Ook in Nederland werden veel inzamelingen gehouden na de aardbeving in Marokko, maar de Marokkaanse autoriteiten staan niet te springen om hulp uit het buitenland. Toch gingen hulporganisaties op weg naar de Hoge Atlas, om de bevolking nog voor de winter te helpen.
‘Deze vrachtwagen hebben wij een paar dagen geleden ingeladen in Amsterdam!’ Marcella Simons, directeur van de People for People Foundation, kijkt opgetogen naar de auto met hulpgoederen die net een grote loods op het industrieterrein van Marrakech is binnengereden.
De Nederlandse hulpverlener weet precies wat erin zit. Slaapmatjes en slaapzakken, dekens, zaklampen, elektrische verwarming en thermokleding. Allemaal spullen waaraan in het aardbevingsgebied in Marokko veel behoefte is. Over een paar weken, misschien maanden, begint de winter in de Hoge Atlas, met sneeuw en temperaturen beneden nul.
Over de auteur
Maartje Bakker is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Eerder werkte ze op de politieke redactie en was ze correspondent in Spanje, Portugal en Marokko.
Het komt er dus op aan deze spullen zo snel mogelijk te bezorgen bij de mensen die ze nodig hebben. ‘Maar dat is niet simpel’, verzucht Simons, zelf net aangekomen in Marokko. De Marokkaanse autoriteiten blijken erbovenop te zitten. Ze willen precies weten wie hulp krijgt en waaruit die hulp bestaat. Bovendien is het verplicht samen te werken met een lokale hulporganisatie, anders krijg je geen toestemming om uit te delen.
Dus daar staat Simons, met de hulpgoederen die werden gedoneerd door bedrijven als Action, Gamma en Hubo. Nog twee dagen te gaan voordat ze naar huis gaat. Vast van plan om de artikelen voor die tijd bij de lokale bevolking te krijgen. Maar hoe?
Als er iets opviel na de aardbeving die Marokko op 8 september trof, dan is het de massaliteit van de hulp die op gang kwam. Vanuit heel Marokko laadden mensen hun auto’s vol en reden het Atlasgebergte in. Ook in Europa waren inzamelingen, vaak door mensen met een migratieachtergrond die hun verwanten in Marokko wilden helpen.
Het is iets wat veel Marokkanen vervult met trots: die solidariteit, die naastenhulp, die in Marokko vanzelfsprekender bleek dan op andere plaatsen.
Na verloop van tijd kwam ook de hulp van de Marokkaanse overheid op gang. Het ministerie van Binnenlandse Zaken deelde tenten uit. Overal in het Atlasgebergte kwamen ze te staan: gele en blauwe spikkels die fel afsteken tegen de onmetelijke bergen. Er werden voedselpakketten uitgereikt en noodhospitalen opgezet. Na een paar dagen werd de Marokkaanse regering vanuit het VN-Bureau voor Humanitaire Zaken geprezen om haar ‘enorme inspanningen’.
Dat was een ommekeer, want in de eerste dagen na de ramp klonk er kritiek op Marokko, vooral omdat allerlei internationale reddingsteams buiten de deur werden gehouden. Het Marokkaanse ministerie van Binnenlandse Zaken voerde als reden aan dat ‘een gebrek aan coördinatie in deze situaties contraproductief is’.
Marokko was vastbesloten de hulpverlening in eigen hand te houden, dat bleek uit alles. Het land wil laten zien dat het zelfredzaam is, niet hulpbehoevend, een machtsfactor in Afrika.
Al snel kregen hulporganisaties de keuze: óf zich melden bij de autoriteiten, óf hun goederen inleveren bij de Stichting Mohammed V in Marrakech. De Koninklijke Strijdkrachten zouden de verdeling wel op zich nemen.
Maar dat was buiten burgers en hulporganisaties gerekend die absoluut zelf hulp wilden bieden in het aardbevingsgebied, om zeker te weten waar hun donaties terechtkomen.
Ze wilden het deze keer anders doen. Na de aardbeving in Turkije op 6 februari van dit jaar had een groep Arnhemse moskeegangers, van het islamitisch cultureel centrum Nour Al Houda, spullen ingezameld. ‘Maar de logistiek bleek een probleem’, vertelt bestuurslid Khaled Mouhouti, in het dagelijks leven belastingadviseur. ‘Veel kleding is hier blijven liggen. Daarom besloten we nu geld in te zamelen en ter plekke inkopen te doen.’
Een delegatie uit Arnhem vertrok naar Marokko om een dorp te vinden dat zwaar getroffen was en dat nog weinig steun had gehad. De zus van Mouhouti kende een ondernemer in woestijnexcursies (‘Maroc Excursions’), die had weer een werknemer die vroeger gasflessen afleverde in afgelegen bergdorpen, en die noemde een aantal gehuchten die mogelijk van hulp verstoken zouden zijn.
Zo kwamen ze terecht in Aït Atmane, op nog geen 10 kilometer van het epicentrum van de aardbeving. In gesprekken met de bewoners bleek al snel waar ze behoefte aan hadden: onderkomens. ‘Eerst zijn we op zoek gegaan naar tenten’, zegt Mouhouti. ‘Maar die bleken nergens meer te krijgen. En tenten zijn ook niet erg winterbestendig.’
‘We hebben ons toen gefocust op materialen die er wel zijn’, vult Abdelkarim Aboukassem, ook van Nour Al Houda, aan. ‘Leem, riet, hout. We bedachten: daarmee kunnen we kleine huisjes neerzetten, een versimpelde versie van de traditionele woningen.’ Op het moment dat de groep uit Arnhem weer naar huis ging, stonden er 19 huisjes. Het doel: doorgaan tot 170.
De loods op het industrieterrein van Marrakech, waar de hulpgoederen vanuit Nederland worden uitgeladen, staat onder de bezielende leiding van Abdelouafi Bouaissa. Normaal is hij directeur van de Marokkaanse vestiging van Klaas Puul, het Nederlandse bedrijf dat zijn garnalen laat pellen in Tanger (Noord-Marokko). Nu is hij eerst en vooral hulpverlener van Winning Wheels Morocco.
In Nederland werkt Winning Wheels nauw samen met zorg- en onderwijsinstellingen. Bedden, rolstoelen, schoolbanken en andere materialen die worden afgedankt, krijgen een opknapbeurt en worden vervoerd naar landen als Marokko. ‘In coronatijd was er veel behoefte aan medische bedden’, vertelt Bouaissa. ‘We hebben toen twaalfhonderd bedden geleverd, en veel goodwill gekweekt.’
Winning Wheels Morocco heeft iets wat veel andere hulporganisaties niet hebben: een autorisatie om spullen het land binnen te brengen én om ze zelfstandig uit te delen.
Dat de hulpgoederen van de Nederlandse hulporganisatie People for People binnen afzienbare tijd Marokko zijn binnengekomen, is voor een belangrijk deel te danken aan de samenwerking met Winning Wheels. ‘Ik hoorde dat er in de haven Tanger Med nog 180 vrachtwagens staan te wachten voor de douane’, zegt Bouaissa. Het kan kloppen: van andere hulporganisaties is bekend dat ze moeite hebben hun spullen het land in te krijgen. Vooral aan tweedehandsartikelen, zoals kleding, heeft Marokko weinig behoefte.
Ook het uitdelen van hulpgoederen wordt bespoedigd door de bemoeienis van Bouaissa. Het beeld dat Marokko hulp zou afhouden, herkent hij niet: zelf kan hij juist vlot zaken doen met de Marokkaanse autoriteiten.
Heeft Marokko gelijk, dat een gebrek aan coördinatie verkeerd kan uitpakken? Het lijkt er even op, als je de berg met spullen ziet aan het begin van de zandweg naar Aït Atmane, het dorp dat de moskeegangers uit Arnhem onder hun hoede namen.
Een wanordelijk geheel is het, met tassen vol tweedehandskleding, koepeltentjes die vele maten kleiner zijn dan de tenten van het ministerie van Binnenlandse Zaken, waterflessen terwijl het bergwater hier drinkbaar is, dozen vol mondkapjes.
De anonieme gevers hebben niet de moeite gedaan hun spullen tot aan de dorpen te brengen. ‘De dorpsbewoners kunnen hier komen halen wat ze nodig hebben’, verklaart een opzichter. Hij houdt toezicht op de machinerie voor wegwerkzaamheden die er staat, en nu ook op de hulpgoederen. ‘Voorlopig hebben we niet meer nodig. We wachten nog tot dit wordt opgehaald.’
Er is voor de hulpgoederen van People for People en Winning Wheels een bestemming gevonden: Ouawdid, een gehucht midden in het Atlasgebergte, op vijf uur rijden vanaf Marrakech.
Eerst gaat het over de verharde weg naar Tinmel, een plaats die in heel Marokko bekend is. Van hieruit veroverden de Almohaden, een Berberse moslimdynastie, ooit een wereldrijk; het strekte zich uit over de Maghreb en tot ver in het huidige Spanje. De 12de-eeuwse moskee die in Tinmel stond is door de aardbeving vergaan tot een ruïne. Marokko heeft al gezegd: die moskee zal weer worden opgebouwd.
Daarna begint een zandweg, die op sommige plekken vervaarlijk smal is doordat de zijkant in de afgrond is gestort. Voorop gaat het Marokkaanse leger. De soldaten gooien chocoladekoekjes uit hun open vrachtwagen, die opgeraapt worden door de kinderen langs de weg. Maar eenmaal in Ouawdid blijkt dat de dorpelingen heel goed weten hoe de rollen zijn verdeeld. ‘Het leger is al een keer eerder gekomen’, zegt dorpsleider Rachid Ait Moussa. ‘Ze kwamen om te inventariseren en zijn toen weer weggegaan. De vruchten van die inventarisatie hebben we nog niet gezien.’
Als de spullen worden uitgedeeld, is de sfeer feestelijk. De plaatselijke liefdadigheidsorganisatie Al-Yateem, die er ook bij is, heeft een animatieteam meegestuurd. In de tent die tijdelijk dienst doet als moskee klappen en zingen de animators met de kinderen. Ondertussen kijken de volwassenen belangstellend naar een demonstratie van een ‘sheltersuit’ (jas die is om te vormen tot slaapzak) en een ‘shelterbag’ (slaapzak met ingebouwd matje), aangeboden door de Sheltersuit Foundation, nog een Nederlandse organisatie.
Niemand vond in Ouawdid de dood, wel stierven twee inwoners elders. ‘De eerste week kregen we geen hulp, de weg was onbegaanbaar’, zegt Ait Moussa. ‘Daarna hebben ze ons tenten en voedingsmiddelen gebracht.’
De hulp is nog steeds hard nodig, benadrukt de dorpsleider. Zelfs de dozen die aan de kant worden gezet als oud papier nemen de vrouwen vastberaden mee. Om de kachel aan te maken? Nee, verklaren ze, voor op de vloer.
De Nederlanders ruimen snel hun vrachtwagen uit – ze hebben haast, willen voor het donker weer de bergen uit zijn. Dan nog een snelle maaltijd met couscous, om niet onbeleefd te zijn, en weg zijn ze.
Aït Atmane ligt aan de voet van een berg, met een steile wand die hoog oprijst. Tijdens de aardbeving sloegen de vonken hier van de rotsen in, vertellen de inwoners. Op hetzelfde moment stortten beneden in het dorp de huizen in; 22 doden zijn er te betreuren.
Mohamed Belhaj, de dorpsleider, laat zien waar zijn woning stond. Met trefzekere passen, die verraden dat hij hier al uren door het puin heeft gedwaald, zoekt hij zijn weg. Een huis met zes kamers en een salon, voor een groot gezin, voor altijd.
‘Ik lag in bed en de muren begonnen ineens te bewegen, van links naar rechts’, zegt Belhaj. ‘Zelf wist ik uit het puin te kruipen, mijn vrouw trok ik er ook uit. Bij het licht van mobiele telefoons gingen we op zoek naar de kinderen.’
Hij stopt bij de slaapkamer van zijn zoon en dochter. Wijst naar de kussens waarop hun hoofden lagen. En naar de grote steen die op hen terechtkwam.
In een van de tenten die in het dorp zijn neergezet, een wit exemplaar van het Marokkaanse fosfaatbedrijf OCP, zit een groep mannen en vrouwen bij elkaar. ‘Het voelt alsof we samen een grote familie zijn’, vertelt Belhaj. ‘Er zijn mannen bij die hun vrouw verloren, en vrouwen die hun man verloren, en die zorgen nu voor elkaar.’
Ondanks al het leed, ondanks het verdriet, proberen de mensen uit Aït Atmane uit alle macht overeind te blijven. ‘Misschien moet ik nog een keer trouwen’, zegt Belhaj, grappend, en iedereen in de tent lacht. Later, als hij alleen is, komt hij erop terug. ‘Ik maak mezelf aan het lachen om te vergeten wat er is gebeurd.’
Er is hier al veel hulp gekomen, vertelt Belhaj. ‘Dat helpt de wonden in ons hart te helen.’ Waar nog behoefte aan is, is een wasmachine. ‘Er is nu zo veel stof. De vrouwen hebben ontzettend veel werk aan het wassen van de kleding.’
Ook over de komst van de Arnhemmers spreekt Belhaj vol lof. De huisjes zijn volgens hem beter dan tenten. ‘Een tent wordt van binnen zo warm dat baby’s er overdag niet in kunnen slapen. En in de winter is het er veel te koud.’
Inderdaad dienen de meeste huisjes als slaapverblijf. Matten staan opgerold tegen de wand. Tussen de palen is kleding gestoken, als een geïmproviseerde linnenkast.
‘Door de aardbeving hadden we niet meer het vermogen om na te denken’, zegt Belhaj. ‘Maar toen kwamen de mensen van Nour Al Houda. En die brachten ons dit idee.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden