‘We wonen nu eenmaal op een vulkaan’, zegt Mara Chiocca (48) monter. De toeristische gids wijst, vanaf een heuveltop uitkijkend over de baai, een voor een de kraters aan die boven het glinsterende water uitsteken. Daar heb je het vulkanische schiereiland Miseno, verderop liggen de eveneens als kraters ontstane eilandjes Procida en Ischia. Normaal leidt ze hier toeristen rond, maar die zeggen de laatste weken steeds vaker af, zegt ze bedroefd. ‘Ze zijn bang voor een uitbarsting.’
De streek van de Campi Flegrei, ‘vurige velden’, kent meer dan twintig kleine kraters en is daarmee een zogeheten supervulkaan, waar ongeveer een half miljoen mensen bovenop wonen. De afgelopen maand alleen al vonden er in het gebied ruim duizend (veelal zeer lichte) aardbevingen plaats, veroorzaakt door zogeheten bradyseïsme: het omhoog en omlaag bewegen van het aardoppervlak. Die bewegingen komen door het vol- of juist leeglopen van onderaardse magmakamers.
Toch kondigen de aardbevingen niet per se een uitbarsting aan, legt vulkanoloog Mauro Di Vito uit. ‘Voor een uitbarsting moet de magma naar de oppervlakte komen. Daarvoor zijn nu geen aanwijzingen’, legt de directeur van het Nationaal Instituut voor Geofysica en Vulkanologie uit in zijn kantoor. Di Vito beleeft de drukste dagen van zijn carrière. Niet zozeer door de vulkaan zelf, zegt hij, maar vooral door de plotselinge grote media-aandacht. ‘Wij zijn niet bezorgd, maar wel alert. We zitten al sinds 2015 op hetzelfde gele dreigingsniveau.’
In de controlekamer van het instituut houden zijn medewerkers intussen, op muren bekleed met monitoren, niet alleen de Campi Flegrei non-stop in de gaten, maar ook de nabijgelegen vulkanen Vesuvius, Ischia en het zuidelijker gelegen eilandje Stromboli. Elk aardschokje verschijnt hier direct in de grafieken. Bij een beving boven 1,5 op de schaal van Richter volgt er communicatie naar de gemeente en het publiek.
‘Wie hier woont, moet leren samenleven met het bradyseïsme’, zegt Luigi Manzoni (48) een tikje ongeduldig. De telefoon van de burgemeester van Pozzuoli (81 duizend inwoners) piept ondertussen onophoudelijk. Hij is druk bezig om publieke gebouwen te laten checken op eventuele scheuren en schade, want dat is een reëlere angst dan een vulkaanuitbarsting. Maar, zegt Manzoni, zijn grootste opgave is nu publiekscommunicatie.
Want hoewel toeristengids Mara Chiocca zich meer zorgen maakt om afzeggingen dan om het natuurfenomeen zelf, geldt dat niet voor alle inwoners. Op een zonovergoten herfstdag mag er in de kalme baai dan weinig reden tot paniek zijn, een paar dagen eerder vond er nog een flinke nachtelijke aardbeving plaats.
‘Ik zet de auto nu steeds al omgedraaid klaar om snel weg te kunnen rijden’, vertelt Nino Guarracino, hobbyvisser, terwijl hij in het haventje van Pozzuoli de kade op klimt, met een emmer vis over zijn schouder. Het was met 4,0 de tweede stevige beving in de afgelopen maand. Een aardschok op 27 september was met 4,2 de hevigste in het gebied in veertig jaar.
Guarracino overweegt zelfs om tijdelijk ergens anders te gaan slapen, als de aardbevingen doorgaan. ‘Een vulkaanuitbarsting verwacht ik voorlopig echt niet’, vult medevisser Antonio Marmora kalm aan. Daarvan hebben de experts hem wel overtuigd. ‘Maar ik herinner me de aardbeving van 1980 en dat was heel eng.’
Die aardbeving had een kracht van 6,9. Het epicentrum lag niet in de Campi Flegrei maar landinwaarts, in de streek Irpinia. Destijds vielen er 2.500 doden en vele duizenden gewonden, een kwart miljoen mensen werden dakloos. Nu verzekeren wetenschappers hun dat de aardbevingen in de Campi Flegrei niet boven 5 op de schaal van Richter zullen uitkomen, maar Marmora is sceptisch (‘Hoe weten ze dat zo zeker?’) en hij is niet de enige inwoner met een aardbevingstrauma.
Naast zijn inspanningen om de bevolking te geruststellen, werkt burgemeester Manzoni intussen samen met collega-burgemeesters en de regering in Rome aan een decreet dat er in zijn ogen al jaren geleden had moeten zijn. Het voorstel behelst behalve geld voor de controle van gebouwen ook een nieuw evacuatieplan, al bestaat er bij inwoners veel scepsis over de haalbaarheid daarvan.
Iedere buurt krijgt daarin een eigen ‘vluchtbestemming‘ in een ander deel van Italië toegewezen. Maar ook op een normale dag staat het verkeer op de smalle wegen rondom Pozzuoli al geregeld muurvast, dus hoe moet dat na een natuurramp? ‘Mensen moeten kalm blijven en de instructies van de autoriteiten volgen’, is het devies van Manzoni.
Wat enige hoop geeft, is dat de streek wel eerdere (succesvolle) ervaringen heeft met evacueren: in 1970 moesten bewoners het centrum van Pozzuoli verlaten, en ook in 1984 verhuisden er na jaren van intense aardbevingsepisodes 40 duizend mensen gedwongen landinwaarts. Dat waren nooit plotselinge noodevacuaties, maar voorzorgsmaatregelen die volgden op een jarenlange periode van steeds heviger aardschokken. Ook de enige daadwerkelijk bekende uitbarsting van de Campi Flegrei, in 1538, had een lange aanloop, waardoor er amper doden vielen.
Begin jaren tachtig waren het aantal bevingen, de intensiteit en de verplaatsing van de bodem (die uiteindelijk zonder uitbarsting weer ophield) vooralsnog groter dan nu. Zo herinnert ook gids Chiocca zich de episode, die ze als kind beleefde. ‘Ik weet nog dat het bed heen en weer schudde. We sliepen een tijdlang met onze kleren aan.’
Het lijkt wel alsof men dat nu helemaal vergeten is, constateert Chiocca verbaasd. En denk niet dat ze alleen om toerisme en de economie geeft. ‘Ik ben zelf ook moeder, een nachtelijke aardbeving is gewoon eng.’ Maar de situatie komt nog niet eens in de buurt van een ramp van de omvang van een vulkaanuitbarsting, wil ze nog maar eens zeggen. ‘Bradyseïsme hoort hier bij het leven. Wie dat niet kan accepteren, kan beter verhuizen.’
Een gebied zo groot als een middelgrote stad, dat letterlijk in de grond verdwijnt. Een kolom rook, die tot twee keer zo hoog reikt als een lijnvliegtuig. Rondvliegend gesteente, een metersdikke aslaag op Napels, en zelfs in Nederland omlaag dwarrelende vulkaanas. Verduistering van de zon in heel Europa, met mislukkende oogsten en een vulkanische winter als gevolg.
Dát is het ultieme dreigement dat de Italiaanse vulkaan Campi Flegrei in zijn achterzak heeft. ‘Je kunt je hier niks meer bij voorstellen, zo groot is het’, zegt Elske de Zeeuw-Van Dalfsen, vulkanoloog bij het KNMI. ‘Dit zou een ramp zijn die onbevattelijker is dan alles wat de mens heeft gezien.’
Dat Campi Flegrei totale chaos kan veroorzaken, weten aardwetenschappers uit het verre verleden. Zo is de baai van Pozzuoli in feite één grote, met zeewater volgelopen vulkaankrater, ontstaan tijdens twee eerdere explosieve superuitbarstingen, zo’n 39 duizend jaar geleden en 15 duizend jaar geleden. De Titanen zullen hier wel slag hebben geleverd met de goden van de Olympus, dachten de oude Grieken. Zo’n rokende, geologische chaos is het er.
Maar, benadrukt De Zeeuw: dat zijn uitbarstingen van de buitencategorie, rampen die maar een of twee keer per honderdduizend jaar ergens op aarde plaatsvinden. Al wat minder uitzonderlijk zijn de mega-uitbarstingen van het type Tambora (1815) of Rinjani (1257) in Indonesië. Ook in dat geval zouden de gevolgen voor heel Europa ontwrichtend zijn. ‘De oogst kun je wel vergeten. Het wordt donker, je krijgt een economisch infarct en voor Napels is de situatie somber. Dit wil je liever toch niet meemaken.’
Gelukkig hield Campi Flegrei het de afgelopen duizenden jaren bij wat bescheidener vulkaanuitbarstingen. ‘Dat is, als er een uitbarsting komt, het meest waarschijnlijke scenario’, vertelt De Zeeuw. ‘Een relatief kleine eruptie. Maar nog steeds vervelend voor de mensen die er in de buurt wonen.’
Het 130 meter hoge bergje Monte Nuovo (nieuwe berg) herinnert aan zo’n eerdere eruptie, in het jaar 1538. De uitbarsting sloeg geen gapend gat in de grond, maar vormde een ‘cone’, zoals vulkanologen zeggen, oftewel een kegel. ‘Er ontstaat dan ineens een berg in je achtertuin. Dan sta je wel even te kijken’, zegt De Zeeuw. In de directe omgeving zou het as en steentjes regenen. Lava zou de berg afrollen. De overlast zou erg afhankelijk zijn van de windrichting, schat ze in.
De dreiging neemt toe. Al ruim zeventig jaar is het gebied onrustig en Pozzuoli zelf is afgelopen decennia 4 meter opgestuwd – een verdieping omhoog. Daarbij is het gesteente op sommige plekken al zo ver opgerekt dat het op knappen staat, bleek afgelopen zomer uit een nieuwe analyse. Een flinke injectie magma van onderaf, en in enkele weken tijd kan het misgaan.
Het nieuwste gerommel lijkt echter het zoveelste loze alarm, zegt ook De Zeeuw: gewoon een teken dat het al aanwezige magma wat ontgast. ‘We weten uit de overlevering dat er bij de uitbarsting van 1538 wel wat meer gebeurde. De bevingen werden dusdanig intens dat gebouwen beschadigd raakten en mensen spontaan evacueerden’, zegt De Zeeuw. ‘We hebben de zekerheid dat hij ooit weer een keer gaat uitbarsten. Maar bij wat er nu gebeurt, zou ik denken: business as usual, maar verstandig om te blijven monitoren.’
Maarten Keulemans
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden