De perceptie in Nederland van het Israëlisch-Palestijnse conflict is in een halve eeuw dramatisch veranderd. Hoe raakte Israël zijn bijna sacrosancte status kwijt en verschoof de steun voor de partijen over het politiek spectrum?
Een correspondent in Jeruzalem vertelde begin deze eeuw dat hij zich ’s ochtends bij het openen van zijn mailbox soms een psychiater voelde voor Nederlanders bij wie het woord ‘Israël’ heftige gevoelens oproept. Hij mocht zich inspannen om genuanceerd en feitelijk te berichten, zelden bewerkstelligde hij daarmee dat Nederlandse lezers hem bedankten voor zijn uitleg. Integendeel, meestal mailden ze om hém uit te leggen hoe het Israëlisch-Palestijnse conflict in elkaar steekt, en hem attent te maken op veronachtzaamd leed, steevast van één van de twee partijen. Hij onderscheidde in reacties twee hoofdstromingen: ‘kom je aan Israël, dan kom je aan mij’ versus ‘toon je begrip voor Israël, dan kwets je mij’.
Geen andere internationale kwestie was de laatste driekwart eeuw zo bepalend voor het identiteitsgevoel van groepen Nederlanders als het Israëlisch-Palestijnse conflict. Geen andere kwestie vermag het al zo lang zo veel open zenuwen te raken. Dit conflict is verweven met de ontstaansgeschiedenis van alle drie de monotheïstische godsdiensten, met de Tweede Wereldoorlog, met de Holocaust en het kolonialisme, met de opkomst van het internationale terrorisme, met de politieke islam en met het rechts-populisme.
De perceptie van dit conflict veranderde de laatste halve eeuw in Nederland wel dramatisch. In het kielzog daarvan veranderde de samenstelling van de groepen die heftig reageren op alles wat met Israël en Palestina te maken heeft. De huidige premier van Israël, Benjamin Netanyahu, krijgt de meest expliciete steunbetuigingen uit Nederland van Geert Wilders, leider van een extreem-rechtse partij. Een halve eeuw terug kon de toenmalige Israëlische premier, Golda Meïr, rekenen op de onomwonden steun van de meest linkse premier die Nederland ooit had, Joop den Uyl.
Op Den Uyls bureau stond naast een foto van zijn vrouw Liesbeth ook een portret van Meïr. In die tijd, bleek uit Nipo-cijfers, verklaarde tweederde van de Nederlanders zich solidair met de strijd die Israël in het Midden-Oosten voerde. Die Nederlanders trokken tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 en de Jom Kipoer-oorlog van 1973 niet alleen ruimhartig hun portemonnee voor Israël, ze doneerden ook bloed aan Israëlische soldaten.
De George Baker Selection scoorde in 1975 een grote hit over een witte vredesduif, Una Paloma Blanca, maar zong in dezelfde tijd in een liefdesverklaring aan Israël over ‘hopefuls in the heart’ die tot oorlogen werden gedwongen, en gaf daarmee een adequate samenvatting van het Israëlbeeld van de meeste Nederlanders. Vrijwel nergens in Europa lag de steun voor Israël zo hoog.
Amper vijftien jaar later, tijdens de Golfoorlog van 1991, namen bekende Nederlanders een steunlied voor Israël op. Het werd behalve bekritiseerd ook gepersifleerd door Van Kooten en De Bie. Er waren inmiddels uitgesproken pro-Palestijnse Nederlanders actief à la Gretta Duisenberg en Anja Meulenbelt, later aangevuld door oud-premier Dries van Agt. De zwart-witte blokjessjaal van de Palestijnse leider Arafat was als ‘verzetssjaal’ in mum van tijd populair geworden bij krakers en actievoerders. In Nederland woonden inmiddels ook honderdduizenden moslims die sympathiseerden met de conflictpartij met hetzelfde geloof.
In een relatief kort tijdsbestek raakte Israël een bijna sacrosancte status in Nederland kwijt. Uit de toepasselijk Een open zenuw getitelde studie van historicus en universitair docent Peter Malcontent – ondertitel: Nederland, Israël, Palestina – leren we dat de Nederlandse politieke hoofdstromingen uit de jaren vijftig, zestig en zeventig stuk voor stuk hun eigen ideaalbeeld op Israël konden projecteren. Voor liberaal-rechts was Israël een westerse voorpost in het Midden-Oosten, door de VS gesteund tegen Arabische dictaturen die Sovjet-steun kregen. Bij de christelijke partijen was er de liefde voor het Bijbelse land Israël.
Adhesiebetuigingen aan de jonge staat waren verweven met schuldgevoelens over het lot van de Nederlandse Joden in de Tweede Wereldoorlog. Linkse partijen konden Israël ondertussen zien als een idealistisch project waarvan het communale leven in de kibboets een symbool was. De sticker ‘Wij staan achter Israël’ kon je begin jaren zeventig evengoed aantreffen op ‘linkse auto’s’ zoals de Citroën 2CV, als op ‘rechtse’ Mercedessen.
Tot 1977 leverde de Arbeidspartij alle Israëlische premiers. Ook leden van de protestgeneratie hadden van Israël vaak een positief beeld. Diverse ‘langharigen’ togen er zelf heen om als vrijwilligers in kibboetsen te helpen om gestalte te geven aan een betere en rechtvaardigere samenleving dan in Europa bestond. ‘De normen die uit de afschuw over de Holocaust voortkwamen, waren rond 1968 nog onaantastbaar’, stelden Sanderijn Cels en Menno van der Veen in 2006 in de Volkskrant. ‘De protestgeneratie motiveerde haar idealen grif met verwijzingen naar Auschwitz.’
Bovenal speelde in deze jaren mee dat veel politici nog persoonlijke herinneringen hadden aan de Tweede Wereldoorlog. PvdA-premier Willem Drees had zelf als gevangene in concentratiekamp Buchenwald gezien hoe Joodse geïnterneerden werden afgebeuld en vernederd. PvdA-defensieminister Henk Vredeling leverde tijdens de Jom Kipoer-oorlog, om snel te kunnen handelen, in het geheim wapens aan Israël en zei later: ‘Ik heb de Joden één keer zien wegdrijven. Ik dacht: dat zal mij geen tweede keer gebeuren.’
Een ommekeer voltrok zich niet van de ene op de andere dag, maar wie wil, kan de overwinning van Likud bij de Israëlische parlementsverkiezingen van 1977 als het begin ervan zien. Met de eerste rechtse premier van Israël, de vaak kil en calculerend overkomende Menachem Begin, was het stukken moeilijker te sympathiseren dan met de warme en o zo charismatische Golda Meïr, Israëls eerste en enige vrouwelijke premier. In de jaren zeventig kwamen Palestijnse activisten in het nieuws met terreur en vliegtuigkapingen. Die acties werden breed veroordeeld, maar het onherroepelijke gevolg ervan was dat de andere kant van het verhaal meer bekendheid kreeg. De Palestijnse vliegtuigkaper Leila Khaled groeide met haar kalasjnikov en geblokte sjaal in de loop van de jaren zeventig zelfs uit tot een soort ‘links stijlicoon’ à la Che Guevara.
Het bloedbad dat Libanese christelijke milities in 1982 aanrichtten in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila, onder toeziend oog van het Israëlische leger, deed de Nederlandse publieke opinie verder kantelen. Een paar jaar later begon de eerste Palestijnse opstand in de bezette gebieden, de Intifada. Israëls nederzettingenpolitiek zorgde voor meer aantasting van het imago. Ondertussen nam het aantal ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog af. ‘De periode waarin een verwijzing naar de Holocaust de alles overstijgende inbreng in debatten was, ligt achter ons’, stelden Sanderijn Cels en Menno van der Veen in 2006.
In een onderzoek van de Duitse Bertelsmann Stiftung uit 2020 bleek nog maar 21,5 procent van de Nederlanders een positief beeld te hebben van Israël. De samenstelling van die groep verschilt fors van die van het grote pro-Israëlische kamp van een halve eeuw terug.
Constante steun krijgt Israël in Nederland van de strenge protestants-christelijke kerkgenootschappen. Aandacht voor de joodse oorsprong van het christendom was van oudsher kenmerkend voor het protestantisme, maar het Israëlbeeld van Nederlandse strenggereformeerden werd de laatste decennia ook beïnvloed door wat kwam overwaaien uit de Verenigde Staten. Bij Amerikaanse evangelische christenen maakte een gedachtengoed opgang dat bekendstaat als christen-zionisme. Het behelst geloof in de profetie dat alle Joden moeten terugkeren naar het Heilige Land voorafgaand aan de wederkomst van Jezus.
Naarmate de bevolking en het territorium van Israël groeien, komt dat moment dichterbij. Terwijl progressieve Nederlandse christenen vanaf de jaren zeventig vaker zorgen uiten over de situatie in de bezette gebieden, wordt in 1980 door conservatieven de stichting Christenen voor Israël opgericht, die gebiedsuitbreiding van Israël juist kan billijken. In 2019 komt Christenen voor Israël in opspraak omdat in haar Israël-winkel in Nijkerk producten worden verkocht die zijn geproduceerd in nederzettingen in bezet gebied met het opschrift ‘Made in Israël’. Tegenwoordig trekt de stichting vaak op met de SGP. In gemeenten waar veel SGP wordt gestemd, waren de afgelopen twee weken veel Israëlische vlaggen te zien.
Op 10 oktober was de SGP samen met de PVV initiatiefnemer van een oproep aan de Tweede Kamer voor een gemeenschappelijke solidariteitsbetuiging aan Israël na het bloedbad van Hamas. SGP en PVV vinden elkaar in pro-Israëlische standpunten, maar de steun voor Israël van Geert Wilders en aanverwante politici kent een totaal andere voorgeschiedenis: die is verbonden met de terreuraanslagen van 9/11. Die aanslagen fungeerden niet alleen als katalysator voor de opkomst van rechts-populistische partijen in West-Europa die gingen ageren tegen wat ze ‘de islamitische ideologie’ noemen, die aanslagen vormden ook het begin van een campagne van de Israëlische Likud-partij waarin Israël zich presenteert als een ultiem bastion tegen moslimfundamentalisme. De begrippen ‘Palestijnen’ en ‘terroristen’ zijn daarin praktisch inwisselbaar.
In Nederland kopieerde Wilders dat discours vrijwel tot op de letter. Op 10 oktober riep hij in de Tweede Kamer op tot onvoorwaardelijke steun aan Israël en noemde de strijd net als Likud ‘een conflict tussen beschaving en barbarij’. Ook in PVV-kringen wordt vaak de Israëlische vlag gehesen, de vlag wordt door de aanhang ook veel gebruikt op sociale media.
De omgekeerde versie van het PVV-discours wordt in Nederland uitgedragen door Denk en is vrijwel identiek aan dat van Palestijnse woordvoerders in het Midden-Oosten. Palestijnen zijn daarin louter slachtoffers van een ‘Joods apartheidsregime’, ongeacht de methoden waarvan ze zich bedienen. Terwijl Geert Wilders sprak van Israëls strijd tegen barbarij, noemde Denk-voorzitter Stephan van Baarle het hijsen van de vlag van ‘apartheidsstaat Israël ongepast’. Zowel Denk als de eenmansfractie van Bij1 boycotte op 11 oktober in de Tweede Kamer de herdenking voor de slachtoffers van 7 oktober.
Afgaande op hun uitingen op sociale media zijn aanhangers van Bij1 om andere redenen kritisch op Israël dan Denk. Waar het discours van Denk min of meer een kopie is van dat van Palestijnse tegenstanders van Israël, lijkt dat van Bij1 overgenomen van Amerikaanse critici van Israël. In dat discours is Israël behalve een koloniale staat ook een symbool van witte suprematie. Het lot van de Palestijnse bevolking wordt erin verbonden met het lot van de Amerikaanse zwarte bevolking. Op de slogan ‘Black Lives Matter’ wordt gevarieerd met de slogan ‘Palestinian Lives Matter’, ook al is huidskleur nu juist geen bron van verschil tussen Israëliërs en Palestijnen.
Socialemedia-uitingen worden gelardeerd met Palestijnse vlaggetjes. In twistgesprekken op sociale media met mensen die Israëlische vlaggetjes gebruiken, wordt niet of nauwelijks inhoudelijk op het conflict ingegaan. Groepen lijken veeleer bezig met het belijden van een identiteit waarvan een uitgesproken pro- of anti-Israël-standpunt slecht een onderdeel is.
Vooral onder jongeren neemt de sympathie voor de Palestijnse zaak toe, ook al is die vaak slechts deel van een identiteitsexpressie. In het genoemde onderzoek van de Bertelsmann Stiftung uit 2020 had 31 procent van de Nederlanders een negatief beeld van Israël. Die groep is sindsdien waarschijnlijk gegroeid, mede onder invloed van sociale media. In de week na 7 oktober verwelkomde het pro-Palestijnse Nederlandse Instagramkanaal @cestmocro zijn miljoenste volger.
Peter Malcontent, auteur van Een open zenuw, zei in deze krant: ‘Ik merk het aan mijn studenten. Voor jongeren is het een conflict zoals alle andere. En dan gaat de sympathie vaak uit naar de underdog, de Palestijnen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden