Home

Trancegod Armin van Buuren komt uit de kast als gamer, spacegeek en nieuwbakken pianist

Je zou het misschien niet zeggen maar het is echt waar, hij maakt geen grappen: Armin van Buuren (46) doet het al een tijdje wat rustiger aan. De trancegod staat weliswaar nog altijd op de grootste dj-podia ter wereld, van Miami tot Ibiza. En natuurlijk draait hij dit weekend tijdens het Amsterdam Dance Event ook weer op het hoogste podium in de Johan Cruijff Arena. En verder brengt hij met de regelmaat van de klok nieuwe tracks en albums uit – laatste wapenfeit: album Feel Again, eerder dit jaar.

Maar de echte Van Buuren-volgers, en dat zijn er veel, zien subtiele gaatjes opduiken in zijn touragenda.

‘Ik heb een donkere tijd achter de rug’, zegt hij. ‘Ik was het contact met mezelf kwijt. Het was even voor corona en ik dacht: misschien ga ik helemaal stoppen. Met mijn dj-werk, met mijn radioshow A State of Trance, met altijd maar optreden en overal opdraven.’ Het bekende burn-outspook, dat al jaren rondwaart in de overspannen dance-industrie, had Van Buuren te pakken? ‘Ja, zeker.’

Wat hem dwarszat? Hij wil het best uitleggen en neemt daar de tijd voor. We spreken elkaar in een kantoor van zijn platenlabel en studio Armada Music in Amsterdam. Waar ook een muur vol vinyl staat, en twee draaitafels. Van Buuren, een van de grootste popmusici die Nederland rijk is, de man die een imperium bouwde op zijn baanbrekende dj-werk en danceproducties, de man die ruim duizend radioshows vol draaide en alleen al op Spotify 14,5 miljoen maandelijkse luisteraars heeft, praat openhartig over kopzorgen en gezondheid. En natuurlijk over ‘zijn’ trance, de dancemuziek van de opgewekte beats en de bliepende synths, die al bijna dertig jaar een ontsnappingsroute wil wijzen uit het duister van het alledaagse leven.

Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.

Van Buuren liet zich enigszins meeslepen door het genre dat hij zelf vanaf de jaren nul mede in het leven had geroepen. Altijd maar aan het werk. ‘Ik ben een people pleaser, dus ik zei altijd maar ja als ik werd gevraagd als dj, of om weer met iemand een track te maken. Je wilt je promotor niet teleurstellen en ja, daar staan straks toch ook weer 100 duizend man voor je op dat festival. Dan gieren ook de endorfinen door je lijf. Dit werk kan een stevige verslaving zijn.’

Het begon aan hem te vreten, al bleef hij aan de buitenkant de indruk wekken van een gezonde jongen die lekker in zijn vel zat. ‘Ja, de buitenkant dus. Maar van binnen ben ik een perfectionist. Vaak nerveus, niet snel tevreden, my own worst critic. Ik las online alle kritiek na shows of nieuwe tracks. Onmogelijk natuurlijk, maar ik deed het. Ik wilde vooral mijn fans tevreden houden. En dat begon zich te wreken. Wie ben ík nu eigenlijk? Ik merkte dat ik vaak bijna dezelfde set draaide, omdat die nummers van me werden verwacht. Ik was gewoon niet tevreden met wat ik deed. Wat wíl ik nu nog met mijn muziek, dacht ik.’

Therapie hielp. En rust. ‘Ik ben laatst een maand met mijn gezin op vakantie geweest! En ik heb al een paar keer ‘nee’ gezegd tegen de festivals die normaal gesproken graag gebruikmaken van mijn diensten. En tegen artiesten die een nummer met me willen maken waar ik weinig bij voel. Ik doe alleen nog dingen waarin ik iets van mezelf kan leggen. Voor succes hoef ik het niet meer te doen, dat ei heb ik nu wel gelegd.’

Toch houdt hij nog zielsveel van de trance, de melodieuze tripmuziek waar dj en publiek op kunnen wegdrijven, live op een feest of thuis achter de radio. Van Buuren verhuist zijn eigen festival A State of Trance volgend jaar van de Utrechtse Jaarbeurs naar de Rotterdamse Ahoy, in een nog verder uitgebouwde variant. En zijn gelijknamige, wekelijkse radioshow, met nog altijd meer dan 40 miljoen luisteraars per uitzending, mag nooit wijken. ‘De radio is mijn grote liefde. Voor mij is radio nog steeds pure magie: je zet de knop om en je hoort de stand van zaken in de wereld óf welke muziek je allemaal moet kennen. De kracht van het hier en nu.

‘Voor mij is alles begonnen met de radio: ik luisterde naar de dj’s Ben Liebrand, Robin Albers en Ronald Molendijk. Wij liepen echt voorop hoor, met dance op de radio. Ken je het geweldige radioprogramma Crapuul de Lux nog van de VPRO, met Luc Janssen? Ik nam dat altijd op en fietste dan met de cassette in mijn walkman naar school. Dat was mijn dance-opvoeding. Ik heb alle bandjes nog. Naar de Roxy in Amsterdam kon ik niet, daar werd ik geweigerd omdat ik eind jaren negentig nog te jong was. Maar de Chemistry-avonden werden ook op de radio uitgezonden. Ik zoog dat allemaal op.’

Van Buuren deelt zijn culturele voorkeuren met liefde. ‘Ik ken de rubriek, leuk om mee te doen. Ik had mijn lijst een beetje voor me uit geschoven maar ben er gisteren eens goed voor gaan zitten. En ik heb besloten dicht bij mezelf te blijven.’ Zo zien we het graag. Want wij willen nu ook weleens weten wie Armin van Buuren echt is.

‘Ik las het boek van deze Amerikaanse hoogleraar in mijn periode van neergang. Het kwam enorm binnen. Ik heb best een lelijke kant, zoals veel mensen, denk ik. Maar ik probeerde aan een ideaalbeeld te voldoen en die nare kant niet te laten zien. Ook in mijn muziek. Brown laat zien hoe je minder bang kunt worden om op je bek te gaan, juist door je kwetsbaarheid te tonen.

Ik leerde vrede te hebben met het feit dat niet iedereen je muziek goed vindt. Denk aan de beroemde uitspraak van Friedrich Nietzsche: wir haben die Kunst, damit wir nicht an der Wahrheit zu grunde gehen. Kunst moet prikkelen en het is prima dat we er allemaal anders naar kijken. Bohemian Rhapsody van Queen staat jaar in, jaar uit boven in de Top 2000. Maar er zijn ook mensen die het een vreselijk nummer vinden. Je kunt niet iedereen behagen. Ik heb nu door dat het goed is dat er mensen zijn die mijn album één ster geven. Dat is precies de bedoeling, van kunst.’

‘Ik heb me er altijd een beetje voor geschaamd, maar dit zeg ik nu ook maar even eerlijk want ook dat is de kracht van kwetsbaarheid. Ja, ik hou van gamen. Heel nerdy, misschien. Maar gamen geeft mij troost, en biedt een ontsnapping. Je bent even in je happy place. Als ik onderweg ben, pak ik vaak de Nintendo en speel ik Zelda. Thuis heb ik een gamekamer, daar speel ik vaak alleen of met mijn kinderen. En dan het liefst Horizon: Call of the Mountain, met een virtualrealitybril op. Wat is dat fantastisch, wát een wereld gaat er voor je open in dit spel, dat helemaal om je heen zit. Ik kom uit de tijd van Atari en Pacman. Als ik dit speel denk ik: dat ik dít mag meemaken. En het is gemaakt door een Nederlandse gamestudio, Guerrilla Games. Het is Nederlands fabricaat, daar ben ik echt trots op.’

‘Mijn vader had een drukke baan als huisarts en muziek was zijn ontsnapping. Mijn slaapkamer lag boven de kamer van mijn ouders en ik hoorde altijd zware bassen door de vloer komen, ook van Jean-Michel Jarre, Vangelis en Kitaro. Ik vond dat mooi.

Ik ging zelf ook op zoek naar muziek, vooral op de radio. De VPRO-dj Luc Janssen draaide eens het nummer Little Fluffy Clouds van de Britse ambientband The Orb, en ik ging daarna gelijk naar de platenzaak in Leiden. Ik kocht het album The Orb’s Adventures Beyond the Ultraworld, rende naar huis en werd daar een andere wereld in gezogen. Ik hoorde ineens wat je allemaal met geluid kunt doen, hoe je met samples een universum kunt creëren, zonder de dwangmatigheid van een beat. Dit album is heel belangrijk voor me geweest als producer, omdat het me leerde de vrijheid in de muziek te zoeken, je te laten leiden door onderzoek en gevoel. Maar ook omdat het mijn muziek werd. The Orb was van mij en niet van mijn vader. Het was mijn eigen ontsnapping.’

‘Toen ik de compositie Canto Ostinato voor het eerst live hoorde, begreep ik het niet zo. Pas later toen ik een opname draaide, van de pianisten Sandra en Jeroen van Veen, greep het me. Canto Ostinato viert de kracht van de herhaling, die paar noten die opkomen en weer verdwijnen. Het is muziek die zich heel langzaam ontwikkelt en bij veel mensen een heftige emotie oproept. Ik zou niet weten hoe je dat moet verklaren, dat is denk ik ook de magie van dit werk.

Deze compositie raakt natuurlijk ook aan de trance. Ook daarin hoor je die herhaling en ja, voel je ook de emotie. Ik ervoer het pas weer toen ik draaide in de Utrechtse Jaarbeurs bij A State of Trance. Ik draaide een set van zes uur en tijdens een stuk met wat oude tranceplaten gebeurde het weer. Ik voelde kippevel opkomen en de zaal leek ook op te stijgen. Dan denk je niet aan succes, of je status, of geld en of het uitverkocht is of niet. Je bent gewoon even heel gelukkig.’

‘Als Mozart een laptop had gehad, dan hadden we heel andere muziek van hem gehoord. Wat ik daarmee wil zeggen? Dat de ontwikkeling van de techniek een enorme invloed heeft op de muziek. Ik vind die geschiedenis zeer fascinerend.

De eerste synthesizer werd gebouwd door mannen met witte stofjassen. Het instrument werd niet serieus genomen, er werd zelfs op neergekeken. Nu wordt 99 procent van alle popmuziek gemaakt of gegenereerd door computers. Hoe kan dat zo zijn gegroeid? Boeiende vraag. Toen The Beatles een Moog-synth introduceerden op hun White Album kwam er pas waardering voor het apparaat. Daarna kwam langzaamaan de acceptatie. Ik las pas jullie verslag over Lowlands in de Volkskrant en daarin schreven jullie ook: pas toen de beats begonnen, werd het gezellig. Kun je nagaan wat er is veranderd. Wendy Carlos maakte het album Switched-on Bach in 1968. Zij speelde Bach op synthesizers. Wow. Je zet hem nu misschien niet voor je lol op, maar haar album heeft onvoorstelbaar veel betekend voor de rol van de synthesizer in de muziek.’

‘Dit boek gaat over wat macht doet met mensen. De Ierse hoogleraar Ian Robertson toont met wetenschappelijk onderzoek aan dat de vorm van de hersenen van mensen met succes verandert. Hij geeft ook een verklaring. Toen wij mensen als nomaden rondtrokken, was het belangrijk dat iemand de leiding nam. De achterblijvers deden er niet toe. Degene die de leiding nam, moest sterk blijven zodat de groep kon overleven. En werd, zoals we nu zien, vaak een arrogante eikel.

Ik betrok deze theorie op mijzelf. Ik ben ook een minder leuk persoon geworden onder invloed van roem en succes. Ik kreeg ineens een ego, zie ik nu in. Waarom? Robertson geeft antwoord op die vragen. Het verschijnsel zit kennelijk in ons dna opgesloten. En als je inzicht krijgt in hoe het gebeurt, kun je ook meer doen om die gedragsveranderingen te voorkomen. Succes is als coke, laat Robertson ook zien. Het maakt endorfinen aan maar verandert je ook in een klootzak. Gelukkig heb ik nooit coke gebruikt. Ik drink trouwens ook niet meer. Interessant boek. Wil je het lenen?’

‘Ik ben helemaal fan van de podcast van Hens Zimmerman, van NPO Radio 2. Zimmerman vertelt over de ontwikkelingen in de ruimtevaart en de laatste stand van de techniek. Dat is ingewikkeld maar hij vertelt heel toegankelijk en met veel humor. En hij weet er ongelooflijk veel van.

Dankzij hem heb ik de afgelopen jaren een enorme fascinatie voor de ruimtevaart ontwikkeld en voor sterrenkunde. Als je ziet wat we nu alleen te weten komen dankzij de beelden van de ruimtetelescoop van James Webb. Holy shit. Ik ben niet gelovig, maar voor mij is de oneindigheid van het universum, het uitdijende heelal, een soort hogere macht geworden. Het maakt alles ook lekker relatief. Waarom zou je je druk maken over de kleine dingen hier op aarde?’

‘Ja, ik ben al lang bezig in de muziek. Maar er hangt nog iets in de lucht. Wat niet veel mensen weten, denk ik, is dat ik al een jaar of vijf pianoles heb van een ontzettend leuke gozer: Geronimo Snijtsheuvel. Of nou ja, de lessen zijn uitgemond in sessies waarin we eigenlijk gewoon samen stukken aan het schrijven zijn. Ik heb een Steinway gekocht en kan daar uren achter zitten. Ik ben geen begenadigd pianist hoor, maar de piano geeft mij weer die vrijheid die ik altijd heb gezocht in de muziek. Dat je ineens pure schoonheid hoort, misschien in iets heel eenvoudigs.

Ik heb natuurlijk veel gedaan met elektronica, met samples en alle plug-ins die je kunt bedenken. Maar het geluid van een piano kun je niet samplen. Want de kracht van de piano is de trilling van het instrument zelf, de resonantie van de snaren die je niet aanslaat. Ja, ik ga hier nog iets mee doen, daar zit ik echt over na te denken. En wie gaat mij vertellen dat ik dat niet zou mogen?’

25 december 1976 Geboren in Leiden.
1996 Eerste trancesingle Blue Fear.
1997 Dj in club Nexus, Leiden.
2000 Eerste compilatiealbum A State of Trance.
2001 Radioprogramma A State of Trance bij ID&T-radio.
2002 Rechten Universiteit van Leiden.
2008 Popprijs 2007.
2007, 2008, 2009, 2010 en 2012 Nummer 1 in de top 100 dj-lijst van het blad DJ Magazine.
2010 Titel ‘Beste dj ter wereld’ tijdens de International Dance Music Awards in Miami.
2014, 2016, 2020 Drie Edisons voor Dance en een voor Song.
2017 Uitverkochte Arena: The best of Armin only.
2013 Album Intense, met de wereldhit This is what it feels like.
2013 Speelt zichzelf in de film Verliefd op Ibiza.
2023 Album Feel Again.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next