Home

Een vraag waarop ik niet had gerekend, noch gehoopt, maar die ik absoluut zo goed mogelijk wilde beantwoorden

Bij het koelschap werd ik aangesproken door een jonge vrouw. Ze was eind twintig en vroeg me in het Engels met wat voor vlees wij onze boterhammen beleggen. Dit was een vraag waarop ik niet had gerekend, noch gehoopt, maar die ik absoluut zo goed mogelijk wilde beantwoorden.

Ze glimlachte vriendelijk en maakte tegelijkertijd een niet volledig aanwezige indruk, alsof ze net voor het boodschappen doen wat paddodruppels had geslikt. Vertwijfeld wees ik op de verpakkingen met bleekroze gekookte ham. ‘Well’, zei ik, ‘there you have cooked ham.’

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Met veel interesse volgde ze mijn vinger naar de dunner gesneden plakjes ham. ‘That’s the same, only thinner.’ Ze knikte. ‘Het is trouwens varkensvlees’, zei ik, waarna ik uitlegde dat ook veel mensen salami lekker vinden en dat je kunt kiezen uit verschillende soorten salami.

Ze knikte en glimlachte nog steeds. Toen wees ze naar de vegetarische kipschnitzels in mijn boodschappenkar. ‘Ben je vegan?’, vroeg ze. Ze moest eens weten. Ergens onder de stapel weekboodschappen lagen verpakkingen met kipfilet en gehakt. ‘Nee’, zei ik, ‘ik ben niet vegan.’ Dat was de helft van de waarheid. De andere helft was een pak sukadelappen dat ik net toch maar terug had gelegd.

‘We zijn in transitie’, zei ik en ik legde uit dat we de ambitie hebben zo veel mogelijk vegetarisch te eten, maar ook nog wel vlees eten. Voor de zoveelste keer die dag wees ik haar op het bestaan van salami. ‘Mijn dochters houden bijvoorbeeld heel erg van salami’, zei ik verontschuldigend.

Voordat ik kon uitleggen dat we ook heel veel vleesvervangers kopen, zoals dus de vegetarische kipschnitzel en mijn persoonlijke favoriet, de vegetarische filet americain, haastte ze zich te zeggen dat ze er zelf helemaal geen verstand van had. Nog steeds stond die afwezige glimlach op haar gezicht gebeiteld.

Nu wist ik helemaal niet meer wat ik moest antwoorden. Hoe kun je nou wel of geen verstand van vleeswaren of vleesvervangers hebben? Je eet ze of je eet ze niet. Het vermoeden begon me te bekruipen dat het haar nooit om tips over gekookte ham of boterhamworst of gebraden gehakt te doen was geweest. Ik glimlachte op de manier zoals je glimlacht als je een gesprek afsluit.

‘Hoe weinig verstand je er ook van hebt’, vertrouwde ze me toe, ‘je hebt er altijd meer verstand van dan ik.’ Was ze me nu aan het troosten? Ik knikte en draaide mijn kar om. ‘Dank je’, zei ze, ‘en een heel fijne dag.’ Toen kreeg ik een boks. Onderweg naar de kassa bedacht ik dat ik nog vergeten was een droge worst te halen.

Source: Volkskrant

Previous

Next