Home

In de Franse cultuur staat de koe op een voetstuk

Om de klimaatdoelen te kunnen halen, moet ook Frankrijk de veestapel drastisch verkleinen. Dat ligt gevoelig in een land waar de liefde voor veeteelt diep in de cultuur is verankerd. ‘Een dag zonder? Onze keuken drááit om vlees. Ik ben er trots op.’

Liefdevol doch beslist haalt Antoine Verlaguet keer op keer de borstel door de rossige haren van zijn Lozère. Eindeloos herhaalt hij het ritueel, zichtbaar zenuwachtig in de laatste minuten voordat ze op moet: pssht pssht met de waterspray om de haren stevig in model te houden en dan de borstel erover, de vacht om de staart rondom naar buiten kammend. ‘Zo komt haar bekken het best tot zijn recht.’

Zo dadelijk zal Lozère van achter de gordijnen de arena in lopen, waar het publiek massaal is toegestroomd voor het koeienkampioenschap. Na de ronde langs de toeschouwers worden de Limousin-koeien in het midden opgesteld, flank aan flank, de met haarlak getoupeerde staarten naar de tribune gekeerd. Gewapend met een serieuze blik en een notitieblok cirkelt de keurmeester om de koeien heen. De beste vrouwtjes wacht straks een plek op het podium.

Over de auteur
Eline Huisman is correspondent Frankrijk voor de Volkskrant. Ze woont in Parijs.

Het geheel heeft iets van een missverkiezing, al is het begeleidende commentaar daarvoor wat al te letterlijk een vleeskeuring. ‘Kijk naar dit prachtige vrouwtje. Zie haar achterste, bewonder haar brede bekken!’, prijst de presentator de dieren aan. ‘Dat is het mooie van de Limousin: een koe die goede moederkwaliteiten combineert met slachtrendement.’

Het kampioenschap is een van de hoogtepunten van de jaarlijkse veehouderijbeurs even buiten Clermont-Ferrand. Hier strijdt de crème de la crème van Frankrijks roodbruine Limousin-koeien om een plek op het podium. Boeren die met hun dier zijn gekwalificeerd, laten hier de wereld zien wat ze in huis hebben. ‘Morgen vindt de veiling plaats’, zegt veehouder Verlaguet, die naast Lozère nog drie koeien en een stier mag showen. ‘Een mooie plaats bij de keuring helpt ons aan een goede verkoopprijs.’

De hoogmis van de veeteelt, zoals de Sommet de l’Élevage in Frankrijk wordt genoemd, is de grootste in zijn soort in Europa. Tweeduizend dieren van zeventig verschillende rassen worden hier tentoongesteld, vier dagen lang. Koeien in allerlei soorten en kleuren, maar ook schapen, geiten en paarden. Een etalage waar de staat van het vak wordt getoond, en vooral ook: waar traditie en de Franse liefde voor de veeteelt worden gevierd.

Voor Frankrijk is de veehouderij van fundamenteel belang. Met ruim 17 miljoen koeien is het de grootste rundvleesproducent van de Europese Unie en de tweede zuivelproducent (na Duitsland). Maar, zo klinkt het intussen ook in Frankrijk, zo’n grote veestapel is onhoudbaar in het licht van de klimaatdoelen die het land zich heeft gesteld. Alle koeien tezamen zijn verantwoordelijk voor 11,8 procent van de Franse uitstoot van broeikasgassen. Om de uitstoot van CO2 en methaan drastisch naar beneden te brengen – Frankrijk wil in 2050 CO2-neutraal zijn – moet de veestapel aanzienlijk inkrimpen, oordeelde de Cour des comptes, de Franse Rekenkamer, eerder dit jaar.

Die boodschap komt hard aan in een land waar de liefde voor vlees en veeteelt diep verankerd is – zeker als het de koe betreft. De gemiddelde Fransman eet bijna 110 kilo vlees per jaar, waarvan ruim 21 kilo rundvlees. Ter vergelijking: in Nederland is dat respectievelijk ongeveer 75 en 16 kilo. Wereldwijd ligt het gemiddelde op een kleine 60 kilo voor de vleesconsumptie als totaal, waarvan rundvlees bijna 9 kilo per persoon uitmaakt. Vegetarisme is in Frankrijk een zeldzaam verschijnsel: ongeveer 2,2 procent van de bevolking eet helemaal geen vlees of vis, volgens cijfers van overheidsinstituut FranceAgriMer uit 2021. Het belang van vlees zit ook in de taal besloten: ‘viande’, het Franse woord voor vlees, werd in het oud-Frans gebruikt als verzamelterm voor alle soorten voedsel.

En er speelt nog iets, zegt Jacques Chazalet, president van de veehouderijbeurs in Clermont-Ferrand. ‘Een belangrijk verschil met de Nederlandse veeteelt is dat in Frankrijk de veehouderij sterk verbonden is met het landschap. Dat is open en aantrekkelijk dankzij de dieren. Die boodschap willen we hier overbrengen: het houden van dieren is een voorwaarde voor het welzijn van ons landschap.’

Frankrijk doet te weinig om de uitstoot van broeikasgassen door vee terug te dringen, oordeelde ook de Europese Commissie vorig jaar. Bovendien zou het de Franse landbouwpolitiek als geheel ontbreken aan klimaat- en milieuambities. Maar dat de Rekenkamer zich expliciet richt op het inkrimpen van de veestapel als oplossing, valt bij de sector verkeerd. Dat is te simplistisch, reageerde landbouwvakbond FNSEA fel, wiens leden ‘boos en gekwetst’ waren. De bond ziet de oplossing vooral in ander veevoer, waardoor koeien minder methaan zouden produceren.

In het congrescentrum van Clermont-Ferrand kunnen bezoekers zich tegoed doen aan het Franse rundvlees. Voor de gelegenheid zijn de zalen omgebouwd tot restaurants, ingedeeld op ras. Salers, Charolais, Aubrac: bij de ingang van elke eetzaal hangt een levensgrote foto van de betreffende koe die op het menu staat, maar dan nog levend en omgeven door idyllisch grasland. Ook de Limousin, even verderop levend te bewonderen in de arena, heeft hier een eigen restaurant. Voor het hoofdgerecht is er keuze tussen Limousin-biefstuk, -runderlap, of -stoofvlees.

Een goede biefstuk of entrecote is voor een deel van de Fransen een kwestie van identiteit, een onderdeel van de Franse levensstijl, stelt de vooraanstaande politicoloog Jérôme Fourquet. Politici van links tot extreem-rechts verdedigen dat idee – de leider van de communistische partij PCF, Fabien Roussel, pleitte onlangs zelfs voor het vergroten van de veestapel. En in extreem-rechtse hoek steken influencers op Instagram en TikTok de loftrompet over de traditionele Franse keuken met een hoofdrol voor vlees, die door de opmars van halal of vegetarisch eten onder druk zou staan.

Geen wonder dat ook de minister van Landbouw, Marc Fesneau, furieus reageerde op het advies van de Rekenkamer om de veestapel te verkleinen. ‘De boodschap van gedwongen krimp als overheidsbeleid is merkwaardig, om niet te zeggen losgezongen van de werkelijkheid’, schreef hij op X. ‘Er bestaat geen gebod dat ons verplicht te kiezen tussen plantaardig en dierlijk.’ Bij aanvang van de veeteeltbeurs in Clermont-Ferrand maakt de minister met een interview in La France Agricole zijn positie nog eens extra duidelijk. ‘Nee, we hebben niet de doelstelling de veestapel te verkleinen.’ Liever kijkt hij naar oplossingen als koolstofarme kunstmest en ander veevoer.

Toch houdt ook de Franse overheid rekening met een inkrimpende veestapel. De regeringsplannen om de uitstoot van CO2 te vermin­deren, gaan uit van een inkrimping van het aantal melkkoeien met 25 procent en 33 procent van de overige koeien, tussen nu en 2050. Die afname gaat nu voor een deel automatisch: door toenemende droogte wordt voeding als gras en kruiden schaarser. En boeren hebben moeite opvolgers te vinden in de jonge generatie. Daardoor is het aantal koeien in zes jaar al met 10 procent afgenomen.

Dat is niet genoeg, waarschuwt de Rekenkamer. De regering moet de krimp niet op zijn beloop laten, maar een gerichte strategie formuleren. In plaats van de ‘aanzienlijke overheidssteun’ over de gehele sector te verdelen – 4,3 miljard euro in 2019 – zou de overheid beter kunnen inzetten op hulp aan boeren die op een duurzamere manier willen produceren of een ander vak willen kiezen.

Op de veeteeltbeurs, die dit jaar voor het eerst in het teken staat van duurzaamheid, wordt driftig gereageerd op het Rekenkamerrapport. Het prestigieuze opleidingsinstituut AgroParisTech organiseert er een debat over onder de titel ‘Veeteelt en voeding: adieu kalfjes, koeien, schapen ...?’ De inzet is op voorhand duidelijk, blijkt uit de flyers die bij aanvang worden uitgedeeld. De boodschap: de veehouderij is belangrijk voor het onderhoud van het Franse landschap, zorgt voor een vruchtbare bodem, en zorgt bovendien voor economische en sociale activiteiten in regio’s die moeilijk te bebouwen zijn.

Inkrimpen van de veestapel, zo klinkt de vrees bij vrijwel alle bezoekers en deelnemende boeren op de beurs, zal bovendien vooral leiden tot meer import. Een risico waar ook de Rekenkamer voor waarschuwt: het aantal dieren verkleinen is voor het klimaat alleen zinvol als ook de consumptie vermindert. Het instituut neemt de adviezen van gezondheidsinstanties als leidraad: niet meer dan 500 gram rood vlees per persoon per week. Nu eet bijna eenderde van de Fransen meer dan die aanbevolen maximale hoeveelheid.

‘’s Ochtends, ’s middags en ’s avonds’, zegt Adeline Borel, die aan een van de picknicktafels van een broodje worst geniet. ‘Een dag zonder? Onze keuken drááit om vlees. Ik ben er trots op. Ik werk hard en wil mezelf een plezier kunnen doen.’ Borel is naar de beurs gekomen om haar bedrijf te promoten, dat zonnepanelen voor boerderijen verkoopt. ‘Misschien moeten we wel wat minderen, maar eerlijk gezegd is dat voor mij ondenkbaar. Onze hele gastronomie is opgebouwd rondom de veehouderij, het hoort bij onze tradities.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next