‘Nu bij de tweede paal, Aidan. Goed zo.’
Op een lage tribune van het jeugdcomplex van Feyenoord nabij de Kuip geeft Dirk Kuijt aanwijzingen aan zijn jongste zoon Aidan, die met Feyenoord onder 13 jaar tegen FC Groningen speelt. In tegenstelling tot andere ouders doet hij dat zo zacht dat niemand het kan horen, zeker zijn enthousiast dravende, helblonde zoon niet.
Kuijt moet in de rust van de wedstrijd een paar keer op de foto. Hij speelde jarenlang voor Feyenoord en haalde het aantal van 107 interlands, waaronder de WK-finale in 2010. Hij is niet de enige van de zilveren WK-ploeg die zaterdags langs de lijn zit bij een hoogste jeugdelftal van een profclub. Liefst acht van de elf basisspelers hebben een of meerdere zonen die actief zijn bij een bvo (betaaldvoetbalorganisatie). Een ongekend aantal. Twee zijn er al prof, de zonen van Mark van Bommel, tevens de kleinzonen van toenmalig bondscoach Bert van Marwijk. Vooral Ruben van Bommel maakt indruk bij AZ en debuteerde recentelijk in Jong Oranje.
Over de auteur
Bart Vlietstra schrijft sinds 2015 over voetbal voor de Volkskrant. Hij werkte ook voor diverse sportprogramma’s op televisie.
Van de andere ‘zonen van’ wordt ook hoog opgegeven. Damian van der Vaart werd door Ajax weggeplukt bij het Deense Esbjerg, Shaqueel van Persie tekende al een contract bij Feyenoord.
Kuijt is ervan op de hoogte. ‘Je komt elkaar ook weer als voetbalvader veel tegen. Maar je houdt het sowieso allemaal in de gaten. We hebben zoveel meegemaakt samen, en die jongens kwamen al als dreumesen het veld op na sommige trainingen van Oranje. Toen zag je dat de meesten wel een balletje konden trappen.’
Pas tien keer haalde de zoon van een Oranje-speler ook het Nederlands elftal. Maar deze eeuw gebeurde dat al vier keer. De laatste was Justin Kluivert, zoon van Patrick Kluivert. Die zag ook zoon Ruben het profvoetbal halen en zijn 16-jarige nakomeling Shane een contract tekenen bij FC Barcelona.
Kuijt: ‘Nog steeds is de kans heel klein dat je zoon het profvoetbal haalt, als hij in een opleiding van een profclub speelt. Wij realiseren ons dat ook, wij weten wat erbij komt kijken. Dat je een dosis geluk moet hebben. Die relativering zie je niet bij iedere ouder.’
Kuijt heeft nog twee zonen. Zij voetballen bij topamateurclub Quick Boys uit hun woonplaats Katwijk. ‘Ze liggen er onder een vergrootglas door hun achternaam. Ik kan ze helpen hoe ze daar mentaal mee moeten omgaan.’
Aidan loopt op dezelfde positie als waar zijn vader vaak speelde, in de spits. Hij is verder dan zijn vader op die leeftijd. In het positie kiezen, qua motoriek en techniek. ‘Ik kwam pas op mijn 17de bij FC Utrecht, hij werd al op zijn 6de gevraagd door Feyenoord.’
Dat vond Dirk Kuijt nog wat te jong. Glimlachend: ‘Aidan en ook zijn broers waren een paar weken boos op me. Ik zei: dan moet je nu nog twaalf jaar in de jeugd zowat als een prof leven en daarna misschien nóg twintig jaar.’
Toch maakte Aidan twee jaar later de overstap. Kuijt: ‘Als je nu pas op je 12de aanhaakt bij een profclub, ben je misschien al te laat. Aidan wilde heel graag. Hij heeft nog mooie momenten van mijn carrière meegemaakt. Ik snap wel dat je dat ook wilt proberen te bereiken als je gek van voetbal bent.’
Voetbal als verplichting
Later die dag op het jeugdcomplex van De Graafschap speelt Jens Mathijsen, zoon van linkercentrumverdediger van de WK 2010-ploeg Joris, met Willem II onder 18 tegen de leeftijdgenoten van De Graafschap.
Er is nog meer nageslacht van het Nederlands elftal op sportcomplex De Bezelhorst. Bij De Graafschap onder 18 is Melle Meerdink, zoon van 1-voudig international Martijn Meerdink actief. Meerdinks oudste zoon Mexx debuteerde al in het eerste van AZ en wordt getipt als de volgende die zijn vader als international achterna gaat.
Mathijsen, wiens jongste zoon Julian ook bij Willem II speelt, heeft wel een idee waarom er zoveel zonen van oud-toppers doorkomen. ‘Kijk naar de jeugd van nu, ze zitten allemaal binnen op hun telefoon of Nintendo. Bij het minste spatje regen; hup, gamen. Wij voetbalden vroeger allemaal de hele dag buiten en dat is wat je nu ook stimuleert. Hup, naar buiten! Wij weten wat ervoor nodig is.’
Dat is: véél voetballen, onder deskundige trainers, maar ook gewoon op een pleintje of veldje zonder trainers, ouders en scheidsrechters. Mathijsen: ‘Natuurlijk geef ik wel tips. Over voedingssupplementen, oefeningen en welke fysieke begeleiders je verder kunnen helpen. Het wordt steeds belangrijker dat je fysiek goed bent. Daar kun je al enorm veel mee winnen.’
Lachend haalt Mathijsen een voorbeeld aan uit zijn eigen loopbaan. ‘Ik heb twaalf jaar van mijn profcarrière drie uur voor een wedstrijd spaghetti gegeten, omdat ik dacht dat dat goed was. Bleek dat je al een dag van tevoren koolhydraten moet tanken. Daar doen Jens en Julian nu hun voordeel mee.’
Niet iedereen kan een goede fysiotherapeut, fysieke coach of voedingssupplementen betalen. En wat te denken van de techniekscholen waar veel jeugdspelers van profclubs naartoe gaan? Mathijsen: ‘Daar ben ik juist geen voorstander van. Dan wordt voetbal echt een verplichting en knappen ze er misschien op af.’
Aidan Kuijt gaat ook niet naar een techniekschool, wel gaat hij soms individueel trainen met zijn vader. Dirk Kuijt: ‘Maar hij moet dat zelf willen. Aidan wil dat, die kijkt alles, die slurpt alles op van de spitsen van nu.’
Klaas-Jan Huntelaar gaf dat al eens aan over zijn zoon Seb, dat die hem als 7-jarige al na een doelpunt vroeg of zijn vader rekening hield met de buitenspelval toen hij wegliep bij de verdediging. ‘Hij houdt alles in de gaten en gebruikt die informatie voor zijn eigen spel.’
Potentiële goudmijn
Jake van Bronckhorst, zoon van Giovanni, had dat lange tijd juist minder, vertelt hij, terwijl hij zijn fiets parkeert op het terrein van amateurclub DCV uit zijn woonplaats Krimpen aan den IJssel. ‘Ik zat in de jeugd van Feyenoord, maar voetbal was voor mij altijd plezier. Daar hamerde mijn vader ook op. Pas vanaf mijn 17de dacht ik: ik wil hier echt verder mee.’
Hij zat zijn hele leven bij Feyenoord. Niet altijd in de hoogste teams, op het laatst bij de amateurtak en nu dus bij eersteklasser DCV. ‘Ik vind het geweldig om te zien hoe die andere jongens het doen, we hebben contact. Misschien is dit een gouden generatie. Ik ben zelf nog steeds ambitieus. Tuurlijk wil je als kind je vader achterna. Het is anders gelopen, maar ik ben nog steeds blij, ik heb een heel leuke jeugd, heb nooit enige druk gevoeld.’
De WK 2010-gangers hadden, zeker na hun carrière, veel vrije tijd en hebben uitstekend verdiend. Ze zien andere ouders vaak hun getalenteerde kind benaderen als een potentiële goudmijn, waardoor er veel druk op hen ligt.
Dat hun kinderen bij dezelfde profclub in de jeugd gingen spelen als waar zij zelf furore maakten, was soms ook uit logistiek oogpunt puur praktisch. En mogelijk zullen sommige clubs hun gekoesterde (oud-)profs niet tegen de haren hebben willen instrijken door hun zoon niet aan te nemen.
Veel van de WK 2010-gangers gingen ook weer werken bij hun oude club als (jeugd-)trainer of technisch beleidsbepaler. Mathijsen was directeur bij Willem II. ‘Jens was al gescout voordat ik dat werd. Je kijkt juist wel uit dat mensen gaan denken dat je zoon daar zit, omdat zijn vader daar vroeger voetbalde of werkt. Die jongens moeten zich vaak dubbel zo hard bewijzen. Misschien vormt dat ze ook.’
Ruben van Bommel deed op zijn 15de zelfs een stapje terug vanwege zijn vader. Hij ging van PSV naar MVV, een halfjaar nadat zijn vader met het nodige tumult was ontslagen als hoofdtrainer bij PSV. ‘Je krijgt vervelende reacties, mensen gaan anders naar je kijken. Het was geen leuke periode.’
Ook Ronald Koeman junior had meer last dan lust van zijn achternaam, vertelde hij aan het voetbalblad Voetbal International. ‘Er wordt anders naar je gekeken. En dan heb ik ook nog dezelfde voornaam. Het zou wat rustiger zijn als ik Kees, Jan of Piet had geheten.’
Profclubs zijn op hun eigen mediakanalen terughoudend om zonen van oud-profs eruit te lichten. Maar toen Aidan Kuijt drie keer scoorde tegen Ajax ging dat via fanaccounts van Feyenoord alsnog als een lopend vuurtje rond. Dat Lennox Heitinga, zoon van John, in die wedstrijd bij Ajax meedeed, bleef ook niet onvermeld.
Hoewel hij, net als zijn vader vroeger, goed positie kiest en keihard werkt, komt Aidan Kuijt in het in 4-0 geëindigde duel met FC Groningen niet tot scoren. Op de terugweg zal Kuijt senior vooral zijn zoon laten praten. ‘Soms zeg ik wel: zorg dat de flankspelers je genoeg ballen geven. Als hij dat dan aangeeft, snappen de trainers wel dat het van mij komt. Maar veel meer zeg ik niet. Hij moet lekker zijn eigen weg zoeken.’
Maarten Stekelenburg: Sem bij AZ onder 14
John Heitinga: Lennox bij Ajax onder 13
Joris Mathijsen: Jens bij Willem II onder 18, Julian bij Willem II onder 13
Gregory van der Wiel*
Giovanni van Bronckhorst *
Mark van Bommel: Thomas bij Patro Eijsden 1, Ruben bij AZ 1 *
Nigel de Jong*
Wesley Sneijder: Jessey bij FC Utrecht onder 18
Arjen Robben: Luka bij FC Groningen onder 16, Kai bij FC Groningen onder 12
Dirk Kuijt: Aidan bij Feyenoord onder 13
Robin van Persie: Shaqueel bij Feyenoord onder 18
Reserves:
Stijn Schaars: Justin bij De Graafschap onder 14
Rafael van der Vaart: Damian bij Ajax onder 18
Klaas-Jan Huntelaar: Seb bij Vitesse onder 15 jaar
*Hebben (momenteel) geen kinderen bij profclubs, Nigel de Jong is wel de zoon van oud-international Jerry.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden