Home

Ann Wroe, de auteur van de briljante necrologieën in ‘The Economist’: ‘Mijn werk gaat niet over de dood’

Necrologieën-schrijver Ann Wroe (72) is een genie. Ze heeft weinig aan stambomen of cv’s. ‘Een briefopener of een favoriet woord kan een overledene vaak beter vangen. Elk detail telt.’

Maarten van Rossem, die dinsdag 80 wordt, zou het ‘fantastisch’ vinden als zijn dood zal worden vermeld in The Economist. In dat Engelse weekblad verschijnen de beste necrologieën, zei de historicus een paar jaar geleden in het tv-programma De slimste mens.

Van Rossem leest ze altijd, vertelt hij telefonisch vanuit een museum in Boston, waar hij met vakantie is. ‘Dat komt door drie essentiële elementen: de necrologie bevat informatie die je nooit eerder bent tegengekomen, maakt de emotionele betekenis van de overleden persoon duidelijk, en is geweldig geschreven.’

Het bijzondere van de necrologieën in The Economist is dat ze worden geschreven door één persoon. ‘Superieure journalistiek’, zegt Van Rossem. ‘De vrouw die dit doet, is een genie.’

Ann Wroe (72) is die vrouw. Op feestjes verstarren de gezichten als ze over haar werk vertelt, zegt ze in een videogesprek vanaf de redactie van The Economist in Londen. ‘Alsof je accountant bent. Maar dan vertel ik dat mijn werk helemaal niet over de dood gaat – vaak beschrijf ik de doodsoorzaak niet eens. Ik probeer het leven te vieren.’

Over haar werkwijze verscheen onlangs het boek Lifescapes – A Biographer’s Search for the Soul. Ze schrijft daarin dat ze bij haar wekelijkse zoektocht doorgaans weinig heeft aan chronologieën, stambomen en cv’s. ‘Aan de andere kant kunnen de kleinste dingen wel belangrijke aanwijzingen geven. Een koperen briefopener, een versteld vest of een favoriet woord kan een overledene veel scherper vangen.’

Bij zichzelf denkt ze dan ‘aan haar lievelingsjasje, gerafeld aan knoopsgaten en ellebogen, kraag en manchetten, omdat dat ruikt naar regen en de heuvels, en elke braamstruik wel een kras heeft opgeleverd.’

Wroe, historica en auteur van onder meer biografieën over de Romeinse gouverneur Pontius Pilatus en de Britse dichter Percy Shelley, schrijft de obituaries nu twintig jaar. De keuze is wekelijks enorm. The Economist is dan wel een Engels blad, maar richt zich op een mondiaal publiek en elke week sterven er ruim een miljoen mensen. Slechts een van hen kan Wroe behandelen. Onder pausen en Amerikaanse presidenten kan ze moeilijk uit, zegt ze, maar wereldberoemde mensen hebben niet per se haar voorkeur. ‘Aan hun verhalen is het moeilijk nog iets toe te voegen.’

Speurend naar bijzondere doden leest ze iedere zondag de necrologieën in The New York Times, The Daily Telegraph en de South China Morning Post. Ook krijgt ze tips van collega’s en lezers. Vaak zit er zondagavond een naam in haar hoofd, maar ze kan pas aan de slag na de maandagochtendvergadering. ‘Iemand kan daar altijd nog een obscure Deense cinematograaf opwerpen.’

Haar onderwerpen hebben, behalve een recente dood, één ding gemeen. ‘Als ik over ze lees, rinkelt in mijn hoofd een bel. Dat betekent dat er een goed verhaal in zit.’ Behalve bij paus Benedictus XVI, Paul Newman, Tina Turner en Sean Connery gebeurde dat ook bij een houtsnijder, een kaasmaker, een plaatsnamenexpert en de laatste spreker van het Eyak, een Indiase taal. Dirigent Bernard Haitink, Rembrandt-kenner Ernst van de Wetering en meteoroloog Paul Crutzen zijn de laatste Nederlanders bij wie er een bel afging.

Vaak schrijft Wroe over slachtoffers van terroristische aanslagen. ‘Zo’n plotseling, rampzalig einde brengt scherp in beeld hoe kostbaar het leven is en hoeveel dromen er verloren zijn gegaan.’

Dankzij een suggestie van de Israël-correspondent van The Economist gaat het deze week over Ofir Libstein, burgemeester van Sha’ar HaNegev, een plaatsje op drie kilometer van de Gazastrook. Als hij een doorsnee Joodse patriot was geweest, had dat Wroe verwijten van partijdigheid kunnen opleveren, zegt ze. ‘Maar wat zijn leven bijzonder maakt, is dat hij een industriële zone wilde opzetten waar duizenden inwoners van Gaza konden werken.’

Iedere maandag leest ze tot diep in de nacht alles wat er over de persoon te vinden is. Zezoekt op YouTube naar kenmerkende lichaamstaal of het gebruik van een opvallend woord. ‘Elk detail telt.’

In het geval van Libstein was er niet veel te vinden. ‘Ik heb me ondergedompeld in de kranten van Negev’, zegt ze. ‘Ik spreek geen Hebreeuws, dus thank God for Google translate.’

In de lokale pers vond ze ‘een prachtig detail’. Libstein bleek een festival te hebben opgericht ter ere van de anemoon, een bloem die de velden in Sha’ar HaNegev scharlakenrood kleurde. ‘Op Facebook staat een foto waarop hij daar stralend tussen ligt. Ik zag een treurige synchroniciteit in de rode bloemen van het festival en het bloed van de schietpartij.’

Nabestaanden heeft Wroe niet gebeld. ‘Dat doe ik nooit. Ten eerste omdat ik mezelf niet wil opdringen. Mensen zijn aan het rouwen. Ten tweede ben ik niet geïnteresseerd in meningen, ook niet in die van mezelf. Ik wil de overleden persoon zelf aan het woord laten, in zijn of haar huid kruipen.’

Wroe velt geen oordeel, óók niet als haar onderwerp het brein achter een aanslag is. Haar stuk in 2011 over Osama bin Laden, waarin ze onder meer schreef dat de Al Qaida-leider van zonnebloemen hield en yoghurt met honing at, leidde daardoor tot woedende Amerikaanse lezers. Wroe noemt dat ‘belachelijk’. ‘Wat me zo aan Bin Laden interesseert, is dat hij geen enkele waarde hechtte aan mensenlevens, maar het tegelijkertijd plezierig vond om zijn kinderen mee te nemen naar het strand. Niemand is alleen maar slecht. Net zoals niemand alleen maar goed is.’

Wroe gelooft in het bestaan van de ziel. ‘Ik denk dat we allemaal deel uitmaken van een immens goddelijk bewustzijn. Een deel daarvan dragen wij in onszelf mee – dat is de ziel. Doordat iedereen een ander deeltje van dat bewustzijn in zich heeft, ervaren we de wereld op een unieke manier. Die specifieke ervaring, die ziel, probeer ik in mijn stukken te vangen.’

Haar denkbeelden zijn een brouwsel van onder meer platonische en hindoeïstische ideeën. Het leven eindigt niet met de dood, zegt ze. Lachend: ‘Ik denk dat het dan pas begint.’ De mens, vermoedt ze, zal na het leven op aarde een hogere realiteit ervaren en op een veel fundamentelere, ‘engelachtige’ manier betrokken raken bij de planeet. ‘We gaan niet alleen maar op een harp zitten spelen.’

Die ideeën zijn niet direct terug te lezen in haar stukken. Maar mogelijk, zegt ze, worden ze er wel door gekleurd. ‘Misschien zijn ze er vrolijker door. Omdat ik niet denk dat alles eindigt met de dood, voel ik tijdens het schrijven alleen in uitzonderlijke gevallen verdriet.’

Dat schrijven gebeurt op dinsdag. Ze begint ’s ochtends, de deadline is om half vijf. Op woensdagochtend gaan de factcheckers aan de slag, die middag gaat het blad richting drukker.

‘Ik ben altijd bang dat een wereldberoemd persoon op dinsdagavond of woensdag doodgaat’, zegt ze. ‘Ik vind het niet erg om een necrologie weg te gooien en aan een nieuwe te beginnen, maar vaak is daar geen tijd meer voor.’

Diego Maradona stierf op een woensdag. ‘Ik ben een voetbalfan, maar niet in die mate dat ik me die ene goal in die ene wedstrijd van veertig jaar geleden kan herinneren. Een collega die dat wel kan, heeft daarom een regulier nieuwsartikel over zijn dood geschreven. Een goed stuk, maar toch iets anders dan een necrologie.’

De dood van Maradona kwam door zijn alcohol- en drugsgebruik niet als een totale verrassing. Maar waar bij grote, Engelstalige kranten honderden necrologieën over oude, zieke of anderszins ongezonde beroemdheden alvast op de plank liggen, heeft Wroe een veel bescheidener voorraad.

‘Bij kranten als The Daily Telegraph worden de stukken soms door specialisten in een vakgebied geschreven, ik doe ze allemaal zelf’, zegt ze. Bovendien is het van veel acteurs, muzikanten of politici überhaupt de vraag of ze The Economist halen. Waar kranten dagelijks meerdere plekken kunnen vullen, is dat er bij het zakenblad één per week. Al bestaan er uitzonderingen, zoals de editie van 26 mei 2018, toen er plaats werd gemaakt voor twee prominente Amerikaanse schrijvers: Tom Wolfe en Philip Roth.

Wroe heeft ongeveer twintig stukken ‘klaarliggen’. Een daarvan gaat over de 80-jarige zanger van The Rolling Stones, Mick Jagger. ‘Hij ziet er kerngezond uit, alsof hij nog jaren meekan, maar uiteindelijk moet er toch een stuk over hem verschijnen.’ Ook Bob Dylan, Jaggers twee jaar oudere collega, ligt op de stapel.

Alden Whitman, tussen 1964 en 1976 chef necrologieën van The New York Times, zei ooit in het blad Esquire dat als hij erg tevreden was over een vooruit geschreven necrologie, hij niet kon wachten tot de persoon in kwestie dood neerviel, zodat hij zijn meesterwerk aan de wereld kon laten zien.

Wroe herkent zich daar niet in. ‘Zelden denk ik dat ik een meesterwerk heb afgeleverd.’ Dat gevoel bekroop haar het meest in 2009, toen ze schreef over Benson, ‘de grootste en meest geliefde karper van Groot-Brittannië’.

In dat stuk staat onder meer: ‘In haar gloriedagen deed ze sommigen denken aan Marilyn Monroe, anderen aan Raquel Welch. Ze was leniger dan beiden als ze door het watergewas bewoog, een luie kronkel van goud. Haar glanzende schubben, zei een fan, waren zo perfect dat ze beschilderd leken. Haar lippen waren vol, zwoel of mokkend, haar uitdrukking onbewogen; ze glimlachte zelden.’

Benson was beroemd omdat zij maar liefst 48 keer was gevangen – om vervolgens weer in het water te worden gegooid. ‘Dat is toch een buitengewoon verhaal? De band tussen Benson en de vissers die de hele dag maar een beetje aan het meer zitten te wachten, intrigeerde me.’

Drie weken geleden behandelde ze evenmin een mens. Toen beschreef ze het leven van de Sycamore Gap Tree, de ongeveer 300 jaar oude plataan in het noorden van Engeland die door vandalen werd omgezaagd. ‘Het was moeilijker me in een boom te verplaatsen dan in een vis’, zegt ze. ‘Een vis heeft bewustzijn, heeft gevoelens. Langzamerhand komen we erachter dat een boom communiceert via wortels en geluiden maakt als die dorst heeft, maar dat besef leeft niet bij iedereen. Het risico blijft dat je vreselijk sentimenteel overkomt als je schrijft over de gevoelens van een boom.’

Haar neiging om zich in mensen, dieren of bomen te verplaatsen, kan serieuze vormen aannemen. Toen de terughoudende Wroe de biografie schreef van de radicale dichter Percy Shelley, begon ze tijdens etentjes ineens felle betogen te houden over persvrijheid of mensenrechten. ‘Dat was buitengewoon’, zegt ze. ‘Het schokte mij, maar ook mijn tafelgenoten.’

De levens van de mensen over wie ze in The Economist schrijft, betreedt ze minder lang. ‘Maar ook zij beïnvloeden me. Als het bijvoorbeeld mensen zijn die snel praten, ga ik snel schrijven. Ik heb het gevoel dat ik bij ze in de buurt moet blijven.’

Wie een necrologie in The Economist leest, zal de naam van Ann Wroe daar niet bij zien staan. Als een van de weinige bladen vermeldt The Economist niet wie welk stuk heeft geschreven. ‘Dit klinkt pretentieus’, zei hoofdredacteur Zanny Minton Beddoes in 2019 tegen de Volkskrant, ‘maar ik heb het gevoel dat we slechts tijdelijk op de winkel passen. En omdat we zijn opgericht om een stem van het liberalisme te zijn, gaat het meer om de visie van de krant als geheel dan om die van individuele redacteuren.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next