Wie begint aan de vierdelige voetbaldocumentaire Beckham is vierenhalf uur onder de pannen. Je kunt ook besluiten de Netflix-documentaire over vier avonden te verdelen, maar als je eenmaal het beginshot hebt gezien – David Robert Joseph Beckham die in een imkerpak de honing uit zijn bijenkorf heeft laten druipen – wordt het praktisch onmogelijk de stopknop in te drukken.
Het belangrijkste deel van de gebeurtenissen in Beckham heb ik van dichtbij gevolgd omdat ik destijds in Engeland woonde en de gossip-rubriek van de Volkskrant vulde met de wederwaardigheden van David Beckham, voetballer van Manchester United, die tussen 1996 en 2000 niet uit de Britse tabloidpers was weg te branden.
In augustus 1996 scoorde hij in de uitwedstrijd tegen Wimbledon met een lob van eigen helft. ‘Vanaf dat moment hebben ze hem niet meer met rust gelaten,’ zegt zijn vader Ted. In mei 1999 draaide hij met twee corners in de extra tijd de Champions League-finale tegen Bayern München van 0-1 om naar 2-1.
David Beckham werd in die paar jaar een veelbesproken voetbal- en stijlicoon, een popster, multimiljonair en kappersmodel. Hij groeide uit tot ‘een symbool van postmoderniteit’, tot het merk Beckham, nog altijd een global brand in het voetbal.
Hij was in die finale amper 24, maar had al een lang en bewogen leven als voetbalprof achter de rug. Hij werd de hemel ingeprezen en, na zijn rode kaart tegen Argentinië tijdens het WK van 1998, tot nationaal haatobject gemaakt – een tabloid-campagne die zo heftig en langdurig was dat hij een normaal mens tot de fles of zelfmoord had gedreven.
Tussendoor zette hij zichzelf nog eens extra in de spotlights door verkering te krijgen met Victoria ‘Posh Spice’ Adams – destijds minstens even beroemd als haar vriendje: voor de yellow press wordt het paar de genadeloos achtervolgde opvolger van de betreurde Lady Di.
We zien Beckham op die periode terugkijken – ‘Ik was kapot’ – maar de archiefbeelden tonen een zelfverzekerde voetballer die met zijn formidabele traptechniek de liefde van het publiek doelpunt voor doelpunt terugverovert. Alleen om die volharding ga je Beckham gaandeweg de documentaire steeds meer bewonderen – en dan moet de langdurige neergang van zijn loopbaan nog beginnen.
Behalve een verslag van de lotgevallen van een jonge goodlooking rechtshalf en zijn geliefde zie je in Beckham het voetbal veranderen in een geldbeluste en gevoelloze wereld van klatergoud en nepjuwelen. Zijn eeuwige loyaliteit aan Manchester United wordt in 2003 beloond met een ijskoud verzoek om te vertrekken. Voor het Real Madrid van de ‘galactico’s’ Zidane, Figo, Ronaldo en Roberto blijkt hij vooral een middel om de clubomzet te verhogen. Daarna volgt een treurigstemmende periode bij LA Galaxy, een kort verblijf bij AC Milan en uiteindelijk een half jaartje Paris Saint-Germain, waarna hij stopt, op 38-jarige leeftijd – na tien jaar van verkeerde afslagen.
Bij het afscheid verlaat hij huilend het veld – misschien wel het meest emotionele beeld uit de documentaire. Hij heeft dan ondanks alles ruim twintig jaar hartstochtelijk zijn liefde voor het voetbal beleden. Vreemd genoeg hield ik aan Beckham toch het treurige idee over van een geëxploiteerde speler – ook al nam hij afscheid als de rijkste voetballer van zijn generatie.
Source: Volkskrant