Soms ben ik blij om in Nederland te wonen, want gezegend zij het land waar de epidemiologen die later mondkapjesexperts werden, daarna militair deskundigen en vervolgens stikstofkenners, precies nu, wanneer de tijd daar om vraagt en we ze het hardst nodig hebben, historici blijken te zijn met een specialisatie in het Israëlisch-Palestijnse conflict.
Persoonlijk ontbreekt het mij helaas aan bagage om duidelijk positie te kiezen. Ik weet simpelweg niet waar de raket vandaan kwam en of er wel of geen baby’s zijn onthoofd, laat staan dat ik begrijp waar ik de geschiedenis moet laten beginnen. Begon die eerder deze maand op het dancefestival in de Negevwoestijn? Of al eerder, bij het bouwen van een muur rondom de Gazastrook? Misschien is de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever in 1967 een beter startpunt, maar de verovering van diezelfde oever in 1948 op de Israëliërs komt ook in aanmerking. Net als de Tweede Wereldoorlog, de bouw van de Al Aqsa-moskee en uiteraard Mozes’ veertigjarige zwerftocht door de woestijn. Maar ja, de Kanaänieten dan?
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Juist omdat ik niet weet of degene die de eerste steen wierp wel zonder zonde was, en of dat überhaupt nog iets uitmaakt, ben ik zo blij met al die eerder genoemde experts. Of ze zich nou roeren in de opmerkingensectie van GeenStijl of aan de UvA studeren, ze zijn me allemaal even dierbaar, want in donkere tijden hebben we nu eenmaal behoefte aan mensen die ons richting geven en ons op de vingers tikken wanneer we het verkeerd zien.
Het zal u dan ook niet verbazen dat ik deze week erg in mijn nopjes was met het Volkskrant-interview met Thierry Baudet. Simpele stervelingen zoals u en ik leven ons leven voorwaarts en begrijpen de meeste dingen pas achteraf. Mensen als Baudet echter, bezitten het zeldzame talent de gebeurtenissen al haarscherp te doorzien terwijl ze zich nog ontvouwen. Ook nu nam hij ons weer bij de hand inzake lastige kwesties als corona, Oekraïne, stikstof, 9/11 en de maanlanding.
Als samenleving wisten we, om met Godfried Bomans te spreken, natuurlijk al langer dat de aan Baudet bestede schoolkosten niet tot de uitgaven behoren waarop de Nederlandse belastingbetaler met veel trots kan terugkijken. Ook hadden we al een tijdje door dat hij een feitenvergiet is waar fantasie en realiteit ongefilterd doorheen lekken. Dat hij iemand is die in een restaurant eten bestelt op een toon die niet deugt bovendien. En dat hij zich gedraagt als een politieke schommel die naargelang de onvrede in de maatschappij probleemloos van het ene standpunt richting het andere beweegt, alsof het allemaal een spelletje is.
Er zijn mensen die zich daarom afvragen of zo’n man wel een podium verdient, maar wat mij betreft is het antwoord op die vraag volmondig ja. Enerzijds omdat het schattig is te zien hoe Baudet worstelt met het verlies aan populariteit – er zat nog net niet zo’n 35-procentsticker van de Albert Heijn op zijn wang geplakt.
Maar veel belangrijker nog: juist in dit soort gepolariseerde tijden, op momenten waar vrijwel elke discussie uitmondt in ruzie en conflict, is het als samenleving essentieel om de weinige zekerheden die er nog over zijn, ten volste te omarmen. Laten we, met andere woorden, blij zijn dat onze nationale dorpsgek nog altijd volslagen mesjokke blijkt te zijn, want het is een zekerheid die ons verenigt.
Source: Volkskrant