Home

De dokter moet van zijn voetstuk af. Want die schadelijke status kost veel te veel geld

Kent u het televisieprogramma De smaakpolitie nog? Het volgde Rob Geus in zijn werk als kwaliteitscontroleur van restaurants. De cameraman ging mee en zoomde verlekkerd in op koelkastsluitingen vol beschimmelde kruimels en vieze tegels.

Als alles op orde was zei Rob: ‘Kijk, zo hoort het! Hier word ik nou blij van!’ Je zag dat hij het meende: Rob had een topdag. Als hoogtepunt van het programma werd daarna de Smaakpolitiesticker op de deur van het restaurant geplakt.

Ik stel me voor hoe dat programma tot stand kwam. Dat op de redactie iemand zei: Zullen we een tv-programma maken waarbij we een kwaliteitscontroleur volgen, terwijl hij de hygiëne van restaurants keurt? Die kijkt of er stickers met data op de bakken eten staan en of er een schoonmaakrooster is? En dat dan de rest van de redactie roept: ‘Jaaaa! Goed idee!’

Over de auteur
Rinske van de Goor is huisarts en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Toch vond ik het een geweldig programma. Dat kwam geheel en al door Rob en zijn passie voor restauranthygiëne. Als de bakken eten keurig gestickerd bij de juiste temperatuur in de koelkast stonden, werd hij bijna emotioneel.

Als iemand zijn werk oprecht belangrijk vindt, is dat mooi om te zien. Sterker nog, als je je werk niet belangrijk vindt, lukt het niet. Ik zou maar moeilijk elke dag mijn bed uit kunnen om mee te werken aan het parkeerbeleid van Zoetermeer, om maar wat te noemen. Of om dag in dag uit bakjes in restaurants te controleren op datumstickers. Met alle respect voor de beleidsmedewerkers parkeerbeleid van Zoetermeer, overigens. En voor Rob en zijn collega-kwaliteitscontroleurs.

Om je werk goed te kunnen doen moet je het belang misschien zelfs een beetje overschatten.

Wij dokters vinden ons werk ook superbelangrijk. Bij ons werk is het niet moeilijk de relevantie en de intrinsieke waarde te voelen. Als dokter maak je tenslotte mensen beter. Supernuttig werk – daar valt niet aan te twijfelen toch?

Helaas, helaas. Het meeste gedokter levert hooguit een kleine verbetering op in de levenskwaliteit of levensduur. We rommelen grotendeels maar wat aan in de marges. Natuurlijk, soms wordt iemand echt van kanker genezen en heel af en toe ben zelfs ik als huisarts de reddende superdokter. Ik heb een paar keer een spoedvisite gereden, waarbij ik een comateuze patiënt aantrof met een veel te lage suikerspiegel. Zodra ik suiker inspoot, kwam de patiënt aan de naald bij, zoals dat heet. Leuk, zulke heroïsche anekdotes, maar niet de dagelijkse werkelijkheid.

Bijna alle mensen die antibiotica krijgen, zouden ook zonder die antibiotica beter zijn geworden.

Er zijn allerlei nieuwe screenings op ziektes, die nagenoeg niet bijdragen aan overleving. En de afgelopen decennia zijn er talloze behandelingsmogelijkheden voor kanker bij gekomen, maar de overleving bij uitgezaaide kanker is desondanks maar beperkt gestegen. De helft van de patiënten bij wie de kanker bij diagnose al is uitgezaaid, leeft zes maanden of korter na de diagnose. Dat is maar één maand langer vergeleken met tien jaar geleden.

Mensen die naar de dokter gaan, leven doorgaans korter dan mensen die niet naar de dokter gaan. Dat is een flauwe grap, maar wel waar. Wij dokters werken meestal knoeperhard voor u, maar het werkt maar matig.

Dat geldt voor ander werk ook, hoor. Je kunt je afvragen hoeveel voedselvergiftigingen Rob Geus met zijn tomeloze inzet voor de schone keuken daadwerkelijk heeft voorkomen. Hoe nuttig parkeerbeleid is – überhaupt.

Maar onnodig medisch geknutsel heeft grote nadelen. Nog afgezien van de schade voor de patiënt: met alle toegenomen screenings- en behandelmogelijkheden rijzen de zorgkosten de pan uit, met name de ziekenhuiskosten. In 1950 vormden zorgkosten 1 procent van het bnp, in 2020 was dit 10 procent en de raming is dat dit in 2060 zal zijn toegenomen tot 18 procent.

Dokters genieten veel aanzien. Op de beroepenprestigeladder staat de chirurg nog altijd fier bovenaan, en de internist op de vierde plek. Wij huisartsen staan op plaats 9, nog boven hoogleraren. Dat zegt wat over het vertrouwen in dokters. Mensen willen graag geloven dat dokters ze kunnen genezen en dokters geloven dat zelf ook graag. Maar dit wensdenken is een dure hobby.

Daarom moet de dokter van zijn voetstuk af. De schadelijke status van dokters kost ons als maatschappij veel te veel geld. We moeten allemaal wat nederiger zijn. Dokters en patiënten moeten realistischer zijn over medische mogelijkheden en zich meer richten op steun en troost. En weet je? Dat is echt heel belangrijk werk.

Source: Volkskrant

Previous

Next