Spannende wetenschap wordt niet langer bedacht in saaie grijze blokkendozen. Zo is het oude gebouw van de faculteit ITC in Enschede omgetoverd in een aantrekkelijk ‘leerlandschap’. Stimuleert dit de gebruikers ook daadwerkelijk tot kennisuitwisseling en samenwerking?
Een stel ‘maanlanders’. Dat is het eerste wat je ziet als je de hal van de faculteit geo-informatie en aardobservatie (ITC) van de Universiteit Twente binnenstapt. De faculteit is sinds kort gevestigd in het gerenoveerde gebouw Langezijds, een voormalig laboratorium uit de jaren zeventig.
De maanlanders blijken stereoplotters, instrumenten die luchtfoto’s kunnen omzetten in topografische kaarten. Daarmee legde de eerste generatie ITC-studenten gegevens over de leefomgeving vast. Tegenwoordig doen ze dat met behulp van computers, satellieten en zelfgebouwde drones. De informatie wordt voor van alles gebruikt, van stedenbouw tot waterbeheer en klimaatplannen.
Over de auteur
Kirsten Hannema is architectuurrecensent voor de Volkskrant. Ze schrijft sinds 2007 over architectuur, stedenbouw en landschapsontwerp.
Het tweede wat je opmerkt in het gebouw zijn de etensgeuren uit het restaurant, dat via een enorme tribunetrap met de hal is verbonden en rond het middaguur snel volloopt. De uit Hongarije afkomstige student Márton geniet er van een warme lunch, en van het uitzicht over de herfstgeel en -rood kleurende campus. Sinds kort is dit zijn ‘stamplek’, ook al studeert hij niet aan de ITC-faculteit; hij volgt de masteropleiding Engineering Technology, even verderop. ‘Maar om te studeren kom ik liever hier’, zegt hij.
Wat hem aan het gebouw bevalt? ‘De relaxte sfeer, de planten.’ Hij wijst op de binnentuin die rond de hal is aangelegd. ‘En de combinatie van materialen.’ Hij blikt richting het betonnen dak en de glazen gevel met houten kozijnen. ‘Ik kom uit een post-Sovjetland. Het gebouw herinnert me aan die architectuur, maar dit is een verbeterde, vriendelijke versie.’
Op 25 oktober wordt het ITC-gebouw, dat in april in gebruik is genomen en sindsdien wordt overspoeld door studenten van alle faculteiten, geopend door demissionair minister Schreinemacher (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking).
Het gebouw Langezijds, dat ooit werd gebouwd als scheikundelaboratorium, ontleent zijn naam aan zijn lengte van 220 meter. Het was ontworpen voor machines, en was door de lage plafonds en grote diepte (40 meter) erg donker. Het liet zich lastig hergebruiken; jarenlang stond het leeg te verkommeren.
Met een slimme ingreep hebben Civic Architects, VDNDP en Studio Groen+Schild het tot faculteitsgebouw getransformeerd. Ze zaagden op vier plekken grote gaten in de verdiepingsvloeren en maakten daar beplante atria, waardoor er licht in het gebouw komt en er een aangenaam binnenklimaat ontstaat. Het gebouw is geïsoleerd, kreeg een nieuwe glazen gevel en is nu energiezuinig.
De transformatie is onderdeel van de grootscheepse vernieuwing van de Twentse campus, die – simpel gezegd – van grijs naar groen moet verkleuren. Naoorlogse betonkolossen worden verduurzaamd, de parkeerplaats voor het ITC-gebouw wordt vervangen door een plein met bomen en er komen meer wandel- en fietspaden.
Deze ontwikkeling staat niet op zichzelf: op de science-campussen in Leiden, Utrecht en Amsterdam verrijzen nieuwe gebouwen volgens eenzelfde receptuur, met veel hout, plantenwanden en hoge, open onderwijsruimten die zijn ingericht met kekke zitjes en werkplekken. De bedoeling is dat studenten en onderzoekers elkaar daar ontmoeten voor een praatje, brainstormsessie of overleg, waarbij een kruisbestuiving van ideeën ontstaat.
Zo moeten de gebouwen kennisuitwisseling en samenwerking stimuleren, en aldus bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe technologieën, van AI tot vliegende auto’s en duurzame energie. Maar werkt het ook zo? We vroegen aan drie gebruikers van de ITC-faculteit of en hoe het nieuwe gebouw helpt bij hun werk en onderzoek.
Om de meerwaarde van dit gebouw te begrijpen, is het goed om te weten waar de ITC-faculteit vandaan komt, zegt opleidingsmanager Jeroen Verplanke. ‘Onder de naam International Training Center is onze opleiding in 1950 opgericht door toenmalig minister-president Willem Schermerhorn, hoogleraar landmeten, om aansluitend op onze wederopbouw ontwikkelingslanden te helpen. Hij wilde mensen uit die landen leren hoe je met behulp van informatie zoals luchtfoto’s en kaarten de ruimtelijke ordening, landbouw en waterbeheer kunt verbeteren.’
‘Als ons doel is om ontwikkelingslanden te helpen, dan moet je zelf het goede voorbeeld geven, met duurzame huisvesting. We wilden zo veel mogelijk werken met wat er is. Niet alleen het gebouw, zelf maar ook het meubilair is merendeels hergebruikt.’
De ITC-faculteit was voorheen gevestigd in een pand in de binnenstad, ‘een beetje in onze eigen bubbel’, aldus Verplanke. ‘Het doel van de verhuizing was om onderdeel te worden van de campus, zodat anderen ons leren kennen en vice versa. Het klimaat en de effecten van overstromingen en droogte waren altijd belangrijke thema’s in ons onderwijs en onderzoek. Maar door de wetenschappelijke focus op klimaatverandering speelt geo-informatie een steeds belangrijkere rol, bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van waarschuwingssystemen voor natuurrampen.’
Bij die rol past de prominente plek van de nieuwe ITC-faculteit, pal aan het centrale plein van de campus. Aan het plein hebben de architecten de metershoge entreehal met tribunetrap geplaatst. Verplanke vindt dat de mooiste ruimte van het gebouw.
‘We zien dat de entree uitnodigend werkt: mensen van over de hele campus bezoeken ons gebouw om te studeren, overleggen of lunchen. Driekwart van de studenten die je hier nu ziet, komt van andere faculteiten’, vertelt Verplanke. ‘Zo veel aanloop hadden we van tevoren niet verwacht.’
Sommige medewerkers moeten nog wennen aan de open opzet en de aanloop van buiten. Het oude gebouw werd alleen gebruikt door ITC-studenten, en ze werkten daar in besloten kantoorruimten. Maar samenwerking tussen studenten van faculteiten is juist ook wat de universiteit beoogt. En die komt in dit gebouw ook op gang, bijvoorbeeld in de vorm van het pas opgerichte Klimaatcentrum, dat onderwijs- en onderzoekprogramma’s rond klimaat bijeenbrengt.
Midden in het ITC-gebouw bevindt zich een grote ruimte met vijf ‘iPad-tafels’. Cheryl de Boer, universitair docent Spatial Planning & Governance en specialist op het gebied van energie, zet een van de digitale tafels aan, waarop een kaart van Enschede verschijnt. Ze toont op de kaart de mogelijkheden voor verduurzaming, die ze onlangs heeft verkend met gemeenteraadsleden, burgers en een lokale energiecoöperatie.
‘Kijk, in het rood zie je alle daken die geschikt zijn voor zonnepanelen; klik ze aan en je weet direct hoeveel energie dat oplevert en hoe dat zich verhoudt tot de 150 duizend megawatt die de gemeente in 2030 duurzaam wil opwekken. Vervolgens kun je bekijken wat alternatieven zoals windmolens of zonneparken opleveren; die locaties zijn in verschillende kleuren groen aangegeven.’
De Design and Interactive Space for Cocreation (interactieve ontwerp- en cocreatieruimte) is wat De Boer betreft de grote aanwinst van het nieuwe faculteitsgebouw. ‘In ons oude pand hadden we een digitale tafel in een achterafkamertje. Vergelijk dat met de ruimte, het daglicht en het uitzicht dat we nu hebben.’ Ze wijst op het groene panorama. ‘Studenten die onderzoek willen doen op het snijvlak van sociologie en technologie lopen nu makkelijk binnen, en we kunnen hier groepen ontvangen voor participatieworkshops.’
Dat laatste wordt steeds belangrijker, denkt De Boer. ‘De technologie die nodig is voor de energietransitie hebben we, maar keuzen maken blijkt lastig. Waar kun je windmolens en biomassacentrales plaatsen, wie verdient eraan, wat zijn de belangrijkste prioriteiten in zo’n discussie? Dat zijn onderwerpen waarover mensen uiteenlopende meningen hebben, en waarop projecten nu vastlopen. Door informatie met belanghebbenden te delen, kun je genuanceerder kijken en gezamenlijk tot een oplossing komen.’
Ze noemt als voorbeeld de studie die ze deed met een groep uit Dalfsen; dat dorp wil energieneutraal worden. ‘Op onze kaarten zagen ze wat de impact is van duurzame energiemaatregelen op het landschap, zoals de aanleg van zonneparken in weilanden. Ze besloten om eerst nog eens goed te kijken naar mogelijkheden voor energiebesparing.’
We moeten de invloed van architectuur niet overdrijven, vindt student Liza Roman. ‘Toen we begin april in het gebouw trokken, was er een openingsevenement waarbij ik als lid van de faculteitsraad een praatje hield. Ik zei: we hebben hier een geweldige plek gekregen, maar het is aan ons wat we ermee doen, om het ons thuis te maken.’ Lachend: ‘Even later zag ik studenten op de banken neerstrijken en zelfs hun schoenen uittrekken.’
Maar we moeten de invloed van architectuur ook niet onderschatten, denkt Roman. Neem de drie binnentuinen die DS landschapsarchitecten in het gebouw heeft aangelegd, met waterpartijen en tropische planten. Dat is meer dan mooimakerij. Zo toont wetenschappelijk onderzoek dat uitzicht op natuur een positieve invloed heeft op de menselijke gezondheid; vandaar ook dat steeds meer ziekenhuizen beplante (buiten)ruimten aanleggen.
Roman ziet het faculteitsgebouw met zijn binnentuinen als een prototype voor de groene stad van de toekomst. ‘Ik volg de specialisatie Urban Planning, en richt me op mobiliteit en transport. Ik kom uit Mexico, waar vooral wordt geïnvesteerd in autowegen, met alle bijkomende problemen van dien. Hier onderzoek ik hoe 15-minutensteden werken, waarbij alle dagelijks behoeften op een kwartier lopen of fietsen van je huis te vinden zijn. We hebben onder andere gekeken hoe dat in Enschede en op de campus werkt. Wat blijkt? In een omgeving met plantsoenen en parkjes gaan mensen meer wandelen of fietsen.
‘Mijn thuisstad Aguascalientes is vlak; daar is de aanleg van wandel- en fietspaden in combinatie met beplanting goed mogelijk. Groenvoorzieningen helpen om mensen in beweging te krijgen, maar ook om de droogte tegen te gaan. Er zijn al enkele ‘lijnparken’ in de stad, groene plekken langs verkeersroutes waar mensen kunnen lopen of fietsen. Daarvan zouden we er veel meer kunnen maken.’
De faculteit ITC in Enschede is genomineerd als Schoolgebouw van het Jaar. Deze prijs wordt, als onderdeel van de Architectenweb Awards, uitgereikt op 8 november. De andere genomineerde projecten zijn de ‘Groninger buitenschool van morgen’ in Warffum, de renovatie van het leegstaande schoolgebouw De Meppel in Den Haag tot huisvesting voor ROC Mondriaan, basisschool Het Open Venster in Rotterdam en universiteitsgebouw LAB42 op het Science Park in Amsterdam.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden