Na de kwalificatie wist Mirko Bortolotti al dat hij in de race niet meer om de titel zou strijden. Thomas Preining had de pole-position veroverd en daarmee zijn voorsprong groot genoeg gemaakt om zijn eerste DTM-titel veilig te stellen. Daardoor stond er in de seizoensfinale zelf niet veel meer op het spel, op enkele posities in het kampioenschap na. Preining en Bortolotti vormden de eerste startrij, gevolgd door Luca Stolz, Sheldon van der Linde, Laurin Heinrich en Thierry Vermeulen, die een uitstekende kwalificatie kende namens Emil Frey Racing.
Kersverse kampioen Preining had een prima start en hield Bortolotti achter zich. De Italiaan stond meteen onder druk van BMW-rijder Van der Linde, die snel had afgerekend met Stolz. Vermeulen zag een kans op de vijfde plaats, maar moest toch achter Heinemann aansluiten. Maro Engel had een prima start en zat op de staart van Vermeulen nadat hij drie plaatsen had gewonnen in de openingsronde. Engel was gedreven en rekende ook snel af met de Ferrari-coureur.
Het ging er hard aan toe op de baan, wat binnen vijf minuten al resulteerde in contact tussen Marco Wittmann en Christian Engelhart. Het was een late actie van Wittmann waardoor Engelhart richting de Spitzkehre in de baanafzetting gedrukt werd. Dat resulteerde meteen in de eerste safety car van het weekend. Ook bij de herstart maakte Wittmann zich niet populair, dit keer was het Vermeulen die wijd werd geduwd door de tweevoudig DTM-kampioen waardoor hij door het gras moest en terugviel tot de elfde positie. Ook David Schumacher maakte een uitstap door het gras bij het uitkomen van bocht 3.
Bij het openen van de pit window was het direct een stuk drukker dan in race 1 het geval was. Kelvin van der Linde en Stolz kwamen zij aan zij bij het uitrijden van de pitstraat, tot aan het wegtikken van de pylon toe. Van de top-drie was het Sheldon van der Linde die als eerste een pitstop maakte, waarop Bortolotti een ronde later antwoordde. Van der Linde was teruggevallen tot achter Engel terwijl Bortolotti ook na de outlap op koude banden voor Engel bleef. Met 11 minuten in de pit window te gaan volgde ook Preining voor zijn pitstop en behield de virtuele leiding.
Die verloor Preining even aan René Rast, die lang doorreed in zijn stint om van P23 op de startgrid zich plots in de strijd om de zege te mengen. De Schubert Motorsport-coureur moest wel aansluiten achter Engel, maar was wel teamgenoot Van der Linde voorbijgegaan door deze strategie. Waar Rast dus enkel de weg naar voren had ingezet, bewandelde Vermeulen het tegenovergestelde pad. Hij was verder teruggevallen na het contact met Wittmann en lag met minder dan een halfuur te gaan op P17. Het ging van kwaad tot erger voor Vermeulen, die richting bocht 8 Franck Perera wilde inhalen maar daarbij wel Mattia Drudi in de rondte tikte. Het leverde hem drie bezoekjes aan de penalty lap op, waardoor hij een kans op de punten kon vergeten.
In de slotfase naderde Bortolotti Preining, al ontsnapten zij wel aan een safety car na een moment voor Alessio Deledda, die zijn seizoen afsloot met contact met een polystyreen bord langs de baan. Bortolotti zette de druk er vol op, maar een fout in de laatste bocht in de voorlaatste ronde betekende het einde van zijn kansen op de zege, waardoor Preining het weekend op perfecte wijze afsloot met twee pole-positions en twee zeges. Bortolotti maakt een diepe buiging op de tweede plaats terwijl Rast een indrukwekkende inhaalrace had en van P23 naar P3 ging. Vermeulen sloot het seizoen af met P23 en de zestiende plaats in het kampioenschap.
-
+0.852
0.852
+6.766
6.766
+1.594
1.594
+1.575
1.575
+0.569
0.569
+2.714
2.714
+0.618
0.618
+1.938
1.938
+4.214
4.214
+2.656
2.656
+6.655
6.655
+0.415
0.415
+0.868
0.868
+0.124
0.124
+1.535
1.535
+0.803
0.803
+5.430
5.430
+0.668
0.668
+2.537
2.537
+1.406
1.406
+0.486
0.486
+1.149
1.149
+3.159
3.159
+8.917
8.917
3 laps
13 laps
18 laps
Source: Motorsport