijk arbeidscontract, salarisstrook of beschermingsmiddelen, om aan het eind van de dag te worden teruggereden naar ‘huis’: een loods op een bedrijventerrein.
De inzet van goedkope, slecht opgeleide arbeidskrachten is ondertussen niet zonder risico: er zouden alleen al in de eerste zes maanden van dit jaar 880 gaslekken zijn veroorzaakt tijdens de aanleg van glasvezel. In Maastricht is het deze zomer nét goed gegaan: een gaslek was door de gravers afgedekt met zand. Hup, dóórwerken is het devies. Pas toen omwonenden klaagden over een gaslucht werd het lek na een paar dagen ontdekt.
Bij migratie gaat het vaak eerst een hele tijd over vluchtelingen, de Spreidingswet en Ter Apel. In aantallen is de groep arbeidsmigranten echter vele malen groter, en het is nog maar de vraag of die migratie kan worden teruggedrongen of juist moet worden uitgebreid. Nederlanders staan niet vooraan in de rij om veertien uur per dag voor een habbekrats kabels te graven. Ondertussen willen we wel snel dat fijne glasvezelinternet hebben. En die goedkope schilder. En die geplukte tomaten in de aanbieding. Als we daar de huidige personeelstekorten en de toenemende vergrijzing bij optellen, vraag ik me af hoe reëel de verkiezingsbeloften over minder migratie kunnen zijn.
Monique Kremer, bijzonder hoogleraar aan de UvA en voorzitter van de Adviesraad Migratie, oppert deze maand in HP/De Tijd dat we eerst moeten nadenken over de vraag wat voor economie we willen hebben en hoe we onze arbeidsmarkt willen inrichten voor we überhaupt iets zinnigs kunnen zeggen over migratie. Het ontbreekt volgens haar aan visie. Dat andere toverwoord.
Source: Volkskrant