Het Nederlandstalige historische boek heeft aan de universiteiten zijn langste tijd gehad, vreest historicus Martin Bossenbroek (1953). ‘In de academische wereld zijn Engelstalige artikelen beter voor je carrière. Het liefst geschreven met anderen. Zonde, want de nuances en de sfeer kan ík in ieder geval in het Engels niet zo precies uitdrukken als in het Nederlands. Gelukkig zijn er nog wel een paar academische historici die Nederlandstalige non-fictie schrijven, zoals bijvoorbeeld Beatrice de Graaf, maar velen beginnen er niet meer aan, omdat het je niets oplevert. En eerlijk gezegd, als ik nu zou moeten beginnen aan de universiteit, weet ik ook niet of ik er nog aan zou zijn toegekomen.’
Maar Martin Bossenbroek is geen beginneling en dus heeft hij een aantal Nederlandstalige historische boeken op zijn naam staan. Het meest recente is De Zanzibardriehoek – Een slavernijgeschiedenis 1860-1900, waarmee hij een van de kanshebbers is op de Libris Geschiedenis Prijs die volgende week zondag wordt uitgereikt. Tien jaar geleden al won Bossenbroek de prestigieuze prijs, waaraan een bedrag van 20 duizend euro is verbonden, voor De Boerenoorlog, over de Tweede Boerenoorlog (van 1899 tot 1902) in Zuid-Afrika.
Over de auteur
Laura de Jong is boekenredacteur bij de Volkskrant. Zij interviewt Nederlandse en internationale schrijvers over hun nieuwste werk, zowel fictie als non-fictie.
‘Zeker. De Boerenoorlog was toentertijd ook voor de AKO Literatuur Prijs genomineerd (nu de Boekenbon Literatuurprijs, red.). Mede dankzij die dubbele nominatie zijn er meer dan 80 duizend exemplaren van verkocht, en is het in het Afrikaans, Duits, Engels en Frans vertaald. Die aantallen zal ik niet meer halen, het boekenvak is veranderd en bovendien zijn er voor historische non-fictie ook niet zoveel prijzen.’
Bossenbroek groeide op in Amsterdam, studeerde geschiedenis aan de VU en werkte achtereenvolgens aan de Universiteit Leiden, bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag en aan de Universiteit Utrecht. Inmiddels is hij met pensioen en richt hij zich volledig op het schrijven van – dus Nederlandstalige – non-fictieboeken, met een opvallend brede thematiek. Zo schreef hij onder meer over de Koude Oorlog, prostitutie in de 19de eeuw, kolonialisme in Nederlands-Indië en Zuid-Afrika.
In De Zanzibardriehoek, zijn tiende boek, duikt Bossenbroek in de relatief onbekende Oost-Afrikaanse slavenhandel in de 19de eeuw, met als draaischijf het eiland Zanzibar voor de kust van (nu) Tanzania. In tegenstelling tot de trans-Atlantische mensenhandel, van de Afrikaanse westkust naar de Amerika’s, is over deze trans-Indische tegenhanger in Nederland vrijwel niets bekend, omdat Nederlanders er geen rol van betekenis in hebben gespeeld. ‘Maar de Afrikaanse slavernijtragedie is omvangrijker, gruwelijker en complexer dan de meeste Nederlanders zich realiseren. Naast de 12,5 miljoen Afrikanen die op Europese slavenschepen zijn weggevoerd over de Atlantische Oceaan, zijn van de 7de tot de 19de eeuw ook nog eens 14,5 miljoen Afrikanen in handen gevallen van Afro-Arabische slavenhandelaren en door hen naar Noord- en Oost-Afrika gedreven en in vele gevallen vandaar verscheept naar het Midden-Oosten en India. Aan de oostkust van Afrika was Zanzibar de belangrijkste overslaghaven’, zegt Bossenbroek in een café in de Leidse binnenstad.
In 1873 dwong Groot-Brittannië de sultan van Zanzibar tot het sluiten van de plaatselijke slavenmarkt. Paradoxaal genoeg betekende het einde van de slavernij daar het begin van westerse bezetting. Zo werd Zanzibar, dat een vanuit Oman gesticht sultanaat was, een Brits protectoraat.
Bossenbroek beschrijft deze Oost-Afrikaanse slavernijgeschiedenis vanuit het perspectief van John Kirk (1832-1922), een Schotse arts en botanicus die tussen 1858 en 1864 meereisde met de beroemde Britse ontdekkingsreiziger David Livingstone op zijn tweede expeditie door Afrika. Later klom Kirk op tot Britse consul van Zanzibar.
‘Van tevoren had ik rekening gehouden met het verwijt dat ik de aandacht zou proberen af te leiden van de Nederlandse deelname aan de trans-Atlantische slavenhandel door over de Oost-Afrikaanse slavenhandel te schrijven. Maar daar is gelukkig nauwelijks sprake van geweest.’
‘Ik moet daar zelf ook niet aan denken, maar er zijn wel collega’s geweest die tegen mij hebben gezegd: pas op, voor je het weet, word je ingedeeld in het ‘foute’ kamp. Dat heeft te maken met de voorgeschiedenis van eerdere discussies tussen slavernijdeskundigen die elkaar in de haren zijn gevlogen, zoals Piet Emmer en Karwan Fatah-Black. Ik wilde helemaal buiten die discussie blijven, want ik vind die niet zo relevant.
‘Ik denk dat het van belang is vast te stellen dat slavenhandel en slavernij wereldwijd vele eeuwen oud zijn en op tal van plaatsen nog steeds bestaan. Ook in Afrika. De Afrikaanse slavernijgeschiedenis is een gezamenlijke geschiedenis: van Afrikanen, Arabieren, Indiërs en Europeanen. Het is goed dat er de laatste jaren meer bekend is geworden over het Nederlandse aandeel in die mensonterende tragedie, ik heb zelf ook meegewerkt aan een tweetal bundels daarover. Maar het zou jammer zijn als we zeggen: oké, we hebben ons eigen bordje moreel schoongeveegd en nu is het allemaal voor elkaar. Want de slavernij is een hardnekkig en veelkoppig monster. Altijd geweest en nog steeds.’
‘Als je de laatste maanden het nieuws volgt, zie je dat er ook nu nog veel sociaal-economische en politieke onrust heerst in Centraal-Afrika en de Sahel, met onmiskenbaar raciale componenten. Dat kun je niet los zien van het slavernijverleden. De slavenhandel is een verschrikkelijke erfenis die Afrika met zich meetorst. De aantallen slaafgemaakte Afrikanen zijn huiveringwekkend: van de 7de tot en met de 19de eeuw bij elkaar dus zo’n 27 miljoen. Tel daarbij de mensen die het onderweg niet hebben overleefd, de gezinnen die zijn achtergelaten en de samenlevingen die chronisch zijn ontvolkt, ontwricht, ontmenselijkt. Eeuwenlang is Afrika beroofd van mensen, grondstoffen, natuurlijke hulpbronnen. Met recht kun je spreken van het slaafgemaakte continent. In die zin ben ik door het schrijven van dit boek nog wat somberder geworden over de menselijke natuur.’
‘Ik ben al sinds mijn boek over de Boerenoorlog gefascineerd door de ambivalente houding van de Engelsen in Afrika. Zij waren als eersten voor afschaffing van de slavernij. Maar dat proces van menslievendheid en goede bedoelingen is sluipenderwijs versmolten met machtswellust en eigenbelang. De bestrijding van slavenhandel en slavernij ging moeiteloos over in het bezetten van gebieden.
‘Al lezend kwam ik op het spoor van de figuur Kirk. Die man bleek overal bij betrokken te zijn geweest. Ik heb hem daarom weleens vergeleken met het filmpersonage Forrest Gump, hij duikt steeds weer op bij belangrijke gebeurtenissen in de geschiedenis, maar anders dan Gump heeft Kirk echt bestaan. Hij slaagde erin de sultan van Zanzibar te dwingen te stoppen met de slavenhandel. Anderzijds heeft hij er ook van harte aan meegewerkt dat bijvoorbeeld Kenia een Britse exploitatiekolonie is geworden. Hij zat vol goede bedoelingen, maar had tegelijkertijd een open oog voor het Britse nationale belang. Dus hij was de perfecte personificatie van de Britse ambivalentie. En toen bleek er ook nog een persoonlijk archief van hem te bestaan in Edinburgh. Een godsgeschenk voor mijn boek. Door zijn dagboeken, brieven en reisverslagen kon ik zijn gedachten op de voet volgen.’
‘Aanvankelijk geloofde hij daar heilig in. Net als Livingstone. Christianity, Commerce and Civilization, was hun slogan. Maar Kirk merkte gaandeweg dat het niet kon zonder een vierde C, die van Control. En uiteindelijk werd het verbod op slavernij een geopolitiek machtsspel.’
‘Nee. De Britten hebben een snelle gedaantewisseling ondergaan. Dat wist ik wel, maar ik heb het nu nog scherper voor ogen gekregen. De Britten waren in de 17de en 18de eeuw de grootste slavenhandelaren, ze hebben drie miljoen Afrikanen over de Atlantische Oceaan vervoerd. Maar ze waren al heel vroeg, in 1807, voor een verbod op slavenhandel. En ze hebben vervolgens actief geprobeerd andere landen ook zover te krijgen.’
‘Dat had te maken met het eind 18de eeuw opgekomen geloof in individuele vrijheid als een universeel recht voor de hele mensheid. Maar, daaraan gekoppeld, ook het geloof in het individuele particuliere ondernemerschap. Volgens cynici is het economisch liberalisme sterker geweest dan het humanitaire abolitionisme. Ik denk dat het een mix is geweest.’
‘Als ik geen contemporaine bronnen heb, begin ik er niet aan. Want het menselijk geheugen is in staat te verdraaien, te verwringen, te falsificeren, daar zijn overduidelijke bewijzen van. Dus ik maak zo min mogelijk gebruik van oral history of memoires. Daarin wordt helaas van alles goedgepraat en verzwegen. Maar als je dagboeken hebt die letterlijk ’s avonds bij het kampvuur zijn volgeschreven, dan zijn dat de authentieke gevoelens, gedachten en drijfveren geweest op het moment zelf.’
‘Nee, want daar zijn inderdaad geen authentieke geschreven bronnen van. En dat is ellendig. Ik zou ze dolgraag willen hebben. Er komen een paar Afrikanen als handelende personen in mijn boek voor, zoals James Chuma en Abdullah Susi die negen maanden lang met het lijk van Livingstone door de bush hebben gesjouwd zodat hij in Groot-Brittannië een staatsbegrafenis kon krijgen. Zij hebben dat verhaal over die tocht bij terugkomst verteld en dat is opgeschreven in The Last Journals of David Livingstone in Central Africa, dat in 1874 is verschenen, en waaraan zij hebben meegewerkt. Chuma zelf was een slaafgemaakte die door Livingstone is bevrijd. Dus dat is een stem van een zwarte Afrikaan. Maar ik geef toe, hij is een van de weinigen.’
‘Natuurlijk heb ik daar over nagedacht, maar ik kan het niet oplossen. Want dan kom je uit bij mondelinge overlevering. Maar zoals ik al zei: dat is niet mijn methode. David van Reybrouck heeft daar veel mee gewerkt voor zijn boeken over Congo en Indonesië. Hij heeft mensen geïnterviewd die tientallen jaren geleden iets hebben meegemaakt of het zelfs alleen maar van overlevering hebben gehoord. Ik ben huiverig voor het menselijke geheugen als historische bron. Ik kan op basis van zulke indirecte getuigenissen niet met droge ogen schrijven: zó is het geweest.’
‘Ja, dan klinkt het geloofwaardig. En dan leest het aannemelijk. Maar je moet als wetenschappelijk onderzoeker altijd voorzichtig en zelfs achterdochtig zijn. En denken van: ja, maar hoe weet je dat? Betrap je de échte historische werkelijkheid? Ik ben bang van niet. Mijn bronnen zijn mij heilig. Ik vind het zelfs al lastig worden als ‘herinneringen’ tien jaar later geschreven zijn. Zonder aanvullende bewijsvoering gebruik ik die bronnen liever niet. Want is het dan nog echt geschiedenis of is het fictie geworden?’
‘O ja, dat is een goeie. Die kan ik uitleggen. Dat is de vertrekscène in de haven van Liverpool als hij samen met Livingstone op expeditie gaat. Die scène beschrijft Kirk zelf in zijn dagboek.’
‘Nee, niet dat zijn ogen glommen, haha. Maar als iemand beschrijft hoe opgetogen hij is over het vooruitzicht om op expeditie te gaan met de beroemde Livingstone... En ik zie de foto’s van de jonge Kirk met die priemende ogen – het wordt overigens ook beschreven door anderen, dat zijn ogen zo konden glinsteren, hij is dan 25 jaar. Dan vind ik dat ik mag schrijven dat zijn ogen glimmen.
‘Natuurlijk, bij non-fictie moet je jezelf begrenzen. Ik heb geen fantasie, wel een groot inlevingsvermogen. Het moet allemaal beredeneerd zijn, alles moet kloppen. Maar literaire technieken – bruggetjes, overgangen en cliffhangers – die verder niks afdoen of bijdragen aan het inhoudelijk betoog, kunnen het verhaal verder brengen. Het spannender maken. En dat vind ik net zo belangrijk. Het klopt allemaal, het is allemaal op waarheid gebaseerd. Maar het is ook belangrijk voor lezers uit de 21ste eeuw om zich te kunnen vereenzelvigen met mensen die één of twee eeuwen eerder leefden. En met alle respect, of zijn ogen wel of niet glommen, is dan een ondergeschikt punt.’
‘Nee! Maar je hebt wel literaire hulpmiddelen nodig. Het moment dat ik dat inzag, weet ik nog precies. Ik had net met behulp van een uitgebreid onderzoeksteam De Meelstreep (2001) geschreven, over de terugkeer en opvang in Nederland van slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Kort daarna strandde ik op het vliegveld van München. Schiphol was ingesneeuwd, geloof ik, in ieder geval kon ik niet meteen terug.
‘Om de tijd te doden kocht ik daar Der Vorleser van Bernhard Schlink. In één ruk las ik het uit. Nu is het ook maar een klein boekje, met niet veel meer dan tweehonderd pagina’s, maar wat een ongelooflijke zeggingskracht! Ik stond echt perplex. Ik dacht: ik heb een boek van zevenhonderd dichtbedrukte pagina’s geschreven waar vijftig man onderzoek voor hebben gedaan en Schlink schrijft die ingrijpende en complexe verwerking van de Tweede Wereldoorlog, met al die psychologische gelaagdheid, in één fictief prachtverhaal op. Het deed me inzien: je hebt literaire middelen nodig om een boodschap over te brengen. Ik ben niet bekeerd tot fictie, maar dat moment heeft een belangrijke rol in mijn schrijven gespeeld. Sindsdien ben ik in al mijn boeken begonnen met perspectiefwisselingen tussen aansprekende hoofdpersonen, om de toenmalige historische werkelijkheid te laten beleven door mensen van vlees en bloed.’
Martin Bossenbroek (1953) is historicus en schrijver. In 2013 kreeg hij de Libris Geschiedenis Prijs toegekend voor De Boerenoorlog, dat meer dan twintigmaal werd herdrukt. De wraak van Diponegoro (2020) over het begin en einde van Nederlands-Indië komt binnenkort ook in Indonesië uit. Met zijn onlangs verschenen De Zanzibardriehoek is hij genomineerd voor de Libris Geschiedenis Prijs 2023.
Op 29 oktober wordt in een live-uitzending van het radioprogramma OVT de winnaar bekendgemaakt. De andere genomineerden zijn: Leonard Blussé met De Chinezenmoord – De kolonisatie van Batavia en het bloedbad van 1740, Judith Koelemeijer met Etty Hillesum – Het verhaal van haar leven, Marcel Metze met Hoog spel – De politieke biografie van Shell en Ivo van de Wijdeven met De macht van het verleden – Geschiedenis als politiek wapen.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden