Home

Het ding is: in een stiltecoupé moet je stil zijn, maar dat begrijpen of kunnen veel mensen niet

Als je de conflicten in de wereld niet meer kunt bolwerken in je hoofd, is het beter om je op een overzichtelijk conflict te richten, en dat overzichtelijke conflict speelt zich elke dag af in de stiltecoupé.

Nu ik zes keer per week lang in de trein zit, overigens een favoriete activiteit van mij, omdat het geen activiteit is maar wel zo voelt, heb ik een diepe liefde opgevat voor de stiltecoupé.

Of liever: een haat-liefdeverhouding. Of nee, een haat-liefdeverhouding met de mensen die erin zitten. Of nou ja, best veel haat.

Het ding is: in een stiltecoupé moet je stil zijn, maar dat begrijpen of kunnen veel mensen niet. Die gaan, bijvoorbeeld, met het geluid aan zeventigmiljoen tiktoks kijken. Of heel hard bellen met hun moeder, die in een kamer vol familie zit, waarbij de familie zich ook luid roert. Dit heb ik de afgelopen week allebei meegemaakt in de stiltecoupé.

Het is dan wachten tot iemand er iets van zegt. Iedereen die van stilte houdt, zit te wachten tot een andere reiziger er iets van zegt. Want iedereen die van stilte houdt, houdt niet per se van een conflict.

Bij de vrouw met de tiktoks was ik de eerste die wat zei. ‘Dit is een stiltecoupé,’ zei ik door de kier van mijn zitje tegen haar. Ze keek me aan en tiktokte door. Met een reiziger die verderop zat wisselde ik een blik van diepe verstandhouding.

Later in dezelfde week was het een man die met het gehele thuisfront aan het videobellen was. Ik had geen zin om hem aan te spreken, want ik voelde aan mijn inmiddels sterk ontwikkelde stiltecoupé-instinct dat hij ruzie met me zou gaan maken. Na een hele tijd meeluisteren met het videobellen zei een andere reiziger tegen hem: ‘Hé man, dit is een stiltecoupé. Ga ergens anders bellen. Heb een beetje respect.’

De man hing op en was stil. Na een paar minuten pakte hij zijn telefoon en begon opnieuw te facetimen met zijn zeer levendige achterban. Die paar minuten had hij kennelijk gezien als ‘een beetje respect’.

Wat ook slopend is, zijn mensen die in de stiltecoupé gaan zitten en daar twee uur lang fluisterend een gesprek voeren. Of: mensen die met een slechte koptelefoon in de stiltecoupé gaan zitten, waardoor je alsmaar het blikkerige geluid van 2Unlimited hoort, want die mensen zijn altijd fan van jarennegentigmuziek. Daar kun je niks van zeggen, maar je kunt er wel van Amsterdam tot Groningen gillend gek van worden.

Het werpt een filosofische vraag op. Wil je liever in een stiltecoupé zitten waar mensen lawaai maken, of in de lawaaicoupé waar misschien niemand lawaai maakt – en als ze lawaai maken, hoef je je er niet aan te ergeren.

Source: Volkskrant

Previous

Next