‘We kregen in april 2018 een dringend ambtsbericht van de AIVD: ‘Hardi N., een geradicaliseerde moslim, wil op een groot evenement een aanslag plegen en is op zoek naar wapens.’ Daar werd iedereen nerveus van: het festivalseizoen kwam eraan en bovendien was het toch al een gespannen tijd met jihadisten die uitreisden naar het kalifaat.
‘Ik gaf leiding aan een onderzoek van de Landelijke Recherche. We werkten nauw samen met de recherche van Oost-Nederland, die Hardi N. al sinds 2014 in de gaten hield. We trokken alles uit de kast: observatie, telefoon- en computertaps, afluisterapparatuur, peilbakens en ANPR-camera’s die nummerborden tracken.
‘En het bijzonderste: we probeerden een undercover-agent van de Landelijke Eenheid binnen de groep te krijgen waarvan Hardi N. deel uitmaakte. Dat kost tijd, je kunt niet zeggen: hallo, ik ben Jantje, ik ben vanaf vandaag jouw beste vriend. Zo’n man moet vertrouwen winnen. Dat is heel moeilijk, want jihadisten zijn een gesloten groep met een eigen taal, eigen cultuur en een groot wantrouwen.
‘De undercover legde eerst online contact. Hij communiceerde met de verdachte over zijn plannen, probeerde te achterhalen: wat is hij van plan? Dat was bloedspannend, want alles moest geheim blijven, maar je werkt met veel mensen samen en moet dus ook informatie delen.
‘Langzaam won de undercover het vertrouwen van Hardi N. en lukte het om fysiek af te spreken. Heel knap van hem. De verdachte geloofde dat onze man wapens kon leveren. Op dat moment wisten we: hij wil dus echt een aanslag plegen.
‘Na die ontmoeting volgden onze mensen N.: waar gaat hij naartoe? Met wie spreekt hij af? Langzamerhand kwam de groep in beeld, zes personen in totaal. Net als in de film hebben wij hier zo’n bord hangen met een foto van de hoofdverdachte in het midden, en lijntjes naar zijn contacten, analyses en routes die worden gereden.
‘De groep vroeg om vuurwapens, zelfmoordvesten en training in het gebruik ervan. Toen hebben we een val opgezet. De politie beschikt over in beslag genomen wapens en bomvesten. Wapenexperts maakten die onklaar, zonder dat je dat kon zien.
‘De deal was dat onze undercover op een vakantiepark in Weert alles zou komen brengen. Daar zaten vier van de zes verdachten in een bungalow. Dinsdag 25 september 2018 was voor ons, na vijf maanden onderzoek, de klapdag. De leiding zat in Driebergen, waar we op beeldschermen realtime konden zien wat er in Weert gebeurde. Die dag waren ruim vierhonderd politiemensen op de been om alle arrestaties en huiszoekingen veilig te laten verlopen.
‘Op het moment dat de terroristen de wapens aannamen, gaf de officier groen licht voor aanhouding. Zodra die gasten met alle wapens in een busje stapten en wegreden, hoorden wij over onze portofoons: ‘Actie, nu!’ Daarop werd hun bus klemgereden en drongen onze mensen met veel kabaal van oefengranaten naar binnen.
‘We hoorden knallen en waren pas gerustgesteld toen we over de porto’s hoorden dat iedereen was aangehouden en dat de arrestatie-eenheid niet had teruggeschoten – zij moesten er immers op vertrouwen dat die onklaar gemaakte wapens ook echt niet werkten. Dat was heel professioneel van ze, want een van die verdachten richtte op onze mensen en haalde de trekker over. De ontlading was groot toen we hoorden dat er geen gewonden waren.
‘De beelden van de arrestatie gingen de hele wereld over. We hebben een aanslag voorkomen. Geslaagde actie, zou je denken. En dat was het ook. Fantastisch werk, van iedereen. Toch zijn daar twee dingen niet goed gegaan, en dat reken ik mezelf aan.
‘Het eerste was dat er tijdens onze klapdag kermis was in Weert. Dat leek ons geen bezwaar, een draaimolentje, maar dat bleek zo’n beetje de grootste kermis van heel Europa te zijn met een grote regionale functie, dus we kregen te maken met een – terecht – woedende burgemeester, die werd geconfronteerd met de aanhouding van terroristen op zijn grondgebied tijdens een groot evenement. Sindsdien houd ik veel meer rekening met omgevingsfactoren.
‘En het tweede leermoment gaat over spanning binnen het onderzoeksteam. Er was onderlinge concurrentie. Mensen die niet samenwerkingsgericht zijn creëren een giftige sfeer. Maar ondertussen zette iedereen zich wel keihard in voor het gezamenlijke doel. Wat dat betreft zijn we net een familie: we voelen dat het niet goed zit maar we lullen er niet over, want het gezin moet doordraaien.
‘Toch had ik dat eerder moeten aanpakken, mensen uit elkaar zetten of eraf halen. Of juist bij elkaar zetten en het helemaal uitdokteren zodat iedereen goed samenwerkt. Want zoiets ettert door, dat is niet goed voor je mensen.
‘Hoewel ik met mijn militaire achtergrond toch altijd kijk naar de missie én de mens, kreeg de missie hier voorrang. Dat was onder hoogspanning en dat had ik anders moeten doen. Ik heb alsnog verzoeningssessies georganiseerd, gelukkig is het goed gekomen. Maar zoiets laat ik nooit meer passeren.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden