De Europese ministers van Buitenlandse Zaken spraken maandag over een tamelijk bescheiden voorstel: een oproep tot een ‘humanitaire pauze’ in de Gazastrook, zodat hulpkonvooien niet meteen het gevaar lopen aan flarden te worden geschoten.
Geen staakt-het-vuren, doorgaans de opmaat naar het einde van een oorlog, maar slechts een korte onderbreking van de gevechten. Een symbolisch voorstel ook. Er zijn geen aanwijzingen dat Israël en Hamas een Europese oproep willen honoreren. Zaterdag kondigde Israël een intensivering van de bombardementen aan, nadat Europese en Arabische leiders op een ‘vredestop’ in Cairo juist hadden opgeroepen tot een humanitair bestand.
Toch konden de ministers het maandag niet eens worden. Belangrijkste tegenstander was Duitsland. Minister Annalena Baerbock van Buitenlandse Zaken geloofde dat Hamas gewoon zou doorvechten. ‘We kunnen de humanitaire ramp niet stoppen zolang het terrorisme vanuit Gaza doorgaat. Daarom is de strijd tegen terrorisme essentieel’, aldus Baerbock. De kwestie wordt nu doorgeschoven naar de regeringsleiders die eind deze week in Brussel bij elkaar komen.
Over de auteur
Peter Giesen schrijft voor de Volkskrant over de Europese Unie en internationale samenwerking. Eerder was hij correspondent in Frankrijk. Hij is auteur van meerdere boeken.
De episode tekent de geopolitieke machteloosheid van de EU in dit conflict. Toen Ursula von der Leyen in 2019 aantrad als voorzitter van de Europese Commissie, verklaarde ze een ‘geopolitieke commissie’ te gaan leiden. Ook de regeringsleiders zeiden het telkens weer: Europa moet een speler worden, anders is het een speelbal. Maar in de oorlog in het Midden-Oosten is de EU wederom een irrelevante partij.
Geopolitiek begint met eenstemmigheid. Dat is lastig voor de EU, geen land, maar een unie van 27 soevereine lidstaten, met hun eigen belangen en tradities. Duitsland torst de schuld van de Holocaust met zich mee en zal Israël altijd steunen, terwijl Ierland is ontstaan uit de strijd tegen een koloniale bezetter en veel meer sympathie voor de Palestijnen heeft. Duitsland, Oostenrijk en Tsjechië staan achter Israël, Ierland, Spanje, Frankrijk en België hebben van oudsher veel begrip voor de Palestijnen.
In de oorlog tegen Oekraïne trok de EU behoorlijk eensgezind op, met uitzondering van Hongarije. Von der Leyen was als een van de eerste buitenlandse leiders in Kyiv en oogstte alom waardering voor haar doortastende aanpak.
Na de Hamas-aanslag van 7 oktober reisde ze even voortvarend naar Tel Aviv. ‘Er kan maar een antwoord zijn. Europa staat achter Israël. En we steunen volledig het recht van Israël om zichzelf te verdedigen’, zei Von der Leyen. Ze bezocht een getroffen kibboets, zoals ze in Oekraïne een bezoek bracht aan Boetsja, waar Russische soldaten een bloedbad onder burgers hadden aangericht.
Nu kreeg Von der Leyen kritiek. Een deel van haar eigen ambtenaren schreef een kritische brief. Ook lidstaten met begrip voor de Palestijnen waren niet blij met haar optreden. Ze zou zich te veel vereenzelvigd hebben met Israël en te weinig oog hebben gehad voor de Palestijnse kwestie.
Pas na een week verklaarde ze dat Israël zich aan het internationaal recht moest houden, iets wat EU-buitenlandchef Josep Borrell meteen had gezegd. Maar Borrell heeft minder aanzien dan Von der Leyen. Pas na meer dan een week legden de lidstaten vast dat Israël het internationaal recht moest respecteren. In de tussentijd had de Hongaarse Europese Commissaris Oliver Varhelyi op X bekendgemaakt dat de EU de hulp aan de Palestijnse gebieden zou bevriezen. Hij werd snel teruggefloten, maar de schade in de beeldvorming was niet meer terug te draaien. Dit was geen eenstemmig Europa, maar een kakofonie.
In het huidige conflict in het Midden-Oosten speelt de EU geen rol van betekenis. Hoewel de EU verdeeld is, bleef in de Arabische wereld vooral de aanvankelijke steun aan Israël hangen. ‘Op de vredestop in Cairo was de stemming tegenover de EU zeer negatief’, zegt een hoge EU-ambtenaar.
De Arabieren verwijten de EU (en de VS) vooral dat zij een dubbele standaard hanteert. De Europeanen leverden grote inspanningen toen Rusland het internationaal recht schond door Oekraïne aan te vallen. Maar nu schendt Israël het internationaal recht, zei bijvoorbeeld de Jordaanse koning Abdullah in Cairo, met bombardementen waarvan burgers het slachtoffer worden, en een blokkade die de Gazanen water, voedsel, brandstof en andere basisbenodigdheden ontzegt. Europa blijft stil, aldus Abdullah. Hooguit klinkt een beleefd verzoek aan Israël om enige terughoudendheid te betrachten. ‘Het internationaal recht verliest zijn waarde als het selectief wordt toegepast’, aldus Abdullah.
Israël luistert naar de VS, niet naar de EU. Daarmee lijken de kansen op een geopolitieke rol voor de EU in dit conflict verkeken. Pas na de oorlog ontstaan nieuwe mogelijkheden, schreef de Franse ex-diplomaat Pierre Vimont voor de denktank Carnegie Endowment for International Peace.
De EU is de belangrijkste handelspartner van Israël en de grootste donor in de Palestijnse gebieden. Die economische macht zou ze kunnen gebruiken om Israël en de Palestijnen ervan te overtuigen weer serieus te gaan onderhandelen. In 1980 erkende de EU (toen nog Europese Economische Gemeenschap) in de Verklaring van Venetië het recht op Palestijns zelfbestuur, nog voor de Amerikanen. Door zijn militaire zwakte kan Europa geen politieman zijn, maar wel een bemiddelaar. ‘Europa kan een diplomatieke tuinman zijn’, zegt een hoge EU-ambtenaar. Maar dan moet het in geopolitiek opzicht wel met een stem spreken.
Source: Volkskrant