Het was een welkome afwisseling tussen al het slechte nieuws van de afgelopen tijd: de pensioenvoorziening is nergens zo goed als in ons land. Twee financieel dienstverleners legden 47 landen naast elkaar en zetten Nederland op nummer 1. Vrijwel elk jaar hoort ons land bij de beste stelsels.
Dit komt volgens de onderzoekers onder meer doordat het Nederlandse systeem zorgt voor pensioenen die hoog genoeg zijn. Ze prijzen het feit dat vrijwel iedereen in loondienst (90 procent) via de werkgever verplicht spaart voor het pensioen. Die werkgever legt daar bovendien zelf ook geld voor in.
In totaal keken de onderzoekers naar zo'n vijftig criteria. Ze bekeken onder andere of de belastingregels gunstig zijn voor wie pensioen opbouwt en of geld opzijleggen meer oplevert dan wanneer je het op een spaarrekening zet.
Verder vinden ze het beter als er prikkels zijn om het pensioen in maandelijkse bedragen te laten uitbetalen in plaats van een groot bedrag in één keer te ontvangen. Daarnaast bekijken ze of het stelsel houdbaar is op de lange termijn en of er goed toezicht is.
Op basis van al die factoren kwamen de onderzoekers in geen enkel land een betere voorziening tegen dan in Nederland.
Ook voorzitter Ger Jaarsma van de Pensioenfederatie, de belangenvereniging voor pensioenfondsen, bewondert het Nederlandse stelsel. Onder meer het verplicht sparen als je in loondienst bent, maakt het een sterk systeem - ook omdat de werkgever een deel van je pensioen financiert.
Dat is volgens hem een beter stelsel dan dat van bijvoorbeeld Frankrijk. Daar bouwt de overheid het overgrote deel van het pensioen op, waar dat in Nederland een kleiner deel is (de AOW).
De Franse werkenden moeten dus vrijwel het gehele pensioen van de gepensioneerden ophoesten. Maar doordat in Frankrijk de levensverwachting sneller oploopt dan de pensioengerechtigde leeftijd, zijn Franse werkenden steeds meer geld kwijt aan de pensioenen van anderen.
Een ander voordeel van het Nederlandse systeem is dat er goede rendementen worden behaald met het ingelegde pensioengeld. "Dit komt doordat de fondsen het geld collectief beleggen", licht Jaarsma toe.
"Zo hebben we een enorme spaarpot opgebouwd. Die pot is veel groter dan in andere landen. En elke euro die op je 25e opzij wordt gelegd, is 2 of 3 euro waard tegen de tijd dat je met pensioen gaat."
Ook wijst hij erop dat je verschillende opties hebt om pensioen op te bouwen. Naast de AOW en het pensioen via de werkgever zijn er andere mogelijkheden die fiscaal worden gestimuleerd, zoals een lijfrente.
Toch is er ruimte voor verbetering. Zo bouwt ongeveer 10 procent van de werkenden in loondienst geen pensioen op via de werkgever, bijvoorbeeld doordat ze in een bedrijfstak zonder cao werken. En dan zijn er nog ruim een miljoen zzp'ers, van wie een groot deel niet of nauwelijks geld opzijlegt voor later.
"Daar zijn zorgen over", zegt Jaarsma. "Veel zelfstandigen hebben al het geld dat ze verdienen nu nodig. Daarom zijn we verheugd dat er plannen zijn voor een minimumtarief voor zzp'ers. Al zou dat tarief wat ons betreft nog iets hoger mogen, zodat er meer ruimte komt om wat opzij te leggen."
Hoewel we op de eerste plek staan en het beter doen dan bijvoorbeeld onze buurlanden of Scandinavië, heeft zeker niet iedereen vertrouwen in het stelsel. Zo bleek eerder dit jaar dat Nederlanders het pensioenstelsel het rapportcijfer 5,7 geven.
Jaarsma heeft wel een verklaring voor dat lage cijfer. "Er zijn jaren geweest waarin de aandelenkoersen flink zijn gestegen en pensioenfondsen mooie rendementen behaalden. Maar de fondsen waren verplicht om dat geld aan te houden als buffer, waardoor het niet naar de gepensioneerden ging."
Tot irritatie van velen zijn pensioenuitkeringen daardoor jarenlang niet aangepast. De meeste fondsen hebben pas vorig jaar voor het eerst in lange tijd hun uitkeringen verhoogd.
Of er komend jaar weer een verhoging in zit, is nu nog onduidelijk. Dit komt mede door de overgang naar een nieuw pensioenstelsel, die eerder dit jaar in gang is gezet. Om hierop voorbereid te zijn, willen de fondsen extra reserves aanhouden. Daardoor blijft minder geld over voor verhogingen.
Als de overgang naar het nieuwe stelsel over een paar jaar is afgerond, hoeven fondsen minder buffers aan te houden en kunnen ze in goede jaren wel sneller de pensioenen verhogen.
Volgens Jaarsma was het beter geweest als het nieuwe stelsel al veel eerder was ingevoerd. In de politiek is er zo'n vijftien jaar over gepraat. Pas halverwege dit jaar is de nieuwe wet aangenomen. "Als het eerder was ingevoerd, hadden de fondsen de afgelopen jaren vaker de pensioenen kunnen verhogen."
Log in of registreer gratis op NU.nl en krijg toegang tot extra artikelen
Source: Nu.nl economisch