Het Jeugdjournaal stond aan, we keken zwijgend.
‘Ik ben voor de Gaza’s’, zei de oudste dochter (8) terwijl ze ondertussen een handstand probeerde te doen op de bank. ‘Zij hebben maar zo’n stukje land en Israël zó.’ Ze spreidde haar armen en keek me verontwaardigd aan. ‘Ga nou eens zitten’, zei ik geïrriteerd. ‘Ik kan niks verstaan zo.’ Even later keken we naar beelden van een gebombardeerde wijk in Gaza-Stad. Eén grijze massa, ingestorte daken, een wereld in puin. Frida (2), op mijn schoot, wees naar de televisie en zei: ‘Omgestoten.’
Op het moment dat ik dit stukje schrijf is het donderdag 12 oktober, de vijfde dag na de aanval van Hamas op Israël, de vergelding is begonnen. U leest dit pas over ruim een week, dat is de productietijd van dit magazine. Het is niet te zeggen hoe de wereld er dan uitziet, of Gaza dan nog bestaat, of Israël dan nog bestaat. Alles wat ik hier schrijf is nutteloos, maar ergens anders over schrijven nog nuttelozer.
Over de auteur
Eva Hoeke is journalist en voor Volkskrant Magazine chroniqueur van het moderne leven.
Sinds zaterdag gaat het over het vinden en formuleren van antwoorden.
Is het terreur of verzet?
Vlaggen hijsen of strijken?
Wat is erger, onthoofde kinderen of platgebombardeerde kinderen?
Zíjn die kinderen wel onthoofd, nou, nou?! Er zijn momenten dat het tot ruzie leidt, terwijl we het eens zijn.
Sinds zaterdag lees ik alle kranten, de commentaren, de analyses, de reportages. Ik zit meer dan ik wil op sociale media. Ik wil weten hoe iedereen erover denkt, maar ben woedend als ik weet hoe ze erover denken. Ik zie mensen die ik hoog heb achterlijke nuances maken, ik zie mensen die ik hoog heb achterlijke oorlogstaal uitslaan. Mensen met obscene solidariteitsverklaringen, mensen die hun lievelingsvijand niet los kunnen laten. Van sommige mensen wil ik nooit, maar ook dan ook nóóit meer iets horen over microagressies als macroagressies door de vingers worden gezien, van sommige mensen schaam ik me dieper dan diep dat ze bij ons in de Tweede Kamer zitten. Prijswinnende argumenten, die zijn er ook, snel naar Marcel toe, heb je dit al gelezen?
Ook bij de buitenwacht is het aftasten geblazen.
Waar sta ik, waar sta jij? Als ze nérgens staan, die mensen bestaan, ben ik ook weer woedend.
Radio 1 en televisie, veel televisie. Journaal, Nieuwsuur, Op1, nog één keer journaal en dan veel te laat in bed liggen, stijf als een plank. De vrouwen op wie ik vertrouw: Ankie Rechess en Nasrah Habiballah.
Flarden van vroeger, de momenten dat mijn eigen ouders voor de televisie zaten. Overdag, ongekend. De dood van Ceaușescu, de Golfoorlog, genocide in Rwanda, Srebrenica. Je wist niet precies wat er aan de hand was, wel dat het menens was. Ik herinner me geen discussies, wel een vaag gevoel van eensgezindheid. Ik neem me voor hetzelfde te doen. Alle kanten belichten, denk ik erbij, niet te veel van het een en niet te veel van het ander. Het helpt niet wanneer één van ons daar als een bootwerker bij zit te vloeken.
Het gebeurt toch.
De beelden worden bruter. Kunnen ze nog bruter? Of ben ik nu al afgestompt? En dan nog iets: heeft Marcel wel in de gaten dat het altijd en alléén mannen zijn die oorlog voeren? Opdracht en uitvoering?
Ik leer over de Nakba, over fatsoenlijk vechten, de rol van de Russen.
Weg die telefoon, flikker op allemaal.
Dit stukje is geschreven op donderdag 12 oktober 2023, vijf dagen na de aanval van Hamas op onschuldige burgers in Israël, god weet hoe de wereld eruitziet als jullie dit stukje onder ogen komen. Ik heb er niets over te zeggen.
Source: Volkskrant