‘Oorlogen en conflicten zijn niet onvermijdelijk. Ze worden veroorzaakt door mensen. Er zijn altijd belangen die gediend worden door oorlog. Diegenen die machtig zijn en invloed hebben, kunnen de oorlog dus ook stoppen.’
Het zijn de woorden van de maandag overleden Finse superonderhandelaar en oud-president Martti Ahtisaari (86), die in 2008 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg voor zijn bemiddeling in conflicten in onder meer Namibië, Indonesië en Kosovo. ‘Hij was de enige persoon die vrede heeft gesticht op drie verschillende continenten’, zei de huidige Finse president Sauli Niinistö maandag in een toespraak. De in Finland nog altijd populaire Ahtisaari krijgt binnenkort een staatsbegrafenis.
Zijn reputatie als vredestichter deed hij op door zijn werk in Namibië, dat met zijn hulp in 1990 onafhankelijk werd van Zuid-Afrika. Dertien jaar lang onderhandelde hij tussen Zuid-Afrikaanse bestuurders en Namibische vrijheidsstrijders. ‘Wij waren vroedvrouw, en de baby werd geboren in onafhankelijkheid’, zei Ahtisaari destijds. ‘En we moeten kijken waar we als vroedvrouw nog meer werk kunnen verrichten.’
Over de auteur
Jeroen Visser is correspondent Scandinavië en Finland voor de Volkskrant. Hij woont in Stockholm. Hiervoor was hij correspondent Zuidoost-Azië. Hij is auteur van het boek Noord-Korea zegt nooit sorry.
Volgens Ahtisaari beïnvloedde zijn vroege jeugd zijn latere carrière als diplomaat en vredesonderhandelaar. Zijn geboortestreek Karelië werd aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog ingenomen door de Russen. 400 duizend Finnen moesten verhuizen, onder hen de tweejarige Ahtisaari en de rest van zijn familie. ‘Ik herinner me dat we overal woonden, als gasten, en dat we ons uiteindelijk vestigden in Oost-Finland. Daar bleven we tien jaar, toen gingen we naar het noorden. Ik ben eigenlijk altijd onderweg geweest’, zei Ahtisaari in 2000 in een interview met de Volkskrant.
Ahtisaari werd na zijn studie leraar, maar vertrok al snel naar Pakistan, waar hij werkte voor een Zweedse hulporganisatie. Die ervaring opende zijn ogen voor de rest van de wereld, zei hij. Bij terugkomst in 1965 solliciteerde hij bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. In de jaren die volgden, zou hij om de paar jaar van baan veranderen. Hij was ambassadeur in Tanzania, bekleedde verschillende functies op het ministerie, werkte voor de VN in New York en werd door diezelfde organisatie gestuurd voor bemiddeling in conflicten in Somalië, Irak en Namibië.
Ahtisaari’s kameleoncarrière kreeg een nieuwe wending in 1994, toen hij als relatief onbekende kandidaat de Finse presidentsverkiezingen won. Ahtisaari werd daar de eerste president die direct werd gekozen, na een periode waarin Finland zich aan de Sovjet-invloed had ontworsteld. Onder zijn leiding trad Finland in 1995 na een referendum toe tot de EU, waarmee het land zich definitief naar het Westen keerde. Ondanks dat onderhield Ahtisaari een goede relatie met de Russische president Boris Jeltsin, met wie hij weleens de sauna bezocht.
De kleine, hoekig gebouwde Ahtisaari kreeg kritiek omdat hij te veel op reis zou zijn, maar was ook populair omdat hij het contact zocht met gewone Finnen. Zo nodigde hij regelmatig brievenschrijvers uit op het presidentiële kantoor. Toen in 1995 zijn salaris werd verhoogd, gaf hij dat bedrag aan een werkgroep die de hoge werkloosheid (18 procent) moest bestrijden.
Tijdens zijn presidentschap werd Ahtisaari geregeld gevraagd als onderhandelaar in internationale conflicten. De positie van Finland hielp hem daarbij: Rusland-vriendelijk, wel EU-lid, niet bij de Navo (sinds dit jaar is Finland ook Navo-lid). Een van zijn belangrijkste prestaties leverde hij in 1999, toen hij namens de EU de Joegoslavische president Slobodan Milosevic overtuigde om de voorwaarden van de Navo te aanvaarden, waardoor een einde kwam aan de oorlog in Kosovo.
Daarmee was zijn status als topbemiddelaar definitief gevestigd. Met de na zijn presidentschap opgerichte organisatie Crisis Management Initiative (CMI) werd hij overal gevraagd: in Noord-Ierland om de IRA te helpen ontwapenen, in Israël en in 2005 als bemiddelaar tussen Indonesië en de provincie Atjeh, waar met zijn hulp een vredesakkoord werd gesmeed dat een einde maakte aan een drie decennia durend conflict. Mede hiervoor kreeg Ahtisaari in 2008 de Nobelprijs toegekend.
Niet alles wat hij aanraakte veranderde in goud. Na twee jaar onderhandelen tussen Servië en Kosovo kwam Ahtisaari in maart 2007 tot de conclusie dat de twee partijen het nooit eens zouden worden. Zijn plan voor een ‘voorwaardelijke onafhankelijkheid’ van Kosovo, onder toezicht van de EU en met garanties voor de Servische minderheid in Kosovo kreeg – door Russische tegenstand – geen goedkeuring in de Veiligheidsraad. Daarna riep Kosovo eenzijdig de onafhankelijkheid uit.
Een ontgoochelde Ahtisaari zag toen al in dat de Russische actie verstrekkende gevolgen zou hebben. ‘Ze hebben feitelijk de weg via de VN geblokkeerd, en daarmee moedigen ze unilaterale stappen aan. Dát is het gevaarlijke precedent.’
Ahtisaari bleef zich ook nadien inzetten voor de vrede. Hij werd geroemd om zijn bescheiden opstelling: zijn vriendelijkheid, kennis, geduld en overtuigingskracht. Hij bleef tot verzuchting van zijn vrouw veel reizen, tot het niet meer ging. Zijn motto: ‘Vrede is een kwestie van willen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden