‘En het bewustzijn is over mij gekomen, dat ik niets anders ben dan een toeschouwer, en zelfs nog wel heel nutteloos.’ Aldus Louis Couperus. In Brieven van den nutteloozen toeschouwer doet hij verslag van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog: ‘het lijkt mij ongelooflijk toe, dat eeuwen die Menschheid nièts hebben geleerd, dat zij geen pas vooruit schijnt te zijn gegaan’.
De onderdrukking van het Palestijnse volk was beland in de schouderophalende categorie van wereldproblemen. Tot de brute aanval op Israëlische nederzettingen anderhalve week geleden. Hoe ziek moet je zijn om zulke misdaden te plegen? Hoe is het mogelijk om zoveel menselijkheid in jezelf uit te wissen? De Israëlische regering wist die vragen te beantwoorden door te laten zien hoe zij optreedt tegen Palestijnse burgers. Als je mensen behandelt als beesten, gaan ze zich vanzelf als beesten tegen je gedragen. Geef het een jaar of 75 en je zult versteld staan.
Er is een vreemd soort spanning getrokken in de manier waarop de huidige gebeurtenissen worden besproken. Uitkomen voor de Palestijnse zaak of de nadruk leggen op het leed aan die zijde zou een ‘ja maar’ impliceren, terwijl onze bondgenoot op ons moet kunnen rekenen.
Wanneer de meest basale mensenrechten van onschuldige burgers worden geschonden is er áltijd ruimte voor een ‘ja maar’. De Palestijnse bezetting kan niet worden uitgeruild tegen de aanslagen van Hamas op 7 oktober. Diezelfde aanslagen kunnen niet worden uitgeruild tegen de afstraffing van Palestijnen. Dit gaat niet over het willen kiezen van een kant, het overzichtelijk opdelen van de wereld in goed en kwaad. Dit gaat om het verschil tussen een beschaving willen blijven of in een allesvernietigende geweldsspiraal terechtkomen.
De humanitair coördinator van de VN zei deze week over de situatie in Gaza dat we te maken hebben met het verlies van alle menselijkheid. Dat was nog vóór de mededeling van Jordanië en Egypte dat zij met de opvang van Palestijnse vluchtelingen stoppen. Ach ja, waarom ook niet. Er zal vast een goede reden zijn om ontheemde, gewonde en getraumatiseerde mensen in een bommenregen te laten creperen.
Het is vrij onmogelijk geworden de gebeurtenissen te volgen zonder wanhopig te worden. Ik heb documentaires bekeken over zowel Israël als Palestina, opiniestukken gelezen van Israëlische schrijvers, de analyse van een Palestijnse antropoloog bestudeerd, oude interviews van voormalige Israëlische militairen gelezen. Alles in een poging vat te krijgen op de gebeurtenissen. Een volkomen zinloze exercitie; ik ben maar een nutteloze toeschouwer. Degenen die over en weer elkaars documentaires moeten zien, zijn de Israëliërs en Palestijnen zelf. Zíj moeten zien, lezen en horen wat er aan de overkant gebeurt.
Couperus kwam tot het sombere besluit dat barbaarse oorlogspraktijken wel altijd zouden bestaan, ‘om de eenvoudige reden, dat er politie, justitie en allerlei autoriteiten staan boven u en mij – stel, dat wij elkander te lijf wilden gaan – maar dat boven de volkeren […] géene Autoriteit zichtbaar is, zelfs niet meer een middeneeuwsche Paus, die een interdikt kon uitzwaaien’.
Inmiddels hebben we mondiale structuren en verdragen opgezet ter bevordering van vrede en veiligheid. Er is van alles aan te merken op de autoriteit van organisaties als de VN, maar we moeten het effect ook zeker niet geringschatten. Bij grove schendingen van universele mensenrechten en het oorlogsrecht moeten staten elkaar daarop aanspreken. Juist onze eigen bondgenoten zouden daarvoor ontvankelijk moeten zijn.
Over de auteur
Ibtihal Jadib is rechter-plaatsvervanger, schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.