Home

Buitenstaanders hebben de ruimte en de plicht om te blijven nadenken over wat verstandig is

Wordt er nog nagedacht? Er wordt geduid. Er worden gevoelens geuit (dat deed ik zelf vorige week op deze plek). Solidariteit wordt verklaard, afschuw uitgesproken. Er wordt geëist en verketterd. Maar nagedacht?

Ik las in NRC een stuk van Maurits Berger, hoogleraar islam en het Westen, waarin hij schetste dat, om verder bloedvergieten te voorkomen, Hamas-strijders een uittocht uit Gaza zou kunnen worden geboden. Nog los van de merites van dit exacte idee – hij haalt een precedent aan waardoor het minder vergezocht lijkt dan het klinkt – besefte ik hoe weinig van dit type voorstellen ik tegenkom.

Politieke partijen ‘worstelen’ met hun standpunten, lees je. Je zou bijna vergeten dat politiek zich niet hoort te beperken tot positie bepalen, maar er is om problemen op te lossen. En dat er zoiets bestaat als buitenlandbeleid.

Het is alsof in deze oorlog ook de toeschouwers zich volledig laten meesleuren. Waarmee ze een verantwoordelijkheid verzaken die juist buitenstaanders hebben. ‘We hebben mensen nodig’, zei de Israëlische filosoof Yuval Harari bij Nieuwsuur, ‘die nu niet zoveel pijn ervaren als wij, Israëliërs, om deze situatie te deëscaleren.’

Omdat ik een band met het land heb, had ik me gesterkt moeten voelen toen premier Rutte na de slachting door Hamas zijn onvoorwaardelijke steun uitsprak voor Israël. En heel even boden dat soort verklaringen troost. Maar vrijwel direct was het ook ongemakkelijk. Want je hoefde geen ziener te zijn om te weten wat er zou gebeuren. Dat de roep om veiligheid én wraak in Israël ongekend zou zijn. Dat premier Netanyahu zijn gezicht zou willen redden. En dat talloze burgers in Gaza slachtoffer zouden worden van een oorlog tegen Hamas.

Al even voorspelbaar waren de snel weer kenterende publieke opinie en de onvermijdelijke voorwaarden aan de ‘onvoorwaardelijke’ steun. En vanaf het begin dreigde het gevaar dat ook nu nog als een donkere wolk boven het Midden-Oosten hangt: een regionale oorlog met meerdere fronten, die ook voor Israël rampzalig zou zijn. Juist de buitenstaander heeft ruimte om niet alleen na te denken over wat hij gerechtvaardigd vindt, maar ook over wat verstandig is.

Dat zou ik ook demonstranten willen voorhouden die op de Dam roepen – of vaker nog: op sociale media posten – dat ‘Palestina van de rivier tot de zee vrij’ moet zijn. Ze zeggen zich hard te maken tegen etnische zuivering, maar stellen er in één adem een in het vooruitzicht. Wat denk je los te maken met een oproep om het land dat mede is voortgekomen uit de Holocaust van de kaart te vegen? Zou dat Palestijnen helpen?

Hoe denk je dat zoiets aankomt bij Israëlische vredesactivisten die zich zelfs nu nog laten horen? Van sommigen zijn dierbaren twee weken geleden afgemaakt of ontvoerd. In het diepst van hun rouw vinden ze de kracht om zich toch uit te spreken tegen geweld in Gaza. Maar aan activistisch links is dat niet besteed, want ook zij wonen immers tussen die rivier en zee.

Te veel buitenstaanders vragen zich niet af wat zij vanuit hun geprivilegieerde positie kunnen bijdragen, maar kiezen voor totale identificatie met wat zij zien als één partij. Daarmee belonen zij de theocratische terroristen van Hamas en de radicale en disfunctionele regering van Israël door hen te vereenzelvigen met hun respectievelijke volkeren, terwijl beide daar aantoonbaar weinig om geven.

Het zal komen door het onophoudelijk consumeren van gruwelbeelden waardoor je je op afstand werkelijk partij kunt gaan voelen. Door de behoefte om van een rommelige wereld een rond verhaal te maken. En door de voortdurende cultuurstrijd in eigen land die nu eens wordt voortgezet met het Midden-Oosten als munitie, in plaats van immigratie, klimaat, transrechten of de wolf.

Dinsdagavond was het moment waarop ik dacht: iedereen is de weg kwijt. Wereldwijd zag ik mijn beroepsgroep massaal journalistieke basisnormen loslaten bij het veel te snelle en waarschijnlijk foutieve bericht dat Israël het Al-Ahli Arab Ziekenhuis in Gaza-Stad had gebombardeerd. Geen terughoudendheid, nauwelijks poging tot verificatie, alleen maar pushberichten. Na een onduidelijke explosie in een afgesloten gebied en gebaseerd op informatie van een belanghebbend en leugenachtig regime.

Correcties kwamen te laat. De woede op de straten was er al. Een bitter noodzakelijke ontmoeting van president Biden met de Palestijnse president Abbas werd afgezegd. Gebrek aan distantie van media heeft deze week ronduit de oorlog verergerd.

Ergens hoop ik dat buiten ons zicht diplomaten en leiders tóch werken aan een uitweg. Een die rekening houdt met een paar gegevens. Israël gaat niet meer weg. De Palestijnen gaan niet weg en hebben vrijheid en zelfbeschikking nodig. Meer menselijk leed moet worden voorkomen. En, dat uitgangspunt hanteert Berger terecht, er is geen realistische route zonder afbouw van Hamas’ terroristische infrastructuur. Heeft er eigenlijk ooit een gebied meer om een internationale vredesmacht geschreeuwd dan Gaza nu?

Ook als de oorlog voortgaat, hoeft Nederland niet op zijn handen te zitten. Vijf jaar geleden al deed onderzoeker Erwin van Veen van Instituut Clingendael de suggestie om Israëlische en Palestijnse mensenrechtenorganisaties structureel te steunen én een permanente internationale conferentie op te zetten die zulke rechten bevordert. Dergelijke plannen klinken vreselijk naïef in deze moedeloosmakende tijd. Maar juist buitenstaanders hebben de energie en de plicht om het toch te proberen. Wat is het alternatief?

Over de auteur
Kustaw Bessems is columnist van de Volkskrant en host van de podcast Stuurloos. Hij heeft een bijzondere belangstelling voor openbaar bestuur. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Source: Volkskrant

Previous

Next