„Ik wilde weten: wat leeft er op het platteland? Je ziet dat de tegenstelling tussen stad en platteland vaak op karikaturale wijze wordt uitvergroot: plattelanders die menen dat in de stad iedereen op een bakfiets rijdt en woke is, stedelingen die menen dat alle boeren met hun stront en dikke jeeps de natuur kapotmaken of juist dat het één grote romantische idylle is van rust en ruimte en een-zijn met de natuur. Ik wilde zelf eens onderzoeken: waar zijn de mensen op het platteland mee bezig? Hoe leven ze? Hoe zien ze de toekomst?”
De Gentse journalist en fotograaf Jelle Vermeersch (43) reisde in totaal ruim tachtig dagen en 2.500 kilometer met een oude Massey Ferguson-tractor en een tot fotostudio omgebouwde veewagen over het Belgische platteland. Hij sliep in een koepeltentje, in een stal tussen de koeien, en in de winter in een b&b of op een logeerkamer op een tochtige zolder bij mensen thuis. „Die tractor gaf gelijk gespreksstof. ‘Hoe lang ben je al op pad?’, ‘Hoe hard gaat dat ding?’ – mensen waren nieuwsgierig, overal had ik onmiddellijk contact.”
De tractor gaf Vermeersch ook de gelegenheid om „op het tempo van de streek” rond te reizen. Door de veewagen als studio te gebruiken kon hij mensen uit hun omgeving halen en kwam er door dat steeds terugkerende decor – door het veranderende licht: wit in de zomer, grijs in de herfst, zwart in de winter – lijn in al die verschillende portretten.
„Ik ben opgegroeid in een dorpje op het platteland, niet ver van de kust. Mijn ouders wonen er nog, mijn broer. Ik kom er heel graag. Alleen al als ik in een stal rondloop, die geur, de klank en de warmte van de dieren – daar word ik gelukkig van.”
Vermeersch fotografeerde de landschappen, de planten, de dieren, maar vooral de mensen, een bonte stoet van boeren, pastoors, cafébazen, oud-mijnwerkers, vluchtelingen, kapsters, werklozen, een F-16-piloot. Hij interviewde zo’n honderd mensen die voor hem poseerden. „Velen vertelden dat ze de stilte en de ruimte zo waarderen buiten de stad. Maar romantisch is het niet. Denk je eens in: in de Ardennen, in de winter, dat is echt de wildernis. Er zijn op het platteland veel voorzieningen verdwenen: openbaar vervoer, pinautomaten, apotheken. Ik zag ook veel armoede; tienerzwangerschappen, jongeren zonder ambitie die het liefst chômeur [werkloze] worden. En dat op honderd kilometer van Gent hè.”
Wat hem het meest opviel? „Hoe verschillend mensen omgaan met veranderingen. Boeren moeten hun praktijk aanpassen. Sommigen gaan daar aan onderdoor. Anderen gaan biologisch telen, pakken wat toerisme erbij. Die veerkracht, die trof me.”
Source: NRC