Home

Linkse jongeren lijden aan progressief fatalisme

Afgelopen zomer schreef (toen nog) NRC-columnist Rosanne Hertzberger een slecht ontvangen column over het Rotterdamse beeld van een onbekende vrouw. In de column beklaagt ze zich over gewone mensen die ‘een sjerp omgehangen wordt’ en hoe een standbeeld voor iedereen toch vooral een belediging is voor mensen die wél heldendaden verrichten. Daarmee leek ze het verschil tussen een standbeeld en kunstwerk opzettelijk te negeren. Jammer, want het punt dat ze wilde maken was helemaal zo gek nog niet.

Ik ben het namelijk met haar eens dat er maar één ding erger is dan een corrupte meritocratie: helemaal geen meritocratie. De gedachte kwam afgelopen week weer in mij op toen ik wat jonge, linkse mensen sprak na een praatje in het land. Zij klaagden over de hogere rente op studieleningen (die na inflatiecorrectie overigens nog steeds negatief is) en zagen werk in loondienst per definitie als uitbuiting. Ze vonden mijn analyse met betrekking tot De Kloof veel te mild, en hekelden mijn focus op financiële zelfredzaamheid en sociale stijging.

Dat de meritocratie en eigen verdienste door sommigen als vijanden van de progressiviteit worden gezien, heeft me altijd verwonderd. Alleen in het woord progressie zit immers al een opwaartse beweging, een vooruitgang besloten. Maar bij deze linkse jongeren leek het vooruitgangsgeloof volledig weg; zij leken bevangen door iets wat ik progressief fatalisme zou willen noemen.

De progressieve fatalist zegt niet alleen dat talent of een hoog IQ zijn aangeboren, maar dat eigenlijk álles ons overkomt. Ja, zelfs een luie aard is ook maar hoe de luiaard geschapen is. Daarmee reduceren zij de eigen verantwoordelijkheid tot nul. En is niet de huidige maatschappelijke hiërarchie het probleem, maar een hiërarchie an sich. De progressieve fatalist wil geen sociale stijging, omdat een stijging de hiërarchie alleen maar bevestigt. Voor de progressieve fatalist zijn ongelijke uitkomsten per definitie oneerlijk, omdat we geen enkele invloed hebben op onze levensloop. Het doel is niet verheffing, maar vereffening.

De progressieve fatalist is het jonge neefje van de conservatieve fatalist, die óók vindt dat de dingen nu eenmaal zijn zoals ze zijn, en alle inspanningen om de natuurlijke orde te veranderen futiel acht. De afwijzing van de meritocratie verbindt hen, het verschil zit hem in het perspectief; de één wil geen meritocratie omdat die de status quo en eigen positie bedreigt, de ander omdat ook met de meritocratie een hiërarchie kan worden aangebracht.

Linkse mensen komen vaak met Michael Sandels Tirannie van verdienste op de proppen, om te betogen dat de meritocratie oneerlijk zou zijn en werken neerkomt op uitbuiting. Maar daaruit blijkt dat zij dat boek helemaal niet hebben gelezen. Sandel kaart (terecht) de sabotage en gebreken van de meritocratie aan, maar verwerpt deze toch zeker niet. Net zomin hij werken als uitbuiting kwalificeert. Integendeel, hij vindt zinvol werk cruciaal voor iemands gevoel van eigenwaarde.

Het fatalisme van veel jonge linkse mensen zal links nog minder populair maken dan het al is. Hun ideeën over degrowth, de arbeidsmarkt en het verwerpen van de eigen verantwoordelijkheid, op welk vlak ook, zullen weinig mensen inspireren.

Frans Timmermans heeft de kans om zijn linkse combinatie de grootste partij te laten worden. Hij zal daartoe wel een groep dolende (sociaal-)liberalen binnen moeten te zien hengelen. Het lijkt mij in dat licht verstandig dat hij het nihilisme, fatalisme en de slachtofferromantiek van linkse jongeren naast zich neerlegt. Want net zoals álles in het leven als eigen verantwoordelijkheid bestempelen onzinnig is, is stellen dat er geen eigen verantwoordelijkheid bestaat dat óók.

Source: Volkskrant

Previous

Next