Er was eens, lang, lang geleden, een meisje dat alles had wat haar hartje begeerde: een tv, een keukenkast vol Walt Disney-videobanden en ouders zonder een mening over schermtijd.
In de eeuw waarin Disney de cultuur heeft verrijkt en gevormd met zijn goedgemutste tekenfilmfiguren, pakkende soundtracks en gelikte verhaallijnen, waren de jaren negentig een bepalend decennium. Disney had sinds de oprichting in 1923 een imperium gebouwd op tekenfilms, maar in de jaren tachtig was de animatie-afdeling juist het zorgenkind geworden. Tekenfilms werden niet meer relevant gevonden. Het concern overwoog zelfs de hele afdeling op te heffen.
Maar met het ongekende succes van De kleine zeemeermin (1989) brak een renaissance aan. Disney voerde de productie op en greep daarbij steeds terug op een beproefde formule die de studio zelf had uitgevonden bij Sneeuwwitje en de zeven dwergen (1932): het maken van muzikale animatiefilms die zijn gebaseerd op bekende verhalen en sprookjes. Dit leverde box-office-kanonnen op als Belle en het Beest (1991), Aladdin (1992) en Mulan (1998). Daarmee zagen ook een trits nieuwe, geliefde prinsessen het licht (die in 2000 officieel in een ‘prinsessenfranchise’ werden opgenomen, zodat hun beeltenissen tot in de eeuwigheid op broodtrommels kunnen prijken).
Over de auteur
Angela Wals is schrijver en journalist en schrijft voor de Volkskrant over cultuur en maatschappij.
Niet alleen zaten de bioscopen vol, door de opkomst van de VHS-speler kon het commerciële succes worden uitgesponnen tot in de woonkamer. Als je tenminste op tijd een videoband wist te bemachtigen, want er werd schaarste gecreëerd door de films na een tijdje weer ‘in de kluis’ te stoppen. Bovenop al dit aanbod werden ook oude klassiekers als Assepoester, Doornroosje en The Jungle Book afgestoft en uitgebracht – nog meer videobanden. Geen Sinterklaas, Kerst of verjaardag waarop ik niet trots een cassette in mijn armen klemde. Rond de eeuwwisseling bezat ik vrijwel het volledige Disney-oeuvre.
Mochten je vormende jaren toevallig samenvallen met dit tijdsgewricht, zou het dus zomaar kunnen dat je als kind, net als ik, in een ketel vol Disney bent gevallen. De vraag is of de magie inmiddels niet is uitgewerkt.
Kritiek op Disney is a tale as old as time. Dat begon al toen tekenaar en 22-voudig Oscarwinnaar Walt Disney nog leefde. Frankfurter Schule-filosoof Theodor Adorno noemde hem ‘de gevaarlijkste man van Amerika’. De Duitser zette zich af tegen wat hij ‘de cultuurindustrie’ noemde, want entertainment beroofde mensen van de vrije tijd die ze konden steken in lezen, leren en zelfontwikkeling (de beste man heeft de smartphone gelukkig nooit meegemaakt). Hij richtte zijn pijlen daarom op Walt Disney, die het leven had geschonken aan een industrie van puur amusement.
Tijdens de Disney-renaissance werden er academische discussies gevoerd over onder meer de racistische (De Leeuwenkoning), oriëntalistische (Mulan) of historisch incorrecte (Pocahontas) elementen in de films. En ja, ook al over de geseksualiseerde lichamen van vrouwelijke personages, met ultradunne taille en buitenproportioneel grote ogen. Funfact: de ogen van een Disneyprinses zijn altijd breder dan haar polsen.
Ik was te jong en te betoverd om hiervan iets door te hebben. Daarbij werd Disney en alles wat eraan hing door mijn ouders langs slechts één kritische meetlat gelegd: wordt het kind er blij van? Yep, het kind werd er intens blij van. Net als van de soundtracks in mijn discman, het Disney Boekenclub-abonnement en de bezoekjes aan Disneyland Parijs waarvan ik verslag deed in mijn Ariel-dagboek – met slotje. Ik zong de want songs, de liedjes waarin de hoofdpersoon haar diepste wens proclameert, luidkeels op het schoolplein en stelde mijn eigen wenslijsten samen (de bibliotheek van Belle, de sirenestem van Ariel, de kungfu-skills van Mulan).
En nu heb ik twee dochters onder de 10 die elke dag hun hoofd in het equivalent van een keukenkast vol videobanden steken: Disney Plus. Het oeuvre is flink uitgebreid en komt in een nog hoger tempo voorbij. En ik maak me wel iets drukker dan mijn ouders indertijd over wat ze daarvan allemaal opsteken, met name over het vrouw-zijn. De 3-jarige verwacht een Elsa-jurk ‘met doorschijnende mouwen en hakjes’ van Sinterklaas. De 8-jarige krijg je bijna niet gelukkiger dan met een tekenfilm op repeat. Alleen heeft dit kind de pech dat ze een gemene moeder heeft die tijdens het bekijken van De kleine zeemeermin feministisch commentaar souffleert: ‘Serieus, Ariel offert haar stem op voor een man die ze niet eens heeft gesproken?’ En: ‘Waarom schrijft ze niet gewoon op dat ze prins Eriks leven heeft gered, ze heeft toch ook haar handtekening onder het contract van de zeeheks gezet?’
Over de representatie van vrouwen in Disneyfilms is inmiddels een boekenkast volgeschreven. Zo deden de linguïsten Carmen Fought en Karen Eisenhauer een grondige statistische studie naar dialogen in prinsessenfilms. Omdat zo veel jonge meisjes deze films bekijken, vonden zij het van belang te analyseren wat de films leren over genderrollen. Uit die studie bleek onder meer dat mannen veel vaker hun mond opendoen dan vrouwen: gemiddeld hebben mannen drie keer zoveel tekst, ook al heeft de vrouw de hoofdrol. In de nieuwste films is de tekst beter verdeeld. In Rapunzel (2010) hebben vrouwen 52 procent van de tekst en in Brave (2012) – de film van Disney’s dochtermaatschappij Pixar over een moeder-dochterrelatie – zelfs 74 procent. Maar in Frozen, een verhaal over twee zusterprinsessen, krijgen de praatgrage mannelijke bijrollen evengoed 59 procent van de tekst.
‘We geloven niet dat kleine meisjes van nature op een bepaalde manier spelen of praten’, zei Carmen Fought in 2016 tegen The Washington Post. ‘Ze zijn niet geboren met een voorkeur voor een roze jurk, dat leren we ze op een zeker moment. Het is daarom een belangrijke vraag waar ze hun ideeën vandaan halen over wat het betekent om een meisje te zijn.’
Disney had jarenlang een monopoliepositie op mijn fantasie, en dat was een zalige onwetendheid. Ik verlang er soms nog naar, want de herinneringen zijn zo warm. Zoals Ariel verzucht voordat ze haar want song inzet over de wens naar de mensenwereld te gaan: ‘Ik begrijp echt niet dat een wereld die zulke mooie dingen maakt, slecht is.’
Spiegeltje, spiegeltje aan de wand: wat moet ik met al die prinsessen zonder verstand?
Robyn Muir is docent aan de University of Surrey en promoveerde op het prinsessenfenomeen. In The Disney Princess Phenomenon, dat deze zomer is verschenen, brengt ze bijna 90 jaar verbeelding van vrouwelijkheid in kaart – van Sneeuwwitje in 1932 tot Raya in 2021 – door de prinsessen te categoriseren in vijf ‘waves’, golven. Doornroosje, Sneeuwwitje en Assepoester vormen de de eerste golf, zij zijn allen poetsende, passieve slachtoffers die de romantische liefde als enig verlangen hebben. Ze hebben persoonlijkheid noch ‘agency’ – Doornroosje ligt nota bene het grootste deel van de film te slapen.
Het is makkelijk – en een genot – hier veel van te vinden, maar om de personages te begrijpen moet volgens Muir altijd worden gekeken naar wat er op dat moment in de Amerikaanse maatschappij plaatsvond. Deze films kwamen uit in tijden van economische depressie of oorlog. De bevolking kon op de eerste plaats wel een vrolijke noot met huppelende en fladderende dieren gebruiken. En de prinsessen zijn een reflectie van die tijd, waarin volwassen worden voor een vrouw nog volledig samenviel met trouwen en moeder worden. Sneeuwwitje is de ideale vrouw die voor de zeven dwergen zorgt als ware het haar kinderen, en ondanks dat ze in volledige isolatie leeft – eerst in een kasteel, later in het bos – hoopt ze toch op een dag haar grote liefde tegen het lijf te lopen. Haar dromen komen uit, maatschappij gerustgesteld.
De tweede golf prinsessen – Ariel, Belle en Jasmine – komt begin jaren negentig na een gat van bijna dertig jaar. Het post-feministische tijdperk was intussen aangebroken: vrouwen zijn voor de wet gelijk aan de man, het feminisme is klaar, hoera. Deze prinsessen zijn rebels en moedig en hebben duidelijke verwachtingen van het leven. Belle wil de kneuterigheid van haar dorp snel achter zich laten en hoopt op grote avonturen in de great wide somewhere. Jasmine verlangt naar een vrij leven buiten de paleismuren. Ariel wil weten wat vuur is en hoe het brandt. Ze wil aan land.
Mooie plannen, al lijken ze die spontaan te vergeten zodra er een love interest wordt geïntroduceerd in hun leven. Ze leefden nog lang en gelukkig, maar niemand weet of ze ook antwoord hebben gekregen op hun vragen.
Bij de derde en vierde golf blijven de wensen van de prinsessen gedwarsboomd worden door mannen die de hoek om komen lopen. Of ze worden voor onmogelijke keuzes gesteld: Pocahontas, wil je met je grote liefde John Smith mee naar Engeland? Of wil je je iets betekenen voor je familie en volk? Je kunt het namelijk niet allebei hebben.
De vijfde golf valt samen met de vierde feministische golf, twee waves waarop we nog steeds surfen. Zo bleek dat toch nog niet alle egalitaire vraagstukken zijn opgelost. De ‘innovatieve leiders’ van de vijfde golf reflecteren dit inzicht, aldus Robyn Muir. Merida, Vaiana, Anna en Elsa zijn assertief, tonen leiderschap, helpen andere vrouwen én in deze verhaallijnen is de romantische liefde vrijwel afwezig. De roodharige, Schotse prinses Merida verandert zelfs haar moeder in een beer om onder een gearrangeerd huwelijk uit te komen. Bij Vaiana speelt dit alles überhaupt niet: ze redt de wereld van de ondergang, dat was het. Elsa wordt in beide films niet verliefd. En ook al wil Anna in eerste instantie na één dag trouwen met die stomme prins Hans, ze eindigt met Kristoff in een opvallend gezonde relatie.
Ziedaar, toch nog een goed einde. Goed, Disney hobbelt misschien een beetje achter de ontwikkelingen in de maatschappij aan. Waar blijft bijvoorbeeld het eerste queer personage? (Ik kijk naar jou Elsa, wat ben jij van plan in Frozen 3?) Maar voor het grote, conservatieve bedrijf dat Disney is, heeft het toch wel al een paar grote stappen gezet, stappen die in de VS controversiëler zijn dan in Europa. Daarin hebben ze wel een beetje mazzel dat de immer grappige, inclusieve en vooruitstrevende films van Pixar – gekocht door Disney – positief op de animatiestudio’s afstraalt.
De magie blijft. Ze neemt zelfs alleen maar toe. Al is het maar vanwege de muziek. Terwijl ik dit schrijf, luister ik naar de briljante en slimme liedjes van Lin-Manuel Miranda voor Encanto, een magische film over magie. En als mijn dochters kijken, schuif ik graag aan, al dan niet soufflerend. Zo dompel ik ze welbewust onder in de Disney-ketel. Het loopt wel los, zegt mijn moeder: ‘Ondanks al die indoctrinatie van slovende prinsessen heb ik je toch maar weinig zien schoonmaken in je leven.’
Sommige klassiekers op Disney+ hebben een 12 seconden durende disclaimer, die niet kan worden overgeslagen. Daarin worden kijkers gewaarschuwd voor ‘negatieve uitbeeldingen’ en ‘verkeerde behandeling van mensen of culturen’. Dit geldt nu voor Peter Pan (1953), Lady en de Vagebond (1955), The Jungle Book (1967), De Aristokatten (1970) en Aladdin (1992). Disney verwijdert de films bewust niet, want het wil ‘gesprekken op gang brengen om samen een meer inclusieve toekomst te creëren’. Alleen Song the South (1946) over het zip-a-dee-doo-da-leven van plantagearbeiders was blijkbaar niet te redden met een triggerwarning; die is niet te zien bij de streamingdienst.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden