Het aardigste wat je over de officiële opening van het Amsterdam Dance Event (ADE) kunt zeggen, is dat die in elk geval enige verwarring veroorzaakt. In de Passage door het Rijksmuseum krijgt het publiek woensdagavond een zilveren en reflecterende cape omgehangen. Het wordt daarna verzocht plaats te nemen op stoelen die in lange rijen door de fietsdoorgang geplaatst zijn. De twee uiteinden, die vanavond voor verkeer zijn afgesloten, dienen als kleine podia.
Wat zich vervolgens afspeelt, roept eigenlijk alleen maar vragen op. Eerst komt een vrouw met een staande lamp zonder schemerkap voorbij, waarin een eenzaam peertje schijnt. Haar wandeling langs de stoelenrijen, begeleid door muziek van sierlijk elektronisch toetsenwerk en klassieke percussie, duurt een klein kwartier. Dan begint één van de twee podia op wieltjes aan dezelfde reis, met een dappere musicus erop die zich met ratelende drumstokken langs bongo’s, koebellen en een pauk werkt. Weer zijn we een kwartier verder.
Over de auteur
Robert van Gijssel is sinds 2012 muziekredacteur bij de Volkskrant, met speciale interesse voor elektronische muziek, dance en de hardere muziekgenres.
De voorstelling, in het leven geroepen door dj en producer Tom Trago, heeft veel van een processie, of een overgangsritueel. Maar waarom zit het publiek hier nu precies in een zilveren jas, als superhelden die vergeten zijn een broek aan te trekken? Ja, we weerkaatsen het licht van die passerende lampen en van de enigszins karige lichtshow aan de gewelven van de prachtige tunnel. Maar verder? Het voelt alsof we zijn beland in een wat armoedige sciencefictionfilm uit de jaren vijftig waarin een sekte wacht op de verlosser die zal arriveren in een ufo.
De voorstelling maakt weinig indruk, maar toch zegt deze opening wel iets over het ADE. Want het gaat de komende vijf dagen weer alle kanten op, van laagdrempelige dance in de Johan Cruijff Arena tot kunstzinnig experiment in de grote Amsterdamse kunstinstituten, waarbij ‘dance’ mijlenver te zoeken is. Maar juist dat lijkt het ADE steeds meer te willen uit dragen: de dancecultuur is zo breed geworden dat we moeten loskomen van het idee dat de sector is gebouwd op feesten en dj’s. Al zijn die er de komende dagen volop: Amsterdam verwacht een kleine half miljoen bezoekers voor vooral die vele feestnachten.
Maar de eerste dag van het grootste dance-evenement ter wereld voltrekt zich in redelijke rust, hoewel op woensdagochtend al een technotram vertrekt voor een rit door de stad, met bonkende clubmuziek van Reinier Zonneveld. Op het ADE-congres in cultuurhuis Felix Meritis wordt kalm geconverseerd over actuele onderwerpen uit de sector, van veiligheid tot duurzaamheid van evenementen en van verdienmodellen tot techniek.
Vanzelfsprekend wordt veel gesproken over kunstmatige intelligentie (AI), die voor de elektronische muziek zowel een zegen als een vloek kan zijn. Natuurlijk: AI kan monnikenwerk in de studio verlichten. Maar elektronische muziek is van zichzelf ook al redelijk makkelijk kopieerbaar, en de vrees voor ‘AI-dj’s’ lijkt niet ongegrond. Hoe wordt de voortrazende technologie in goede banen geleid door de beroepsgroep?
Inspirerend is een gesprek met de Chileens-Canadese componist Cristobal Tapia de Veer, van onder andere de bejubelde soundtrack bij de HBO-serie The White Lotus. De Veer maakte de unheimische en spottende elektronische muziek waarmee hij de steenrijke personages uit de serie te kakken wilde zetten, op vreemde en vaak eeuwenoude instrumenten uit vele windstreken.
Hij legt uit hoe hij de geluiden uit houten strijkinstrumenten als de ‘daxofoon’ verwerkt in zijn muziek, en waarom juist die geluiden zo op het gemoed werken. ‘Dit instrument kun je laten klinken als een schreeuwend monster of een lief lachend kind. Het klinkt vreemd en menselijk, en maakt veel meer los dan het geluid van de gebruikelijke synthesizer.’
Tapia de Veer bouwt al jaren gesampelde bestanden op van fluiten, sissende percussie-instrumenten en houten gevaartes als die rare daxofoon. ‘En AI zal grote moeite hebben mijn geluiden na te bootsen. Het is mijn advies aan iedereen die bang is voor AI: kom zelf maar met authentieke geluiden. Als je zelf alleen werkt met software en synthesizer-plugins moet je niet vreemd opkijken als je straks vervangen wordt, want de grote bazen in de muziek- en filmindustrie zullen niet aarzelen als ze geld kunnen besparen.’
Mooi is daarna het contrast dat drie oervaders van de Nederlandse elektronische muziek aandragen, bij een gesprek over die mooie eerste jaren. Gert van Veen, Steve Rachmad en Maarten van der Vleuten begonnen eind jaren tachtig al te knutselen in hun studio’s, aan een muziekgenre dat nog nauwelijks bestond. ‘Wij zagen een universum geboren worden’, zegt Van Veen, die met zijn band Quazar melodieuze house maakte die nog altijd fris klinkt. Steve Rachmad, van onder andere het technoproject Sterac: ‘En wij ramden alles rechtstreeks vanuit de machines in één take op een recorder, zonder software. Misschien klinkt onze muziek daarom nog steeds zo tijdloos, direct en urgent.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden