Home

Opinie: Falend huisvestingsbeleid van VVD en CDA is de schuldige in de woningcrisis, niet migranten of milieuregels

In de Nederlandse woningcrisis gaat het zelden of nooit over woningen. Zodra VVD-, CDA- en ex-CDA-politici erover komen te spreken, gaat het over zaken als het afwijzen van asielzoekers, het beperken van de internationalisering van het hoger onderwijs en het afzwakken van duurzame bouwvoorschriften. Op die manier worden alleen de symptomen benoemd, maar de dieperliggende oorzaken van het probleem genegeerd.

Niet zonder reden.

Over de auteur

Gregory W. Fuller is universitair docent Internationale Politieke Economie bij de Faculteit der Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Door migranten als zondebokken aan te wijzen en de milieuregelgeving de schuld te geven, die zou ‘in de weg’ zitten, wordt de aandacht afgeleid van twintig jaar falend huisvestingsbeleid dat ons heeft gebracht tot waar we nu zijn: in een huizencrisis.

Die crisis heeft twee dieperliggende oorzaken: veruit de meeste mensen kunnen alleen een huis kopen met een hypotheek. Daarmee zijn zij sterk afhankelijk van de financiële markten. Daarnaast is de regering zeer terughoudend in het subsidiëren van de bouw van woningen die voldoen aan de behoeften van de lokale bevolking. Haar voornaamste taak op de huizenmarkt was vooral het ondersteunen van de vraag.

Het voortbestaan van de hypotheekrenteaftrek, de ‘jubelton’ voor nieuwe kopers, de hoge mate waarin het tweede inkomen van huishoudens meeweegt bij de berekening van de hypotheek, de zeer lage overdrachtsbelasting en zelfs de Nationale Hypotheekgarantie (NHG): al deze maatregelen moedigen geldverstrekkers aan om geld te verstrekken, en leners om dat geld te lenen.

Sommige van deze maatregelen zijn op zichzelf niet problematisch en kunnen in theorie de toegang tot de woningmarkt verbeteren. Zo zou zelfs iemand met zeer weinig vermogen een huis kunnen kopen door het geld ervoor te lenen. Maar alle genoemde maatregelen drijven de prijzen op.

Zonder subsidies, of regelgeving die ertoe leidt dat er betaalbare huizen worden gebouwd, wordt het voor minder welvarende gezinnen steeds moeilijker een huis in hun prijsklasse te vinden. En als dat al lukt, moeten ze zich er diep voor in de schulden steken. Het gevolg: bijna nergens ter wereld is de schuld van een gemiddeld huishouden groter dan in Nederland.

Daarbij zijn het juist de mensen die een tweede of derde woning voor investeringsdoeleinden kopen die vaak profiteren van de financiële mechanismen die woningbezit faciliteren. Dit betekent in de praktijk dat steeds meer mensen ofwel meerdere huizen bezitten of helemaal geen. Een aanzienlijk aantal van deze kopers zijn buitenlandse investeerders die de Nederlandse huizenmarkt behandelen als een beurs, en lokale kopers verdringen.

Zo bereidwillig als de overheid altijd de vraag naar huisvesting heeft gestimuleerd, zo terughoudend heeft ze zich opgesteld in het stimuleren van het aanbod. In plaats van de bouw van nieuwe woningen rechtstreeks te financieren, hebben opeenvolgende regeringen zich gericht op het elimineren van vermeende belemmerende regels voor marktgestuurde bouwprojecten.

Het aangekondigde plan van minister Hugo de Jonge om in 2030 900 duizend nieuwe woningen te bouwen, is al vastgelopen – niet vanwege migranten of milieuregels, maar omdat de marktomstandigheden zijn verslechterd en de bouwkosten zijn gestegen.

In het verleden zouden de plannen van minister De Jonge worden ondersteund door een volwaardig ministerie, het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM). Zo’n ministerie zou klaarstaan om de effecten van stijgende bouwkosten te verzachten en erop toezien dat de gebouwde huizen werkelijk beschikbaar komen voor de lokale gemeenschappen.

Maar in 2010 liet de VVD, aldus de trotse toenmalig minister Stef Blok, ‘het hele ministerie verdwijnen’. De terugkeer van De Jonge als minister van huisvesting zonder portefeuille kan worden gezien als stilzwijgende erkenning dat dit een fout was.

Kortom: de belangrijkste kenmerken van de nationale woningcrisis (stijgende prijzen te midden van toenemende ongelijkheid, een tekort aan betaalbare woningen en buitenlandse investeerders die Nederlandse huizenmarkt binnendringen) zijn het gevolg van het falende huisvestingsbeleid dat de afgelopen acht regeringen hebben vormgegeven. Asielzoekers, buitenlandse studenten en milieuregels leiden alleen maar af van de echte schuldigen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next