Iedereen die vandaag bij Takeshi Kitano op audiëntie mag komen, krijgt vooraf van een publiciteitsmedewerker een sticker op de borst geplakt met daarop in felblauwe letters het woord ‘PRESS’. Eronder staat de naam van de Japanse filmstudio Kadokawa, verantwoordelijk voor de internationale verkoop van Kitano’s nieuwste film Kubi, een absurdistisch gay-samoeraispektakel met een spectaculair aantal onthoofdingen.
Kubi, vanaf volgende week te zien op het Imagine Film Festival in Amsterdam, speelt zich af in het jaar 1582, toen Japan door krijgsheren werd verdeeld. Vaak is het lijdend voorwerp bij Kitano de yakuza, de hedendaagse Japanse maffia, ditmaal zijn het de samoerai. Kitano maakt ook in Kubi met speels plezier gehakt van de machtigen en hun rituelen.
We zijn op de zevende verdieping van het Carlton aan de Boulevard de la Croisette in Cannes. Het is mei 2023 en het jaarlijkse filmfestival draait op volle toeren. In de gang voor de Cary Grant Suite verzamelt zich een handvol journalisten – gepersonaliseerde festivalpas om de nek – voor een afspraak met de 76-jarige Japanse filmmaker. Je zou het een vorm van vergevorderde controledrang kunnen noemen, die sticker. Maar de kans dat de bestickering van de aanwezige filmjournalisten onderdeel is van een niet helemaal te definiëren grap is vandaag even groot.
Terwijl we wachten op groen licht van de publiciteitsmedewerker denk ik terug aan een zondagmiddag in maart 2002, toen op Nederland 3 onder de noemer ‘NPS Wereldcinema’ de film Kikujiro werd uitgezonden. Ik was 18 en hongerig naar elke film die anders was. Kikujiro, naar later bleek een vriendelijk buitenbeentje in het van geweld doordesemde filmoeuvre van Kitano, was wat ik zocht.
De roadmovie over een grofgebekte gangster (gespeeld door Kitano zelf) die met een klein jongetje op zoek gaat naar diens moeder voelde onaangepast, absurd, vreemd. Het was een aaneenschakeling van scènes die steeds opnieuw nieuwsgierig maakt naar wat de maker nú weer heeft bedacht. Kikujiro rekte daarmee mijn beeld op van wat film kon zijn.
De pers wordt binnengeroepen in wat de voorkamer van de suite blijkt te zijn. We fluisteren. Er hangt een sterrensfeer in de lucht. De man voor wie we hier allemaal zijn dwingt een vanzelfsprekende eerbied af.
Kitano ís ook een superster, zij het alleen in Japan, als vooraanstaand tv-persoonlijkheid. Onder het pseudoniem Beat Takeshi maakte hij in de jaren zeventig naam als lid van het comedyduo Two Beat, in een stripclub in Asakusa, een uitgaanswijk van Tokio.
De recente biopic Asakusa Kid (Netflix), gebaseerd op zijn memoires uit 1988, schetst de zware eerste jaren uit zijn carrière: veel geruzie met klanten die zijn grove komediestijl niet konden waarderen. Toch volgde, met wat geluk, een glorieuze televisiedoorbraak: elke Japanse politicus wilde op een gegeven moment aanschuiven in de door miljoenen Japanners bekeken spel- en entertainmentshows van Beat Takeshi.
Parallel daaraan bouwde Kitano aan een filmoeuvre dat nauwelijks verder verwijderd kon zijn van zijn tv-persona, te beginnen met zijn grimmige Dirty Harry-achtige yakuzafilm Violent Cop (1989).
Zijn internationale doorbraak volgde met het geweldige Sonatine (1993), waarin Kitano het yakuzageweld voorziet van poëtische gevoeligheid. Het merendeel van de film speelt zich af op een afgezonderd strand waar een aantal gangsters zich schuilhoudt tijdens een bendeoorlog. Ze doden de tijd met geouwehoer, kinderlijke spelletjes en sumoworstelwedstrijdjes. Geweld manifesteert zich meestal plotseling en vaak per toeval. Onder anderen Quentin Tarantino herkende in Kitano een geestverwant.
De Japanners vonden zijn hele filmonderneming maar niks: de hobby van een cabaretier. Dat veranderde enigszins toen Kitano in 1997 op het filmfestival van Venetië werd bekroond met de Gouden Leeuw voor Hana-bi (‘Vuurwerk’). Maar de erkenning en cultstatus die hij als filmmaker genoot in Europa, zou hij in Japan nooit bereiken.
Kitano liet zich er niet door van de wijs brengen. Hij zag zijn sterrenstatus in zijn thuisland juist als stimulans voor zijn films. ‘Mijn bekendheid stelt me in staat commerciële mislukkingen te maken’, zei hij na de teleurstellende Japanse release van Sonatine.
Kitano laat zich in Cannes nog altijd niet zien. Maar de entourage waarmee hij de wereld over reist spreekt tot de verbeelding. De deur tussen onze voorkamer en de suite wordt geopend door een van zijn vaste acteurs. Het is Kanji Tsuda, ook een Japanse gigant: yakuza-op-het-strand in Sonatine, krijgsheer in Kubi en naast zijn werk voor Kitano goed voor ruim driehonderd acteervermeldingen op onlinedatabank IMDb.
Knikje. ‘Goedemiddag.’ De tolk stelt zich voor: ‘Yoshi, like Mario’, verwijzend naar het groene dinosaurusje in de Super Mario-games. Weer een ander begeleidt ons naar banken en stoelen rond een tafel vol hapjes. Tegen de muur aan de andere kant van de ruimte staan en zitten zo’n tien mannen en vrouwen. Iemand stapt na een paar minuten naar voren en zegt: ‘Meneer Kitano is er bijna.’
Aan het zachte geroezemoes in een hoek buiten ons zicht is te merken dat de meester vanuit een aanliggende kamer is gearriveerd. Kitano – zwart jasje over een wit shirt, subtiel roze kleurspoeling in het haar – gaat zitten op een verhoogde zetel. Zijn karakteristieke hese stem klinkt exact zoals in de film. Uitdagende glimlach: ‘Het beeld dat Japanners bij de historische figuren in Kubi in gedachten hebben, is waarschijnlijk heel anders dan wat ik laat zien.’
De samoerai in Kubi krijgen van Kitano dus een vergelijkbare behandeling als de yakuza in zijn bekendste films: met scherp oog voor de absurditeit van hiërarchische tradities en rituelen, waardoor achter de typetjes of historische figuren echte mensen zichtbaar worden.
‘Ik lach de samoerai niet uit’, zegt Kitano. ‘Ik vind het boeiend om de samoeraiwereld met al zijn rituelen en dogma’s te laten botsen met de gevoelens van mijn personages.’
Een voorbeeld: ‘De geschiedenislessen op Japanse scholen bevatten geen letter over mogelijke homoseksuele relaties van historische figuren, al waren die in die periode heel gebruikelijk. In mijn film bedrijft krijgsheer Oda Nobunaga de liefde met meerdere ondergeschikten die voor hem vechten. Daarom zijn ze bereid op het slagveld hun leven te geven – ze vechten niet vanuit bloeddorst, maar vanuit affectie.’
In Kubi speelt Kitano zelf de rol van Hideyoshi, een voormalige boer die opklimt tot hoge samoerai en zijn kans schoon ziet wanneer de troon van Nobunaga wankelt. Hideyoshi zou de boeken ingaan als de man die Japan destijds verenigde.
Ook Kitano is een man met aanzien, merkt een journalist op. Hoofd van een eigen filmstudio bovendien. In hoeverre portretteert hij in Kubi zichzelf?
‘Dit klopt, ik heb een bedrijf en ik ben daarvan de directeur.’ Tolk Yoshi vertaalt lachend. ‘Maar het is niet zo dat ik de mensen die voor mij werken instrueer om dingen precies te doen zoals ik het wil. De mensen moeten zélf in beweging willen komen.
‘Ik ben inmiddels 76 jaar en verkeer in de gelukkige situatie waarin de mensen om mij heen denken: meneer Kitano valt om als we hem niet ondersteunen. Een aantal van die mensen is hier vandaag met ons aanwezig. Ze helpen me met mijn gezondheid, met mijn werk. Ze zijn zich heel bewust van wat ik nodig heb. Ik vertrouw ze. Ze nemen de juiste beslissingen voor mij.’
Dan: ‘Wie macht heeft, zoals ik, moet zich bewust zijn van die macht. Wie machtig is met als doel meer macht te vergaren, is geen machtig mens. Een waarlijk machtig mens is iemand die anderen groot maakt.’
Ik ben benieuwd naar zijn originele gevoel voor zwartgallige visuele komedie. Geweld is bij Kitano bijna altijd óók grappig, in elk geval een beetje. Kubi is nauwelijks begonnen of we zien hoe een krab eet uit de nek van een onthoofd lichaam (kubi is Japans voor ‘nek’). Hoe bedenkt hij dit soort scènes?
Kitano: ‘Je vindt dit grappig? Ik heb deze film met de meest serieuze bedoelingen gemaakt. Ik dacht niet aan komische timing. Maar het aardige van komedie is dat die altijd weer blijft opduiken in mijn films. Ik maak een film zonder intentie om mensen aan het lachen te maken – maar uiteindelijk moeten mensen er toch om lachen.’
Hij gaat verder, gortdroog. ‘Kijk naar een panda of een koala. Zij doen niets om mensen te vermaken, maar toch vinden velen ze leuk of grappig. Ik heb nooit gedacht: als ik dit of dat doe, word ik populair. Ik ben niet bezig met wat mensen van mij verwachten. Ik richt me op wat ik wil doen. Heb ik altijd gedaan, soms met succes, soms niet. Ik accepteer ook mijn mislukkingen, maar sta er bij voorkeur niet te lang bij stil. Het is zoals het is, denk ik in zo’n geval. Dan bedenk ik weer iets anders.’
Kubi zou zijn laatste film zijn, schreef onder meer Variety toen de film een paar jaar geleden werd aangekondigd. Hoe denkt hij daar nu over?
‘Ik werk eerlijk gezegd alweer aan mijn volgende film. Als ik thuis ben, ga ik ermee verder. O, en ik werk daarnaast aan nóg een film. Dat zijn twee films. Wie weet maak ik er nog een als ik een van die twee films afkrijg. Dus dat zijn drie films. Misschien ga ik wel dood. Wie weet? Dan zal ik geen drie films meer maken.’
Hij liep precies dertig jaar geleden al rond met het idee een film te maken over de geschiedenis in Kubi. In dat jaar, 1993, zei de Japanse filmgrootmeester Akira Kurosawa dat deze toekomstige verfilming van Kitano zijn eigen samoeraiklassieker Seven Samurai (1954) in potentie zou kunnen overtreffen. Waarom duurde het zo lang?
Kitano: ‘Ik kwam geen productiebedrijf tegen dat voldoende budget wilde vrijmaken. Ik was het eerlijk gezegd ook een beetje vergeten.’
De tijd is om, zegt de publiciteitsmedewerker. Yoshi: ‘Niet meteen weggaan, meneer Kitano heeft een cadeautje voor jullie.’
Voor ik er erg in heb vraag ik om een selfie, namens mijn 18-jarige zelf. Onbeholpen grijnzen we in de lens. Kitano staat op en wandelt met zijn kenmerkende sjokkende loopje en hangende schouders naar het dressoir van de Cary Grant Suite. Zonder verder iets te zeggen overhandigt hij elke journalist bij de deur een zilverkleurig setje stickers met het logo van zijn filmstudio: het silhouet van de filmmaker in sumoworstelaarspose.
1947 geboren in Tokio
1973 stand-upcomedyduo Two Beat met Kiyoshi Kaneko
1976 eerste televisieoptreden
1983 eerste grote filmrol, in Merry Christmas, Mr. Lawrence
1986-1990 spelshow Takeshi’s Castle
1988 memoires Asakusa Kid, in 2021 verfilmd
1989 speelfilmregiedebuut Violent Cop
In Sonatine (1993) houdt een aantal yakuza zich in verband met een bendeoorlog tijdelijk schuil op een afgelegen strand. Ze doden de tijd met spelletjes waarin het geweld dat hun leven doorgaans teistert subtiel naar boven komt. Hoogtepunt: sumoworstelen in een cirkel van zeewier.
Hana-bi (1997) betekent letterlijk ‘vuur-bloem’ in het Japans. Vuurwerk dus. Het aangestoken exemplaar lijkt in een geestige scène dienst te weigeren, tot het door Kitano gespeelde personage het gaat inspecteren en zijn hoofd te dichtbij steekt. Zorgvuldig opgebouwde slapstick zoals in zijn televisiespelshows.
Ook in Kitano’s vriendelijkste film Kikujiro (1999) wordt gespeeld. Op een grasveld ditmaal, minutenlang, door het personage van Kitano, het jochie met wie hij op stap is en wat mensen die het duo onderweg is tegengekomen. Dan zoomt de camera uit en wordt een enorm bord zichtbaar met de tekst ‘Het gras niet betreden’. Een oerflauwe, maar door de lange aanloop bijzonder geslaagde grap.
Typisch Kitano: alle scènes in Dolls (2002) met twee geliefden die door met een touw aan elkaar verbonden zijn, slenterend door de Japanse natuur terwijl de seizoenen verstrijken. Nooit was lentebloesem zo roze, nooit waren herfstbladeren zo rood.
Met Zatoichi (2003) maakte Kitano zijn eigen versie van de beroemde verhalenreeks over de gelijknamige blinde zwaardvechter. Na veel bloedvergieten eindigt de film zomaar in een opwindende, minutenlange tapdansscène waarin de meeste personages nog eens terugkeren.
Naast de Nederlandse première van Takeshi Kitano’s komische samoeraifilm Kubi belooft het Imagine Film Festival in Amsterdam weer een aangename onderdompeling in de ‘fantastische’ film: het nieuwste op het gebied van sciencefiction, fantasy, horror, animatie en ander genrewerk dat niet in een hokje past. De inmiddels 82-jarige Japanner Hayao Miyazaki (Spirited Away, The Wind Rises), grootmeester van de animatie, kwam voor de zoveelste keer terug van zijn aangekondigde filmpensioen. Hij opent het festival met zijn nieuwste film The Boy and the Heron, een in de Tweede Wereldoorlog gesitueerde coming of age.
Een andere film waarnaar reikhalzend wordt uitgekeken is Dream Scenario, met Nicolas Cage als een professor die opduikt in ieders dromen. De Noorse regisseur Kristoffer Borgli, die eerder dit jaar hoge ogen gooide met zijn lekker onsmakelijke horrorkomedie Sick of Myself, lijkt in hoog tempo op weg naar een internationale doorbraak.
Onder de noemer ‘The Unveiled Revolt’ is daarnaast een Iraans themaprogramma samengesteld waarin Perzische mythologie aan bod komt in een context van verzet tegen overheidsrepressie.
Ook dit jaar loont het weer om te grasduinen in de uithoeken van het programma. Tussen de minder voor de hand liggende festivalparels vinden we onder meer de geestige documentaire Enter the Clones of Bruce, over de zoektocht naar een nieuwe Bruce Lee in de jaren zeventig, nadat de echte Lee op het hoogtepunt van zijn roem en te vroeg (32 jaar) was overleden. Ook is er extravagant sfeervolle animatie uit Japan (Kurayukaba), een in schitterend zwart-wit gedraaide Nigeriaanse dorpsfabel (Mami Wata) en het jaarlijks terugkerende programma ‘Nieuw Nederlands Peil’, waarin een groot aantal nieuwe korte genrefilms van Nederlandse makelij wordt vertoond.
Imagine Film Festival, 25/10 t/m 4/11, Lab111 en De Filmhallen, Amsterdam.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden