Home

De Westoever verenigt zich tegen Israël, en wil van kritiek op Hamas niet weten: ‘Nu zijn we één’

Rond vijf uur zaterdagmiddag wordt het in het winkelhart van Ramallah, de Palestijnse hoofdstad op de Westelijke Jordaanoever, nog iets drukker dan het al was. Rond het monument op het Al-Manaraplein met de pilaar en vier leeuwen, bedoeld als symbolen van ‘moed, kracht en trots’, verzamelen zich betogers. Sommigen dragen de Palestijnse vlag.

Politieagenten van de Palestijnse Autoriteit staan rondom, hun witte busjes delen de rijbanen van Radio Street en Main Street, die uitkomen op de rotonde, met de marktkooplieden en hun luidkeels aangeprezen fruit en groente. Twee cameraploegen hebben zich opgesteld te midden van de leeuwen. Op de bovenste verdieping van het gebouw City Center, met uitzicht op het plein, zit het kantoor van Al Jazeera. Dat zal de beelden de wereld over zenden, mocht het op Al-Manara weer uit de hand lopen.

Weer? Ja, in Ramallah en veel andere Palestijnse steden op de Westoever wordt geregeld geprotesteerd sinds Israël begon de Gazastrook te bombarderen, als reactie op de aanval van Hamas-strijders. Zeker sinds de raketinslag in het Al-Ahli-ziekenhuis op 17 oktober zijn de betogingen vaak omvangrijk en heftig. Geregeld treedt de politie op, dan fluiten soms de kogels door de traangaswolken.

Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent Turkije en Iran voor de Volkskrant. Hij woont in Istanbul. Daarvoor werkte hij op de buitenlandredactie, waar hij zich specialiseerde in mensenrechten, Zuid-Azië en het Midden-Oosten. Hij is auteur van Een heidens karwei - Erdogan en de mislukte islamisering van Turkije.

De woede is groot in Ramallah, onder jong en oud. ‘De Israëliërs vermoorden kinderen in Gaza, huizen storten in op de hoofden van de bewoners’, zegt de 73-jarige Ahmad Abu Imad. Met acht andere oude mannen, de meesten boer en bedoeïen, zit hij te kaarten in koffiehuis Palestine, op 80 meter van het Al-Manaraplein.

Boven de mannen hangt een televisiescherm, Al Jazeera staat aan. Beelden uit Gaza. ‘Het maakt me gek als ik dat zie. Zoveel ellende en leugens’, zegt Imad. Hij trekt zijn schoen uit en maakt een werpgebaar naar de tv. ‘Zo voel ik me.’

Woede bij oud en jong. ‘Alle Palestijnen houden van Hamas’, zegt student Farah Karariye (20), die met haar moeder en zusjes aan het winkelen is op Radio Street. ‘Slechte Israëliërs willen ons verjagen van ons land.’

Over de bloedige actie van Hamas op 7 oktober begint niemand uit zichzelf. Als de Volkskrant die ter sprake brengt, volgt een schouderophalen en wordt de aandacht meteen verlegd naar de kinderen van Gaza. ‘Hamas doodt kolonisten die onze mensen hebben vermoord’, zegt de goedlachse student. Aan protesten doet ze niet mee. ‘Ik schrijf gedichten op sociale media, zodat iedereen weet wat ze ons aandoen.’

Of ‘alle Palestijnen’ inderdaad van Hamas houden valt te betwijfelen, maar duidelijk is dat de Palestijnen op de Westoever nu één zijn tegen wat het meisje ‘de oorlogsmisdaden van Israël’ noemt. Kritiek op Hamas valt niet te beluisteren. In de betogingen duiken Hamasvlaggen op en bij vluchtelingenkamp Jalazone, 2,5 kilometer boven Ramallah, hangt zo’n vlag boven de ingang.

Kritiek valt wél te beluisteren op die andere tak van de Palestijnse beweging, de Palestijnse Autoriteit. Vooral PA-president Mahmoud Abbas, tevens president van de staat Palestina en voorzitter van de PLO, moet het ontgelden. ‘Abbas, ga weg!’, schreeuwen betogers. Reden te meer voor de Palestijnse politie om in te grijpen.

De betogers nemen het hem kwalijk dat hij zich niet hard genoeg heeft uitgesproken tegen de Israëlische vergeldingsactie in Gaza. Bovendien zijn Abbas en de PA sowieso niet geliefd onder de Palestijnen op de Westoever. Corruptie en wanbeleid tieren welig, en vooral wordt het de Palestijnse autoriteiten kwalijk genomen dat ze samen met het Israëlische leger het ingewikkelde veiligheidsstelsel op de Westoever in stand houden.

Dat bestaat uit een lappendeken van plukjes Palestijns gebied en Joodse nederzettingen, verbonden door een wirwar van wegen met overal controleposten van het leger, waar Palestijnen hun dagelijkse portie vernedering maar hebben te slikken.

Niets illustreert beter het systeem dat door Human Rights Watch, Amnesty International en Israëlische mensenrechtenorganisaties als B’Tselem ondubbelzinnig ‘apartheid’ wordt genoemd. Dat is allang geen scheldwoord meer, het is onderdeel van het internationaal recht, los van de Zuid-Afrikaanse context. Sinds 1976 is er een VN-verdrag tegen apartheid en het begrip is onderdeel van het statuut van het Internationaal Strafhof.

De mensenrechtenorganisaties komen in een juridische analyse tot de conclusie dat Israël zich schuldig maakt aan apartheid, met name in de bezette gebieden, inclusief Oost-Jeruzalem. ‘In de meeste aspecten van het leven’, aldus Human Rights Watch in het rapport A Threshold Crossed, ‘bevoorrechten de Israëlische autoriteiten systematisch de Joodse Israëliërs en discrimineren ze de Palestijnen.’

Wetten, beleid en uitspraken van leiders ‘maken duidelijk dat het behouden van Joods-Israëlische controle over demografie, politieke macht en land’ leidraad is voor het overheidsbeleid. Daartoe worden Palestijnen ‘in verschillende mate van intensiteit onteigend, opgesloten, met geweld gescheiden en onderworpen’. Soms ‘zijn deze ontberingen zo ernstig dat ze neerkomen op de misdaden tegen de menselijkheid van apartheid en vervolging’.

Daar is geen woord Spaans bij. Voor de inwoners van de Westoever is die werkelijkheid nog grimmiger geworden sinds een jaar geleden een ultrarechtse regering aantrad onder premier Bibi Netanyahu, en zeker sinds het begin van de Gaza-oorlog op 7 oktober. Negentig Palestijnen zijn al omgekomen, deels door legerkogels, deels door geweld van Joodse kolonisten in de illegale buitenposten. Die hebben carte blanche (en elfduizend M16-geweren) gekregen van de extreem-rechtse minister van Nationale Veiligheid, Itamar Ben-Gvir, kennelijk onder het motto: in geval van vuur olie gooien.

Zondagochtend werden op de Westoever minstens vijf Palestijnen gedood, onder wie een bij een (uitzonderlijke) Israëlische luchtaanval op een moskee in de stad Jenin. Volgens het leger werd de moskee gebruikt door Hamas en Islamitische Jihad.

Vanwege de terroristische dreiging, aldus de regering, heeft het Israëlische leger de afgelopen twee weken tal van wegen op de Westoever afgesloten. Voor veel Palestijnen is de reis naar school, werk, dokter of familie nog moeilijker geworden dan zij al was.

‘Een collectieve straf’, volgens de 55-jarige Issam Bakr, deelnemer aan het protest op het Al-Manaraplein. Hij is lid van het centraal comité van de van oorsprong communistische Palestijnse Volkspartij (PPP). Tot drie jaar geleden zat de partij in de regering-Abbas, vanwege het sociaal-economisch beleid stapte ze eruit.

De seculiere PPP verschilt ideologisch sterk van Hamas, zegt Bakr, maar ‘die verschillen worden bevroren’ nu het oorlog is. ‘Nu zijn we één’, zegt hij. ‘We zetten de strijd voort met alle middelen die we hebben.’ Staat de Westoever een nieuwe intifada te wachten? ‘Ja!’, zegt Bakr resoluut. ‘Als Israël de grondoorlog begint, komen er acties tegen de nederzettingen, tegen de checkpoints. De kolonisten zullen aangevallen worden.’

Stevige woorden, die in Israël de angst kunnen voeden voor een ‘derde front’. Dat is wat Hamas wihdet al-sahat noemt, de ‘eenheid van het slagveld’. In dat door Iran bedachte concept wordt Israël van alle kanten aangevallen, vanuit Libanon, Syrië, Jemen, de bezette gebieden en zelfs de Arabische steden binnen Israël. Voorlopig is dat derde front niet geopend en - zo kan worden vastgesteld - zelfs die nieuwe intifada is nog niet begonnen.

Ook de demonstratie op het Al-Manaraplein loopt met een sisser af. Al na drie kwartier geruisloos samenzijn keren de ongeveer 150 betogers huiswaarts. Ook de Volkskrant gaat terug naar Jeruzalem. Op zich een ritje van niks, maar door de vele wegblokkades van het leger is het nog een hele toer. Bij de opgang van de in 2019 geopende weg met de bijnaam ‘Apartheid Road’ staat een file. Er zijn twee rijbanen. Een brede en goed verlichte voor Israëliërs, een smallere, slecht onderhouden voor Palestijnen. De Palestijnse chauffeur neemt de tweede.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next