Home

Opinie: Iedereen is voor een slimme frisdranktaks, behalve de ambtenaren van Financiën

Bijna twee jaar geleden verraste het vierde kabinet Rutte ons met een coalitieakkoord vol met effectieve maatregelen om gezond gedrag te stimuleren: een slimme frisdranktaks, onderzoek naar een suikertaks en afschaffing van het btw-tarief op verse groente en fruit. Deze plannen waren een verademing na de zwakke en vrijwillige afspraken die staatssecretaris Paul Blokhuis in het Nationaal Preventieakkoord in 2018 met de voedselindustrie had gemaakt.

Inmiddels moeten we vaststellen dat er van deze plannen niets terecht is gekomen. Het kabinet liet de Tweede Kamer op Prinsjesdag weten dat de 550 miljoen euro die afschaffing van het btw-tarief op verse groente en fruit kost, te veel is ten opzichte van de in haar ogen bescheiden stijging van de groente- en fruitconsumptie met 4 procent. Ook ten aanzien van de slimme frisdranktaks en suikertaks kwam het niet tot besluiten.

Over de auteur
Herman Lelieveldt is politicoloog en als Jean Monnet Chair Europees Voedselbeleid verbonden aan University College Roosevelt, het liberal arts en sciences college van de Universiteit Utrecht in Middelburg.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Waarom voerde het kabinet deze voornemens niet gewoon uit? Wie goed kijkt, ziet dat het steeds het ministerie van Financiën is dat moeilijk doet over iedere maatregel die de staatskas geld kost.

Eerst de frisdranktaks. Die is bijzonder effectief als je hem ‘getrapt’ vormgeeft: in Ierland en het Verenigd Koninkrijk betaalt een fabrikant niks als er minder dan 50 gram suiker in een liter frisdrank zit, maar 24 pence als er meer dan 80 gram in zit. Fabrikanten gingen daarop in snel tempo de hoeveelheid suiker in hun dranken verlagen. Het effect is fenomenaal: de gemiddelde Brit consumeert per dag 4,6 gram minder suiker dan voorheen.

In Nederland hebben we de pech dat er al een generieke verbruiksbelasting zit op frisdranken, inclusief mineraalwater. Die levert zo’n 300 miljoen euro per jaar op. Het ministerie van Financiën eist daarom steeds dat zo’n nieuwe, slimme frisdranktaks minstens zoveel geld oplevert. Dat deden ze in 2018 toen Paul Blokhuis dit voorstelde bij de onderhandelingen over het preventieakkoord en dat deden ze dit voorjaar opnieuw toen ze het RIVM vroegen om varianten van een slimme frisdranktaks door te rekenen.

Inmiddels is vrijwel iedereen voor de slimme frisdranktaks: het Centraal Planbureau, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, en ja, zelfs de lobbyclub van de frisdrankfabrikanten. Toch houdt dit kabinet nog steeds vast aan de bestaande generieke verbruiksbelasting. Sterker nog, die wordt per 1 januari verhoogd naar 26 cent per liter, met als argument dat dit ‘de gezonde keuze stimuleert’.

Maar omdat het een vast tarief is, is er geen enkele stimulans voor fabrikanten om suikergehaltes te verlagen en voor de consument om voor de suikervrije alternatieven te kiezen. Alleen mineraalwater is uitgesloten van deze nieuwe heffing, maar suikervrije cola bijvoorbeeld niet. Het ministerie van Financiën loopt intussen lekker binnen met een verwachte opbrengst van circa 690 miljoen euro per jaar.

Dan de afschaffing van het btw-tarief op verse groente en fruit. Het hele denkproces daarover werd gedomineerd door fiscalisten en economen. In de werk- en stuurgroepen zaten vooral ambtenaren van het ministerie van Financiën en slechts een enkele vertegenwoordiger van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Geen wonder dat de Stichting Economisch Onderzoek werd gevraagd de opties door te rekenen. Die voerde dat uit met een zeskoppig team dat bestond uit vier economen, een econometrist en een natuurkundige. Het kan niemand verrassen dat zij een rapport schreven waarin de financiële kosten en uitvoeringsproblemen sterk op de voorgrond staan en de gezondheidsbaten niet op waarde worden geschat.

Gezondheidswetenschappers hadden deze economen kunnen wijzen op de zogeheten preventieparadox: een zeer kleine verschuiving van de consumptie op het niveau van de hele populatie heeft een veel groter effect op de gezondheid dan specifieke interventies gericht op kleine risicogroepen. Bovendien helpt zo’n universele strategie ook om de sociale norm over het eten van groente en fruit te versterken, waardoor mensen nog meer worden aangemoedigd om dit te doen.

Effectief preventiebeleid betekent per definitie dat de kosten voor de baten uitgaan. Nederlandse economen en fiscalisten staren zich blind op kosten en uitvoeringsproblemen, terwijl in een land als Ierland diverse ministeries zich vol enthousiasme achter deze maatregelen scharen. Bij een nieuwe bestuurscultuur hoort daarom zeker ook een herijking van de veel te dominante rol van het ministerie van Financiën in de besluitvorming over preventiebeleid. Laten we hopen dat een nieuw kabinet hier oog voor heeft en deze maatregelen alsnog snel invoert.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next