Een zestal mannen rijdt op glinsterende mountainbikes over een lommerrijk laantje. Even verderop nipt een tweede groep aan kopjes koffie op het terras van een café dat tevens dienstdoet als Franse minimarkt. Als de mannen niet in uniformen waren gestoken en het idyllische tafereel niet was omringd door geparkeerde pantservoertuigen en een gigantische muur met elektrisch prikkeldraad, had het zo een Franse camping kunnen zijn.
Maar wie goed kijkt, ziet dat alles hier bedekt is door een fijn laagje Saharazand – de militairen zijn gelegerd in het hart van het Afrikaanse continent. Op de Kosseï-luchtbasis in de Tsjadische hoofdstad Ndjamena maken zij deel uit van ‘de Franse Elementen in Tsjaad’ (EFT). Op hun uniformen kleeft met klittenband niet alleen de Franse vlag, maar ook de blauw-geel-rode driekleur van hun gastland.
Over de auteur
Joost Bastmeijer is correspondent Afrika voor de Volkskrant. Hij woont in Dakar, Senegal. Van 2017 tot en met 2022 woonde hij in de Keniaanse hoofdstad Nairobi.
Als kolonel Nicolas Chalons, een brede veertiger met kort zwart haar, iets later de weg naar zijn kantoor wijst, passeren we een aantal imposante houten gebouwen die nog uit de koloniale tijd stammen. ‘Deze mooie kantoren hebben we al jaren teruggegeven aan het Tsjadische leger’, zegt de Fransman. Dan komt hij aan bij de deur van een plastic portakabin: vanuit dit bescheiden, tijdelijke kantoor geeft Chalons leiding aan de duizendkoppige EFT-eenheid.
De kolonel benadrukt dat hij en zijn landgenoten hier slechts op uitnodiging van de Tsjadische overheid zijn. ‘Als de Tsjadiërs willen dat we vertrekken, zijn we zo weer weg’, zegt hij stellig.
De ingelijste zwart-witfoto’s aan de muur van Chalons’ kantoor verraden hoe anders de situatie vroeger was, toen Tsjaad net als zijn buurlanden tot de Frans koloniën behoorde: afgebeeld zijn talloze prominente militairen en presidenten die de hangars van de vliegbasis bezoeken. De eerste foto’s dateren uit 1939, toen de vliegbasis als Fort Lamy werd gebouwd, vernoemd naar de stad die de Fransen 39 jaar eerder aan de oevers van de Chari-rivier stichtten (en later Ndjamena is gaan heten).
‘Het Tsjadische leger hielp in de Tweede Wereldoorlog bij de bevrijding van Frankrijk’, zegt Chalons, terwijl hij zijn blik over de foto’s laat gaan. ‘Onze samenwerking gaat al decennia terug.’ Tegenwoordig geven de Fransen er ‘training, inlichtingen en ondersteuning’ aan het Tsjadische leger, zegt de kolonel, ‘maar we zijn hier niet om hen te vervangen.’
Frankrijk is niet alleen militair aanwezig. Ook op het gebied van handel en cultuur is de Franse invloed overal in Ndjamena zichtbaar; van de apotheken met groen oplichtende kruizen tot de vele boulangeries aan straten die naar Franse presidenten zijn vernoemd. ‘Zelfs de drank is hier Frans’, grapt activist en blogger Deuhb Emmanuel, wijzend naar het label van zijn Castel-bierfles. Hij zit aan een plastic tafel in Pili Pili, de biertuin in het zuiden van de stad. Zodra hij het over de Franse invloed in zijn land heeft, windt de doorgaans rustige activist zich op. ‘De mensen leven in armoede’, zegt hij, ‘er zijn bijna geen banen.’
‘Wij zitten alleen maar met een falende regering opgescheept omdat de Fransen die in stand houden,’ zegt Emmanuel vervolgens boos. Al decennia bepalen de Fransen wie er in Tsjaad aan de macht is, stelt de activist. Toen president Idriss Déby in april 2021 plots aan het front werd gedood en zijn zoon Mahamat kort daarna de macht greep, vloog president Macron naar Ndjamena om zijn steun voor de familie Déby te benadrukken. ‘Wij staan aan uw zijde’, zei de Franse president op de uitvaart van ‘Papa-Déby’, gebroederlijk naast ‘Déby-Fils’. ‘Frankrijk zal nooit toestaan dat iemand de integriteit en stabiliteit van Tsjaad in gevaar brengt.’
Activist Deuhb Emmanuel noemt het optreden van de Franse president hypocriet. ‘Macron doet alsof hij mensenrechten belangrijk vindt’, zegt hij, ‘maar ondertussen steunt hij een dictatoriaal regime dat zijn eigen mensen vermoordt.’ De activist verwijst naar de meest recente demonstratie tegen het Déby-regime, die een jaar geleden op 20 oktober hardhandig werd neergeslagen. Sindsdien zit de angst er goed in; demonstraties worden niet meer georganiseerd.
‘De politie schoot met scherp op demonstranten’, herinnert Emmanuel zich hoofdschuddend, ‘hun lichamen werden verderop in de rivier gedumpt.’ Hij wijst naar de oever van de Chari-rivier, die stroomt aan de andere kant van de drukke weg waaraan de biertuin is gelegen. De slachtpartij, waarbij volgens Emmanuel zeker honderden doden vielen (de laagste schatting gaat uit van zeker 128 doden), ging de boeken in als Zwarte Donderdag. De mensenrechtenschendingen werden door de Fransen niet veroordeeld. ‘Parijs steunt Déby door dik en dun’, verzucht Emmanuel. ‘Ze kunnen het zich simpelweg niet veroorloven om Tsjaad als bondgenoot te verliezen.’
De Fransen lopen op hun tenen nu zij zich moeten terugtrekken uit andere landen in de Sahel. In Mali, Burkina Faso en – onlangs nog – Niger grepen verongelijkte generaals de afgelopen jaren de macht, ontevreden over de aanpak van het jihadistische terrorisme dat zich nog steeds als een olievlek over de regio verspreidt. Een vredesmissie van de VN en een antiterrorismemissie van het Franse leger konden niet voorkomen dat de jihadisten steeds meer terreinwinst boekten. Zodra de coupplegers hun grip op de instituties verstevigden, werden de pijlen steevast op de aanwezigheid van ex-kolonisator Frankrijk gericht. Die zou te weinig hebben geholpen tegen de terreur en alleen maar in de Sahel aanwezig zijn om zijn eigen belangen te behartigen.
Op 24 september kondigde de Franse president Macron noodgedwongen en met forse tegenzin aan ook zijn 1.500 in Niger gelegerde militairen terug te trekken. De meesten zijn nu in Tsjaad ondergebracht. Dat betekent dat in de Sahel alleen de drie Franse bases in Tsjaad en een basis in het oostelijker gelegen Djibouti overblijven. ‘We zitten hier in het hart van Afrika’, zegt kolonel Chalons, ‘Tsjaad is van groot belang voor de stabiliteit van het continent.’ Volgens Chalons is die stabiliteit (en niet de aanwezigheid van grondstoffen en olie) de belangrijkste reden dat de Fransen in Tsjaad actief zijn. ‘Als Afrika instabiel is, zullen we daar in Europa de negatieve gevolgen van merken, op het gebied van onder meer migratie en extremisme’, aldus de kolonel.
Toch merkt ook Chalons dat het anti-Frans sentiment in Tsjaad toeneemt. ‘We leven in een post-waarheid-tijdperk’, zegt de kolonel. ‘Op sociale media doen berichten van pan-Afrikaanse netwerken met nepnieuws het erg goed.’ Veel van die berichten worden volgens Chalons vanuit Europa verstuurd. Eerder dit jaar reisde een colonne met Frans-Tsjadische troepen naar het zuiden van Tsjaad om daar een grenspost te bouwen. ‘Op internet riepen mensen meteen dat we een oorlog met de Centraal-Afrikaanse Republiek zouden beginnen’, zegt Chalons hoofdschuddend. ‘Zulke berichten zijn levensgevaarlijk.’
Om een Niger-scenario in Tsjaad te voorkomen, zegt kolonel Chalons, zullen de Fransen lessen moeten trekken uit wat er in de rest van de Sahel gebeurt. ‘We kunnen niet zeggen dat er niets is gebeurd. We moeten jonge Afrikanen nog beter vertellen dat we op het continent aanwezig zijn om hun regeringen te helpen.’
In de biertuin in het zuiden van de stad krijgt Deuhb Emmanuel gezelschap van een man met korte dreads, gekleed in een geel-zwart joggingpak. ‘Populasson!’, roepen sommige klanten de man toe wanneer hij met een speels loopje naar de witte plastic tafel wandelt. Hij stelt zich voor als N2A Teguil, ‘rapper en muzikant’. Hij is een vriend van Emmanuel – ‘we strijden voor dezelfde zaak’ – en eigenlijk zou hij vanavond een nieuw nummer opnemen in de studio. ‘Maar er is geen stroom’, lacht Teguil bitter. ‘Zie je hoe wij moeten leven?’
Door de komst van de energieke rapper raakt het gesprek in een stroomversnelling. ‘Ik ben de stem van het volk, van de jongeren’, zegt Teguil. ‘In een land waar de overheid niets voor ons doet, moeten we mondig zijn.’ Hij wijst naar de ingang. ‘Zag je hoe mensen me groeten? Ze roepen ‘populasson’! Dat is een verwijzing naar mijn bekendste nummer Populasson gay koor – ‘De mensen huilen’.’ Hij gaat op het puntje van zijn stoel zitten. ‘De dikke jaren zijn voorbij, maar wat hebben wij daarvan gemerkt?’, rapt hij a capella in Tsjadisch-Arabisch. ‘Als de magere jaren nu zijn aangebroken, geef ons dan een deel van het geld dat je eerder hebt verdiend. Want de bevolking huilt, de mensen hebben honger!’
Over een paar dagen reist N2A Teguil naar de Nigerese hoofdstad Niamey, zegt Emmanuel, om daar zijn nieuwe nummer te lanceren. Gagnant-Gagnant, oftewel win-win, richt zich op de Fransen. ‘De oud-kolonisten zeggen steeds dat ze een ‘eerlijke samenwerking’ met Afrikaanse landen willen’, legt Teguil uit, ‘maar ondertussen zijn de verhoudingen nog altijd scheef – ze willen dat de Afrikanen hun grondstoffen verkopen voor een fractie van de marktprijs.’
Hij verwacht dat de Nigerezen zijn nieuwe nummer wel kunnen waarderen. ‘Ze lopen mijlen op ons voor’, zegt de artiest, ‘hier in Tsjaad zijn we jaloers. De coupplegers luisteren naar hun volk! Ze zijn de weg naar een vrij en onafhankelijk Afrika ingeslagen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden