Op het dak van de Volvo 245 Diesel uit 1985 van ontwerper Gijs Schalkx (27) staat een ingenieuze constructie van een stookoven, pompinstallatie, jerrycan, gasflessen en een wirwar van pijpen en slangen. Met deze ‘deraffinaderij’ maakt Schalkx van afvalplastic weer dieselolie, waarmee hij vervolgens kan rijden. ‘Plastic is een derivaat van aardolie. Ik draai als het ware dat maakproces om.’
Vergruisd plastic wordt in een stookketel verhit tot ongeveer 700 graden, waarna het verdampt tot gas en wordt opgevangen in de eerste gasfles. Eenmaal afgekoeld in de tweede gasfles blijft een dieselachtige vloeistof over. Hij houdt een spaflesje omhoog met een dunne, lichtbruine vloeistof. ‘Bij optimale omstandigheden maak ik bijna benzine.’
Misschien nog wel het meest verbazingwekkend: zijn plasticauto mag gewoon de weg op. Tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven kunnen bezoekers een ritje boeken bij Schalkx, die de auto officieel liet keuren. Zelfs de stookinstallatie op het dak was geen probleem. ‘We denken altijd dat er niets mag in dit land. Maar er mag dus ook heel veel wél. Duwen we niet ook onszelf niet te veel in regels?’ Al kiest hij er voor geen plasticdiesel te maken tijdens het rijden. ‘Er brandt toch een vuurtje op het dak.’
Tijdens een testrit klinkt een metalige tik in de motor, alsof er knikkers in het blok zitten. ‘De plasticdiesel is net iets minder schoon.’ Bij het starten puft bovendien een dikke zwarte pluim uit de uitlaat. ‘Dat deden alle dieselauto’s in de jaren tachtig, heb ik me laten vertellen’, sust Schalkx (27 jaar). ‘Mijn uitstoot is vergelijkbaar met elke andere dieselauto van toen.’ Aan de dieselmotor hoefde hij niets te veranderen. ‘Ik rijd ook nog steeds zo’n 1 op 14.’
De totale milieu-impact zou zelfs vergelijkbaar zijn met een Tesla. ‘Ik koop geen nieuwe auto, waarvoor kobalt en lithium worden gemijnd in Congo of Chili. Daarbij sla ik alle schakels in de vervuilende olieketen over – van boortorens tot olietankers en pompstations.’ Door het productiesysteem te versimpelen, maakt de ontwerper juist de complexiteit ervan zichtbaar: ‘Er bestaan geen duurzame auto’s.’
In een uur tijd maakt hij van 20 kilo plastic (‘harde flesdoppen en shampooflessen werken het beste’) ongeveer 10 liter diesel. Volgens de eerste wetenschappelijke publicaties die hij las, zou het rendement van plastic naar olie 100 procent zijn. ‘Ik kwam maar niet verder dan 50 procent. Zo gebruik ik wat diesel om het plastic te verhitten.’ Wat bleek, de eerste studies waren in opdracht van de olie-industrie. ‘Zo ver reikt de invloed van die bedrijven dus.’
De Volvo 245 komt van de sloop. Alle onderdelen – inclusief de ‘deraffinaderij’ – zijn van Markplaats. Het interieur is volledig gestript. ‘Aanvankelijk was dit om gewicht te besparen. Maar gaandeweg heb ik de auto naar zijn essentie teruggebracht. Dan wordt het gewoon weer een machine.’
Het dashboard is van multiplex, evenals de bumpers en de handvatten voor de deur. Naast de versnellingspook zit een gat, waardoor je pardoes op het wegdek kijkt. ‘Heb je pech met een Tesla, dan moet er iemand langskomen met een laptop. Ik kan elke leiding of elk schroefje zelf vervangen. Ik heb compleet eigenaarschap van deze auto.’
Tegelijkertijd was het bouwen van de plasticauto een lesje nederigheid. ‘We vinden onszelf heel geavanceerd, omdat we een elektrische auto kunnen betalen. Maar zo zijn we verleerd wat we zelf kunnen doen aan het milieu. En dan lachen we om landen in Afrika waar ze waterpompen laten draaien op oude dieselmotoren. Zijn wij niet eigenlijk zelf het ontwikkelingsland?’ Ook zijn eigen levensstijl moest hij tegen het licht houden. ‘Ik wilde volledig rijden op mijn afvalplastic. Maar dat is te weinig. Moet ik dan meer consumeren om duurzaam te rijden?’
Nog zo’n dilemma: ‘We werken volle dagen zodat we ons plezier naderhand kunnen kopen. Ik werk liever voor iets wat me uiteindelijk plezier én dus voldoening brengt. Daarom heb ik leren lassen en sleutelen. Maar als ik fulltime aan die auto werk, heb ik geen inkomsten. Oftewel, hoeveel ben ik bereid op te offeren voor mijn autarkische ideaal? Een koophuis? Mijn vakantie?’
Twee jaar geleden studeerde Schalkx af aan Artez Academy in Arnhem met de slootmotor, een brommer die reed op methaangas, dat hij eigenhandig verzamelde uit slootjes. ‘Als je in de bodem port, borrelt het vanzelf naar boven.’ Natuurlijk is dat een omslachtige manier van gaswinning, beaamt de ontwerper. ‘Maar dit gas komt sowieso in de lucht. Is het niet veel vreemder om er dan niets mee te doen? Mijn doel is niet problemen oplossen, maar ze zichtbaar maken.’
Zijn onpraktische ontwerpen functioneren vooral als kritiek. ‘We kunnen het winnen van gas wel uitbesteden, of een energiezuinige maar peperdure Tesla kopen, maar meer geld in een probleem steken is vaak niet de oplossing. Wij zijn het probleem en dus moeten wij zelf veranderen.’
Van 21 t/m 29/10 is de Dutch Design Week in Eindhoven. Het thema is Picture This, wat zoveel betekent als: stel je voor dat we produceren zonder nieuwe grondstoffen te delven. Of dat we meer repareren in plaats van consumeren. Op 120 locaties zijn naast de laatste interieurtrends en fraaie producten ook oplossingen te zien voor maatschappelijke vraagstukken als klimaatverandering, sociale ongelijkheid en toenemende digitalisering.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden