Home

Marathon als secondespel: het doorbreken van barrières of sportieve zelfvernietiging scheelt een paar tellen

De marathon is een ­secondenspel. Niet aan de eindstreep, waar het meestal op minuten aankomt, maar wel ­onderweg. Lopers ­balanceren op een uitermate dunne tijdslijn: een paar tellen sneller per kilometer kan het verschil betekenen tussen het doorbreken van barrières of sportieve zelfvernietiging.

Khalid Choukoud weet welke opdracht hij zondag tijdens de marathon van Amsterdam heeft. Hij moet één tempo aanhouden, lopen als een metronoom: 3 minuten en 2 seconden per kilometer. Niet meer, ook niet minder. Dat zal hem leiden naar een eindtijd van 2.08.10, de limiet voor de Olympische Spelen van volgend jaar in Parijs.

Zo snel liep de ervaren 37-jarige Choukoud, die als kind vanuit Marokko naar Nederland kwam, nog niet eerder op de marathon. In 2021 kon hij nog van start op de olympische marathon dankzij een tijd van 2.09.55. Maar de eisen zijn, onder meer vanwege het steeds inventievere schoeisel, aangescherpt.

Afgezet tegen zijn persoonlijke ­record van 2.09.34, vorig jaar in ­Amsterdam behaald, zal hij 2 seconden per kilometer op zichzelf moeten winnen. Dat is niet onmogelijk, denkt hij. ‘Maar dan moet alles meezitten. De hazen, de vorm van de dag, de omstandigheden en het parcours: alles moet kloppen.’

Over de auteur

Erik van Lakerveld schrijft sinds 2016 over olympische sporten als schaatsen, atletiek en roeien.

Anne Luijten heeft hetzelfde doel: de olympische limiet, die voor vrouwen op 2.26.50 is gesteld. Ze is niet de enige Nederlandse die dit weekend mikt op die tijd, want ook Jill Holterman richt zich op die 2.26.50. Nienke Brinkman meldde zich met een kuitblessure af. Sifan Hassan weet na haar zeges in Londen en Chicago al zeker dat ze in Parijs mag starten.

Tot dit voorjaar had Luijten nooit aan de Spelen durven denken. De 29-jarige was een subtopper op de langere afstanden op de baan en debuteerde vorig jaar op de marathon in een respectabele 2.36.34. Afgelopen voorjaar verbeterde ze zichzelf in Rotterdam tot haar eigen verrassing zelfs tot 2.30.59. Dat was zo’n grote hap, dat de olympische kwalificatietijd plots tot de mogelijkheden leek te behoren. ‘Ik liep beide keren harder dan ik had verwacht. Ik weet niet waar mijn plafond ligt.’

Dus deed Luijten er het afgelopen half jaar in haar trainingen een schepje bovenop. Meer kilometers, intensiever en een hoger tempo. Ze kan het goed vergelijken met haar voorbereidingen op haar vorige twee marathons. Afgezet tegen de laatste, is haar marathontempo nu ongeveer 6 seconden per kilometer sneller. Dat is precies wat ze nodig heeft om voldoende van haar persoonlijk record af te schaven.

6 seconden. Het klinkt niet eens veel sneller. ‘Daar kijk ik anders tegenaan’, zegt Luijten lachend. Hoewel ze hoopt dat het haar makkelijk af zal gaan, weet ze hoe verraderlijk het lopen van 42.195 meter is. ‘In het begin gaat het ontspannen, heel lekker. Dan kun je nog van de omgeving genieten, maar op een gegeven moment komt de klap en wordt het pijn lijden. Hopelijk gebeurt dat zo laat mogelijk.’

Zelfs voor Choukoud, die maar 2 seconden te overbruggen heeft, zal het penibel worden. Hij weet dat een paar tellen te vlot vertrekken ervoor kan zorgen dat die gevreesde klap veel eerder komt. En dat de kans sowieso groot is dat het mislukt. ‘Ik durf dat risico te nemen. Ik ga die uitdaging aan.’

Internationaal tellen Choukoud en Luijten niet echt mee. Met bewondering kijken ze naar de snelheid die de wereldrecordhouders ontwikkelen. Nationaal marathonkampioen Luijten heeft geen idee hoelang ze met wereldrecordhouder Tigist Assefa op zou kunnen lopen. ‘5 of 10 kilometer?’

De Ethiopische Assefa scherpte eind september in Berlijn het wereldrecord bij de vrouwen aan met meer dan 2 minuten, tot 2.11.53. Assefa koerste dus op 3 minuten en 7 seconden per kilometer. ‘Zelfs veel mannen komen daar niet onder. Dat is niet voor te stellen’, zegt Luijten. Zij mikt op een kruissnelheid van 3 minuten en 28 seconden. ‘Ik ben alleen bezig om mezelf te verbeteren.’

Kleiner is het gat voor Choukoud ten opzichte van Kelvin Kiptums wereldrecordrace van vorig weekend in Chicago. Dat ging in 2.51 minuten per kilometer. Hoe ver zou Choukoud op dat tempo komen? ‘Als ik goed ben en een vlak parcours heb, dan kan ik 17 of 18 kilometer volmaken.’

Waar Choukoud onderweg tempowisselingen vermijdt, dankte Kiptum zijn tijd van 2.00.35 aan een stevige versnelling na 30 kilometer. Hij zette door tot aan de finish met een gemiddelde kilometertijd van 2.47 minuten. Wie zoveel harder kan in de tweede helft van een marathon, heeft een betere eindtijd in huis, meent Choukoud.

Oud-wereldrecordhouder Eliud Kipchoge dook in 2019 onder de grens van twee uur, in een speciaal voor hem georganiseerde marathon waar hij uit de wind werd gehouden en telkens over uitgeruste tempomakers kon beschikken. Dat was geen reglementaire aanpak.

Kiptum zou de eerste kunnen zijn die de grens van twee uur in een officiële wedstrijd weet te slechten. De ­Keniaan hoeft maar iets minder dan 1 seconde per kilometer van zijn tempo af te schaven. Choukoud: ‘Als je de laatste 10 kilometer in Chicago ziet, dan moet het hem in deze vorm lukken om onder de twee uur te komen.’

Daarmee is het secondenspel van Kiptum misschien wel simpeler dan de strijd die Choukoud en Luijten te leveren hebben voor een olympisch ticket.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next