Home

‘Ik troost me met de gedachte dat Zeppa mijn moeders stem heeft kunnen horen toen ze in mijn buik zat’

Merel Vriethoff (31, facilitair coördinator): ‘Mijn moeder moest in 2020 tijdens een korte fietstocht met mijn stiefvader ineens op een bankje gaan zitten van de kramp. Gek, niets voor haar, zo’n doorzetter. Lymfeklierkanker, toonde een scan die voor de zekerheid werd gemaakt.

‘Ze kwam het hier thuis aan me vertellen, vreselijk bang vanaf het begin. Dit zou haar einde kunnen betekenen, daar hield ze serieus rekening mee. Ik niet. We gingen voor genezing; ze was pas 55, er bestaan goede behandelmethoden, er is toch altijd hoop?

Leven na de dood is een rubriek in Volkskrant Magazine over rouwen en leven.

‘We hadden in die tijd helaas niet een heel intieme band. We konden goed met elkaar opschieten en ze steunde me altijd, maar echt open en kwetsbaar waren we niet. Ik had een eigen koffiezaak hier in Den Haag, een droom waar ik vanaf mijn 16de naartoe had gewerkt. Die liep geweldig, maar bezorgde mij veel stress. Dat was niet iets waarover ik mijn hart luchtte bij mijn moeder, want dan had ze waarschijnlijk adviezen gegeven om het vol te houden. Goed bedoeld, maar diep in mijn hart wist ik dat ik daar niet gelukkig van werd.

‘Door mijn moeders kanker zag ik beter wat ik echt belangrijk vond. Ik heb een bedrijfsleider gezocht, ben minder gaan werken en heb later zelfs de zaak verkocht. Ik wilde er voor mijn moeder zijn, haar ziekte niet parkeren, nee, ik wilde op de eerste rij zitten om haar bij te kunnen staan. Kijk, een appje van mij uit die tijd: ‘Ik merk dat ik bang en verdrietig ben en graag veel bij je wil zijn, ik hoop dat je dat niet erg vindt.’ Natúúrlijk vond ze dat niet erg, maar dat ik het zo voorzichtig formuleerde, zegt wel iets over onze verhouding destijds.

‘Mijn moeder kreeg chemo, moest een pruik, onderging een experimentele behandeling waarvoor haar witte bloedcellen naar de Verenigde Staten werden gestuurd, en bij alles waren mijn twee zussen en ik nauw betrokken. Steeds als ze bang was, probeerden we haar op te beuren, ik stuurde kaartjes: je doet het goed. En het gíng ook goed; de Amerikaanse behandeling sloeg aan en in januari 2021 was de kanker weg.

‘In maart was-ie terug. Ze belde me dat er weer een klein stukje was aangetroffen. Ik had net twee dagen eerder ontdekt dat ik zwanger was en even schoot door mijn hoofd: als ze die negen maanden maar redt. Maar tegelijkertijd had ik daar alle vertrouwen in. Er lag een heel behandelplan, bestralingen, ze gingen alles proberen, natuurlijk zou ze het redden. Zo stonden mijn zussen, allebei boeddhist, er ook in; als je je laat leiden door je angst gaat dat niet helpen, die tumor wordt niet kleiner van stress en verdriet. Dus we praatten op mijn moeder in na wéér een slechte uitslag: probeer niet high of low te worden van de omstandigheden maar zoek innerlijke rust, met yoga bijvoorbeeld. De artsen kunnen zoveel zeggen, maar de medische wereld is niet zaligmakend, mentaal heb je ook invloed op het ziekteverloop.

‘Het kwam niet erg binnen. Achteraf logisch: mijn moeders vader was aan kanker overleden toen ze 25 was, zij had al meegemaakt dat optimisme alleen niet helpt. En dat begon ook bij ons door te dringen. Op een dag zei mijn jongste zusje: in de hoop gaan we niet met mama verbinden, in de angst waarschijnlijk wel, dus laten we maar stoppen met al die hoop op haar te gooien. Vanaf dat moment ben ik gewoon naast mijn moeder gaan zitten. Letterlijk, op de bank, er zíjn, luisteren, vragen: wat heb je nodig? Veel meer kon ik niet doen. En dat hoefde ook niet, zo bleek. Ik vertelde haar dat ik óók bang was. Dat vond ze fijn, om dat te kunnen delen. Als ze opzag tegen een dag alleen omdat mijn stiefvader moest werken, gingen we samen langs het strand wandelen, ergens een broodje eten. Lekker uit lunchen gaan was altijd al ons ding geweest, zo was ook mijn passie voor die eigen lunchroom ontstaan.

‘In september bleek ze een uitzaaiing in haar nek te hebben; alle bestralingen hadden niet geholpen. Ik begon te beseffen dat ik de gedachte moest toelaten dat ze dood kon gaan. En dat terwijl ik zwanger was. Maar het verdriet moest kunnen stromen, hoe moeilijk het ook was eraan toe te geven, want er moest ruimte zijn voor het kindje, ik mocht niet op slot gaan. Met je moeder praten over euthanasie terwijl er een baby in je buik groeit, dat kán eigenlijk niet, en toch gebeurde het. ‘Als ik januari maar ga halen’, zei mama steeds – dan was ik uitgerekend. ‘Ga ik dat halen, dokter?’, vroeg ze in oktober weer. Zij antwoordde: ‘Het enige wat we kunnen doen is je comfortabel maken.’ ‘Comfortabel om te sterven?’, vroeg ze. Toen de arts knikte, hebben we allebei gehuild. Het was het zwaarste wat je ooit kunt meemaken, en tegelijkertijd ben ik heel blij dat ik toen zo dicht bij haar stond.

In november is ze overleden. Twee dagen ervoor heb ik haar verteld hoe onze dochter zou gaan heten: Zeppa, met Marit, naar mama, als tweede naam. Een tweede naam vond Ief, mijn vriend, nooit nodig, maar nu zei hij: ‘Alle eer voor je moeder’. Mama vond het zo mooi, die vernoeming, ze vertelde het opgetogen aan mijn stiefvader zodra hij de kamer binnenkwam. En Zeppa vond ze feestelijk, zei ze, ‘het klinkt als hoppa, gáán’.

‘Mijn tranen na de bevalling waren geen kraamtranen. Ik miste mama zo. Iedereen was lief, mijn zussen, vriendinnen, maar de belangrijkste persoon in je leven komt niet op kraambezoek. Mama mocht niet doodgaan, soms dacht ik: ik kán dit niet. En meteen daarna: als ik maar blijf ademen, dan blijf ik leven en dat moet, voor Zeppa.

‘Mama ligt op de begraafplaats achter mijn huis begraven, in vijf minuten ben ik met Zeppa bij haar. Ik vertel haar dan over oma, terwijl zij met het gietertje rondscharrelt rond de beeldjes die verstandelijk beperkte cliënten zoals die van mijn moeder hebben gemaakt. Een zuster, mama was verpleegkundige, een ridder omdat ze De Ridder heette, Pippi Langkous, omdat ze dat ondeugende zo geweldig vond. Zo komt oma voor Zeppa tot leven. Ik troost me met de gedachte dat ze haar stem heeft kunnen horen toen ze in mijn buik zat. En dat ze als eicel al in mij was toen ík in de buik van haar oma zat. Zo hebben Marit en Zeppa Marit tegelijkertijd bestaan. Het is niet veel, maar het is het enige wat ik heb.

‘Ik ben nog geregeld ontroostbaar, maar ik ben er ook trots op dat ik weer blij kan zijn. Het stervensproces van mama meemaken, en nu het rouwen, is het meest authentieke wat ik ooit in mijn leven heb gedaan. Ik ben er heel dankbaar voor dat mama en ik zo dicht bij elkaar gekomen zijn, al is het verschrikkelijk jammer dat we dat niet hebben kunnen voortzetten. Ik heb haar bij het graf verteld dat ik weer zwanger ben.’ Met een lachje: ‘Maar of dat overkomt, tja, dat weet je natuurlijk niet.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next