Home

Wereldberoemde poppenspeler Jozef van den Berg werd van de een op de andere dag kluizenaar

Jozef van den Berg was een wereldwijd gevierd poppenspeler, tot hij zich in 1989 geroepen voelde door God. Sindsdien leefde hij in zijn ‘zelfvoorzienend paradijsje onder de kweeperenboom’, waar hij dagelijks pelgrims ontving. Vrijdag overleed hij op 74-jarige leeftijd in een Grieks klooster.

Niemand begreep het. Waarom zou een succesvol en geliefd theatermaker abrupt stoppen met optreden om zich als kluizenaar terug trekken? Achthonderd toeschouwers in De Singel in Antwerpen wisten op 14 september 1989 niet wat hen overkwam. Na een tournee door Nederland en New York zou de Nederlandse poppenspeler Jozef van den Berg voor een uitverkochte zaal – in Vlaanderen was hij nog populairder dan in eigen land – beginnen aan zijn voorstelling Genoeg gewacht (1989). Wereldwijd waren al 40 duizend toegangskaarten verkocht.

Maar in plaats van dat de geboren twijfelaar in een nagebouwd miniatuurtheatertje zou eindigen onder een bloeiende boom, meldde hij het publiek dat zijn theaterleven erop zat. ‘Ik zal nooit meer spelen. (…) Ik wil geen dingen meer zeggen die niet waar voor mij zijn. Daarom heb ik besloten: voor mij is het voorbij. Ik zoek de werkelijkheid. Ik zeg u allen goedendag. Ik ga.’

Met een bijbeltje in zijn jaszak verdween de 40-jarige vader van vier kinderen (zijn oudste dochter Lotte zou later ook theatermaker worden) voorgoed in de coulissen, technici, impresario’s en familie in verbijstering achterlatend. Vrijdag 13 oktober overleed de voormalig poppenspeler, 74 jaar oud, in een klooster in Griekenland.

Die herfst in 1989 voelde Van den Berg zich geroepen door God. Voor opkomst had hij zijn zakbijbeltje willekeurig opengeslagen en de boodschap van de Korinthiërs ter harte genomen. ‘Daarom, ga weg uit hun midden en scheidt u af, spreekt de Here, en houdt niet vast aan het onreine.’ De wereldberoemde theatermaker bekeerde zich tot het Grieks-orthodoxe geloof en vond na een lange zwerftocht via een spiritueel centrum op de Heilige Berg Athos, een klooster in Engeland en een psychiatrisch centrum van de Heilige Land Stichting, in augustus 1991 met zijn theaterkist onderdak in de fietsenstalling van het gemeentehuis in Neerijnen.

Die setting genereerde veel media-aandacht. Toch moest hij twee jaar later vertrekken, een handtekeningenactie ten spijt. De familie Hazelhoff bood hun erf in bruikleen aan. Van zijn theaterkist maakte hij daar ‘een zelfvoorzienend paradijsje onder de kweeperenboom’. In deze ‘pleisterplaats’ ontving de diepgelovige monnik drie decennia lang dagelijks pelgrims. Hij praatte, luisterde, zocht waarachtigheid en deelde zijn godsbesef. Tot zijn gezondheid een half jaar geleden begon te tanen. In augustus verruilde hij zijn zelfgebouwde kapelletje voor zorg in een klooster in Griekenland.

Over de auteur
Annette Embrechts is sinds 1998 dans- en theaterrecensent voor de Volkskrant. Ze schrijft over dans, performance, theater en circustheater.

Spiritualiteit speelde altijd een grote rol in het leven de in 1949 geboren Van den Berg. In een gezin met elf kinderen wilde de rooms-katholiek opgevoede jongen al vroeg priester worden. Van Sinterklaas kreeg hij verkleedkleren om ‘priestertje’ te spelen. Op zijn tiende kroop hij in de huid van een Farizeeër in een passiespel bij de scouting. Twee jaar later stierven zijn vader en beste vriendje Frits. Zijn eerste vriendinnetje liet zijn priesterdroom mede verdampen. Op het Bisschoppelijk College in Roermond blonk hij uit in schooltoneel. Van den Berg vertolkte de hoofdrol in het toneelstuk Sisyphos en de dood, en speelde, gecoacht door acteur Henk van Ulsen, Gogols pittige monoloog Dagboek van een gek.

In zijn tweede studentenjaar verliet hij de Arnhemse toneelschool om poppenspelend rond te trekken met geleend paard en wagen. Vaak speelde hij ’s middags voor kinderen, ’s avonds voor volwassen in hetzelfde decortje. Later verhuisde hij met zijn vrouw Hansje en hun kinderen Lotte, Maartje, Jasmijn en Jesse van Groningen naar Huis Kerkenstein, in het Betuwse Herwijnen.

Zijn talent om van lapjes stof en huis-, tuin en keukenmateriaal bezielde wezentjes te maken, nam een grote sprong toen hij de poppenkast weghaalde en als marionettenspeler zichtbaar werd. Je zag zijn hand bewegen, hoorde zijn stem spreken en toch geloofde je zelfstandige karaktertjes te zien. In 1980 won hij de Hans Snoekprijs voor Appeloog, waarin hij als magiër ontroerende gesprekken voerde met zijn creaties.

Zijn internationale doorbraak kwam datzelfde jaar tijdens het Holland Festival. In Moeke en de Dwaas (1980) wierp een oude vrouw, wonend in boom, zieltjes de wereld in; één kwam terecht bij een marskramer (Van den Berg). Die was echter zo dwaas het wezentje te laten verpieteren, door wel de buiten- maar niet de binnenkant te ontwikkelen. De charismatische poppenspeler kreeg overal volle zalen aan het huilen.

Van Amerika tot Japan sleepte hij zijn grote hutkoffer het toneel op als woonarkje van de bultenaar, de heks, de kluizenaar, de zottekop en Manneke Pluim. Die theaterkist vormde, behangen met iconen, na zijn bekering ook het altaar voor zijn dagelijkse gebeden in zijn sobere pleisterplaats in Neerijnen. In 2014 kwam de bebaarde monnik onverwacht naar De Singel voor de boekpresentatie van de door Francis Jonckheere geschreven biografie Jozef van den Berg, van poppenspeler tot acteur van Christus (2014). Als ‘heldere zoeker’ onderbouwde hij zijn historisch geworden besluit van 25 jaar eerder om het mysterie van het theater te verruilen voor dat van god.

Hoewel zijn gezin eerst grote moeite had met zijn onverwachte bekering en zelfverkozen afzondering – velen dachten aan overspannenheid - zocht tienerdochter Lotte als eerste op eigen initiatief toenadering. Ze nam al jong de beslissing haar vader niet te veroordelen, om de diepgelovige kluizenaar als haar ‘papa’ te kunnen blijven zien. Het zo lang mogelijk uitstellen van een oordeel over anderen vormt nog altijd de rode draad in haar theaterwerk.

In 2004 maakte ze een jongerenvoorstelling over hoe mensen liefdevolle predikers te vaak wegzetten als zonderlinge types. Ter voorbereiding nam ze haar spelers mee naar haar vader. Omdat hij zijn hutje-zonder-voorzieningen niet verliet, zat hij nooit in haar publiek. Was hij even naar de gemeenschappelijke groentetuin of naar sanitair aan de overkant, hing hij het door zoon Jesse getimmerde bordje op, met de tekst ‘Ik ben zo terug’.

3x Jozef van den Berg

‘De grootste, moeilijkste afstand die een mens kan afleggen, is in feite de kleinste, zo’n 20 à 30 cm: van zijn hoofd naar het hart. Om die te overbruggen moet je loslaten, jezelf overgeven.’

Stellig zijn vindt hij lastig: ‘Geloof is precair.’ Francis Jonckheere beschrijft hem in zijn biografie als ‘nooit opdringerig, niet aandringend, maar teder, voorzichtig, zorgvuldig zijn woorden zoekend’. Een heldere zoeker, aldus dochter Lotte.

Student journalistiek Albertine Piels maakte over hem een prijswinnende documentaire (2002): ‘Hij was blij voor mij maar die prijs deed hem niets. (...) Hij leefde van giften. Met kaarsen was hij altijd blij. In zijn hutje zonder elektriciteit brandde er bijna altijd eentje.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next