Wie In schitterend licht bezoekt, de tentoonstelling van hedendaagse Afrikaanse kunst in het Wereldmuseum in Berg en Dal, waant zich niet in een museum, maar in een stad. Stoer en betonachtig is het labyrint waarin de werken worden getoond. Snel even een blik op de expositie werpen is niet mogelijk: om de kunst te zien moet je steegjes door, trappen op en torens in.
De door Studio LA ontworpen tentoonstelling is spectaculair. En ze staat niet op zichzelf: Nederlandse musea tonen kunst op steeds minder conventionele wijze. Zelfs de schilderijen van Van Gogh moeten eraan geloven. In het Drents Museum verschijnen ze nu tegen knalpaarse, oranje en groene achtergronden. Het geeft te denken: zijn de witte, kubusvormige ruimten waarin kunst lang werd tentoongesteld achterhaald?
Ooit was juist die nu zo stijf overkomende white cube-presentatie revolutionair. In 1938 verwijderde Willem Sandberg, destijds hoofdconservator van het Stedelijk Museum Amsterdam, alle stijlkamers uit het gebouw en liet hij de bakstenen wit verven. De ogen van architectuurdocent en curator bij architectuurmuseum het Nieuwe Instituut Dirk van den Heuvel beginnen te glunderen als hij erover vertelt: ‘Dat was een groot gebaar: weg met die 19de eeuw!’
Baanbrekende ingrepen bestaan dus al langer. Toch tekent zich de laatste decennia een nieuwe trend af: de museumbezoeker wacht steeds vaker een totaalbeleving. Kantelpunt vormde volgens Van den Heuvel het kunstwerk The Weather Project van Olafur Eliasson (2003). Twintig jaar geleden kleurde de immense hal van museum Tate Modern in Londen oranjegeel door de zon die Eliasson daar had geïnstalleerd. Om de schemering te ervaren hoefden de talloze bezoekers geen tekstbordjes te lezen; het was genoeg zich te laten onderdompelen in het licht.
Die verschuiving naar een meer persoonlijke en lichamelijke beleving van kunst zie je terug in de manier waarop tentoonstellingen worden gemaakt. En dan gaat het allang niet meer alleen over de kleur van de wanden; voor haar collectiepresentatie Dwarsverbanden laat het Van Abbemuseum in Eindhoven geuren verspreiden door de zalen. Bovendien heeft het museum schilderijen lager opgehangen, zodat iemand die in een rolstoel zit ze goed kan zien. Ook discussies rondom toegankelijkheid laten zich gelden in museumzalen, benadrukt Van den Heuvel.
In Nederland lijkt voor innovatief tentoonstellingsontwerp meer ruimte te zijn dan in Duitsland of Frankrijk. Deels zal de spannende manier waarop ontwerpers hier te werk gaan noodgedwongen zijn. In de ons omringende landen gaat een hogere waardering voor kunst gepaard met ruimhartiger cultuurbeleid. Hier moeten musea meer uit de kast trekken om bezoekers te trekken en te voldoen aan subsidie-eisen. Maar de experimenteerdrift zit ook gewoon in het dna van de Nederlandse kunst- en ontwerpsector, zegt tentoonstellingsontwerper Afaina de Jong. ‘Hier leren we: regels zijn er om gebroken te worden.’
Hoe aanwezig mag tentoonstellingsontwerp zijn? We vroegen drie ontwerpstudio’s naar hun ervaringen.
Afaina de Jong (46) van Studio Afarai is een veelgevraagd ontwerper. Drie jaar op rij is een door haar ontworpen tentoonstelling door het Museumtijdschrift genomineerd als ‘beste tentoonstelling van het jaar’: na Slavernij in het Rijksmuseum in 2021 en Kirchner en Nolde: Expressionisme. Kolonialisme in het Stedelijk Museum Amsterdam in 2022 is dat dit jaar Kemet. Egypte in hiphop, jazz, soul & funk bij het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.
Afaina de Jong: ‘Als tentoonstellingsontwerper vertaal ik het verhaal van de curator of conservator. Neem Kirchner en Nolde: Expressionisme. Kolonialisme in het Stedelijk Museum Amsterdam in 2021. De conservatoren wilden een nieuwe blik werpen op het werk van de twee expressionisten. Want hoe verhoudt een schilderij van Kirchner zich tot foto’s van de gekoloniseerde mensen die hij afbeeldde? Ik koos ervoor juist die foto’s centraal te hangen, om te spelen met de hiërarchie. Ik hing ze hoger dan de schilderijen. Zo waren het de bezoekers die bekeken werden door de mensen op de foto’s in plaats van andersom.
‘Sommige critici vonden mijn ontwerp te sturend, vooral de oranje muren waarop in witte letters woorden als ‘Face’, ‘Challenge’ en ‘Reveal’ stonden. Ik respecteer die kritiek, maar sturen doe je altijd, ook wanneer je de schilderijen op een lege witte muur hangt. Daarmee suggereer je een rationele ordening van de objecten, een vorm van netheid en schoonheid. Je zegt: ‘Hier is niks aan de hand.’ Maar in tentoonstellingen met zo’n complex thema is er veel aan de hand.
‘Nadat ik de slavernijtentoonstelling in het Rijksmuseum had ontworpen kreeg ik veel aanvragen voor tentoonstellingen over vergelijkbare thema’s. Op een gegeven moment schreef ik terug: ‘Ik vind het leuk dat je me vraagt en begrijp wel waarom, maar ik ben ook benieuwd hoe iemand anders dit zou vormgeven.’
‘Het was een feest om het kleurrijke ontwerp te maken voor de tentoonstelling van de Libanees-Amerikaanse schilder en dichter Etel Adnan in het Van Goghmuseum. Zij schilderde landschappen en stadsgezichten, heel ruimtelijk werk, dat tot nu toe altijd op witte muren werd geplaatst. Op de opening vroeg Adnans weduwe verrast aan het museum: waar is de architect, waar is hij? Toen bleek dat ik, een vrouw, de tentoonstelling had ontworpen, vond ze dat geweldig.
‘Nu wil ik nog groter werken. Ik wil de Arsenale op de Biënnale van Venetië wel ontwerpen, of een tentoonstelling in het Metropolitan Museum of Art in New York. Tegelijkertijd vraag ik me af of ik daar als ontwerper evenveel vrijheid en vertrouwen zou krijgen als in Nederland. Dus het lijkt me ook heel leuk om nog een keer een rondje Museumplein te doen.’
Lorien Beijaert (37) en Arna Mačkić (35) vormen samen Studio LA. Zij wonnen de Groninger Architectuurprijs in 2021, waren genomineerd voor de Prix de Rome architectuur in 2022 en hebben onder meer tentoonstellingen ontworpen voor het Amsterdam Museum, het modeplatform State of Fashion in Arnhem en Wereldmuseum Berg en Dal.
Mačkić: ‘Musea hebben al genoeg sokkels en vitrines. Wij doen meer: we maken ruimten die de werken in een nieuw licht plaatsen. Voor de permanente collectietentoonstelling Panorama Amsterdam in het Amsterdam Museum ontwierpen we een langwerpig ‘laboratorium’, waar historische werken vanuit hedendaags perspectief worden bekeken. Dat bouwwerk is behoorlijk groot, we vonden het stoer dat het museum het aandurfde.’
Beijaert: ‘We hebben het museum wel moeten overtuigen. Ons ontwerp is misschien aanwezig, maar het staat wél in dienst van het nieuwe verhaal van het Amsterdam Museum.’
Mačkić: ‘Musea lijken het vak de laatste jaren serieuzer te nemen dan tien jaar geleden, toen wij begonnen. Ze maken er ook meer geld voor vrij. Toch is het een uitzondering als we betaald worden voor alle uren die we maken. We zijn de hele tijd in gesprek, niet alleen met curatoren en conservatoren, maar ook met directeuren, kunstenaars, lichtontwerpers en educatiemedewerkers: allemaal partijen met verschillende belangen en hun eigen expertise.’
Beijaert: ‘Tijdens een van onze eerste projecten zei het museum tegen het einde van het traject pas: ‘O ja, we moeten ook nog iets educatiefs toevoegen.’ Dan krijg je een knullige knutseltafel en dat wil niemand; je wilt een tentoonstelling die oogt als een geheel.’
Mačkić: ‘Dat krijg je makkelijker voor elkaar als je op tijd wordt ingevlogen. Het moment waarop een museum ons benadert verschilt: soms een jaar van tevoren, maar in het geval van de tentoonstelling In schitterend licht, die nu in het Wereldmuseum Berg en Dal te zien is bijvoorbeeld, maar vier maanden voor opening.’
Beijaert: ‘In dat museum wordt ons ontwerp in een zaaltekst toegelicht. Dat is niet gebruikelijk.’
Mačkić: ‘Dat snappen we wel: als ontwerper moet je je dienstbaar opstellen, de ruimte die je maakt moet vanzelfsprekend overkomen. ’
Studio Met met is opgericht door Lennart Bras (31) en Casper Notenboom (39). Aan hun ontwerp van How Dare You Make Me Feel This Way, een groepstentoonstelling over queer- en transvreugde in Museum Arnhem, is deze zomer de hoofdprijs toegekend op de European Design Awards. Nu werken ze samen met Jarle Veldman (32) aan het ontwerp van de tentoonstelling Kunst in het Derde Rijk, die vanaf 11 november in Museum Arnhem te zien zal zijn.
Bras: ‘Hoe komt een kunstwerk het best tot zijn recht? Die vraag stellen wij centraal. Voor het Design Museum Den Bosch ontwierpen we een overzichtstentoonstelling van sieradenontwerper Hans Appenzeller. Zijn sieraden zou je op een kussentje kunnen presenteren, maar wij lieten ze zweven in de lucht, zodat de bezoeker ze van alle kanten kan bekijken.’
Notenboom: ‘Elke tentoonstelling die we vormgeven, bouwen we zelf. De meeste ontwerpers besteden dat uit, maar wij weten van elk schroefje precies waar het zit. Lennart heeft lang gewerkt als meubelmaker en ik als metaalbewerker. Toen we net begonnen als ontwerpers viel ons op dat er voor tijdelijke tentoonstellingen steeds werd gebouwd, gesloopt, weggegooid en opnieuw gebouwd. Dat moet anders en duurzamer, dachten we.’
Bras: ‘Voor Museum Arnhem, waarmee we een langdurige samenwerking hebben, hebben we wanden gebouwd die we elke expositie anders kunnen inzetten. Zo’n modulair systeem is op termijn voordeliger en duurzamer. Voor de tentoonstelling Kunst in het Derde Rijk verhogen we die wanden. De kunstwerken zijn namelijk een stuk groter dan het museum gewend is.’
Veldman: ‘Natuurlijk is het ontwerpen van een tentoonstelling met kunst uit het Derde Rijk een uitdaging: hoe ga je zulke kunst tentoonstellen? Ik dacht er aanvankelijk aan om alle schilderijen scheef te hangen, zoals de nazi’s destijds zelf deden met wat zij als ‘Entartete Kunst’ bestempelden.’
Notenboom: ‘In gesprek met het museum hebben we gaandeweg gekozen voor een meer educatieve aanpak, waarbij we de tentoonstelling zien als een soort archief.’
Bras: ‘In de eerste zalen plaatsen we ze boven een lambrisering. De bezoeker wordt daardoor straks gedwongen omhoog te kijken. We laten zien: zo werd deze kunst destijds verheerlijkt. In de laatste zalen presenteren we de werken op de gebruikelijke ooghoogte, om de tentoonstelling zo geleidelijk naar het heden te brengen.’
Veldman: ‘Door het historische tentoonstellingsontwerp deels na te bootsen laten we zien hoe een schilderij, zonder dat je het meteen doorhebt, propaganda kan zijn.’
Studio LA
Into the Black Hole , Valkhof Museum, Nijmegen. T/m 19/4.
Panorama Amsterdam, Amsterdam Museum, Amsterdam. Doorlopend.
In schitterend licht, Wereldmuseum Berg en Dal, Berg en Dal. T/m 26/11.
Studio Met met
Kunst in het Derde Rijk, Museum Arnhem, Arnhem. Vanaf 11/11 t/m 24/3.
Does It Do Anything For Me?, Design Museum Den Bosch, ’s-Hertogenbosch. T/m 30/11.
Pioniers – Fotografie door vrouwen, Nationaal Archief, Den Haag. Vanaf 1/12 t/m 30/6.
Open, Museum Arnhem, Arnhem. T/m 1/1.
Studio Afarai
Heeft momenteel geen tentoonstellingen lopen die kunnen worden bezocht.
In tegenstelling tot bijvoorbeeld Duitsland is er in Nederland geen specifieke opleiding tot tentoonstellingsontwerper. Daardoor komen ontwerpers vanuit verschillende achtergronden in het vak terecht: vanuit de architectuur, maar ook vanuit het grafisch ontwerp, mode of productontwerp.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden