De 45-jarige Tunesiër Abdesalem L. leefde afgelopen jaren met zijn vrouw en dochter in Schaarbeek, een van de dichtstbevolkte en armste gemeenten van het Brussels Gewest, waar vele nationaliteiten samenwonen. Nadat zijn asielaanvraag in oktober 2020 was afgewezen, verdween hij in de illegaliteit.
Maar helemaal onder de radar was Abdesalem L. niet. Hij was een bekende van zowel de politie als de veiligheidsdiensten, blijkt daags na de aanslag in Brussel, waarbij drie Zweden onder vuur werden genomen. Twee kwamen om het leven, één raakte zwaargewond. Abdesalem L. noemde zichzelf in een opgenomen filmpje een strijder van Islamitische Staat (IS). Hij werd dinsdagochtend door de politie neergeschoten in een café in Schaarbeek en overleed kort daarna aan zijn verwondingen.
Waarom werd deze man, van wie er meerdere aanwijzingen waren dat hij geradicaliseerd was en een bedreiging vormde voor de rechtsstaat, niet uitgezet? Het is een vraag die deze week in België meermaals werd opgeworpen, ook in het parlement. In een reactie liet staatssecretaris voor Asiel Nicole de Moor weten dat uitzetten moeilijk is, omdat landen als Tunesië vaak weigeren om staatsburgers terug te nemen.
In het geval van Abdesalem L. lijkt er echter meer aan de hand te zijn. Toeval of niet, op de dag dat hij werd doodgeschoten, had de federale gerechtelijke politie van Antwerpen een bijeenkomst gepland over de Tunesiër. Aanleiding was de aangifte die een bewoner van een asielzoekerscentrum had gedaan nadat L. hem via sociale media had bedreigd. Het zou gaan om een bijeenkomst ‘uit voorzorg’, zei minister van Justitie Vincent Van Quickenborne hierover. ‘Van een echte acute of concrete dreiging was geen sprake.’
Desondanks waren er in de politiedatabank vier meldingen bekend over Abdesalem L. Die gingen over mensensmokkel, illegaal verblijf en bedreiging van de veiligheid van de staat, zei justitieminister Van Quickenborne. Maar de meldingen waren niet zwaar genoeg om hem op de lijst van antiterreurdienst OCAD te plaatsen.
Het is te vroeg om te zeggen of de veiligheidsdiensten bij de aanslag steken hebben laten vallen, zegt universitair docent inlichtingendiensten Kenneth Lasoen (Universiteit Antwerpen). ‘Er staan ook nog zevenhonderd gevaarlijke individuen op de OCAD-lijst. We hebben nooit genoeg middelen om naast iedere burger die verdacht gedrag vertoont een veiligheidsagent te plaatsen.’
Hoewel de Tunesiër nooit veroordeeld is voor terrorisme, zat hij volgens de Belgische krant De Standaard in zijn thuisland wel een straf uit voor openlijke geweldpleging. Nadat hij in 2011 uit de gevangenis was ontsnapt, zwierf hij jarenlang door Europa. Via het Italiaanse Lampedusa ging hij naar Zweden. Daar kwam hij in de gevangenis terecht vanwege drugsbezit, daarna werd hij het land uitgezet. De doelgerichte aanslag op Zweedse inwoners houdt daar mogelijk mee verband. Vanuit Zweden keerde hij terug naar Italië, waarna hij, onduidelijk is wanneer precies, in België opdook.
In 2016 kreeg België van de Italiaanse politiedienst het verzoek om telefoonnummers na te gaan die Abdesalem L. had gebeld. Het is onduidelijk of ook andere landen werden ingeseind. Gemeld werd dat L. van plan was om af te reizen naar oorlogsgebied om deel te nemen aan de jihad. België was dat voorjaar opgeschrikt door meerdere aanslagen in en rond Brussel, waarbij 35 mensen om het leven kwamen. ‘Er waren toen tientallen meldingen per dag van die aard’, aldus minister Van Quickenborne in de Belgische Tweede Kamer.
Het OCAD was overbelast. Concreet: het orgaan moest dat jaar 25.155 documenten over terreur verwerken. Bij de Staatsveiligheid werkten toen ongeveer vijfhonderd personen, bij het OCAD hooguit 65. Nadat was gebleken dat de doorgegeven nummers op niet te traceren prepaidkaarten stonden, deed de veiligheidsdienst geen nader onderzoek. Ook ontbraken concrete bewijzen voor radicalisering bij L., aldus Van Quickenborne.
In juni 2022 kregen de veiligheidsdiensten opnieuw een melding binnen. L. zou op de stoep voor de moskee opruiende teksten hebben uitgeslagen. ‘Dat is goed onderzocht’, zei Van Quickenborne, ‘maar het leverde niets op.’
In het Belgische parlement wordt ondertussen door rechtse politici vooral het falende uitzettingsbeleid aangehaald als reden dat de illegale Tunesiër twee slachtoffers kon maken. Voor de zoveelste keer klonk vanuit die hoek de roep om een hardere migratieagenda.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden