‘Sinds een jaar woon ik in de Provence. Verhuizen naar een ander land binnen Europa kan vanzelfsprekend zijn, wanneer je een leeftijd hebt bereikt waarop je niet langer afhankelijk bent van gezinsleden en werk. Ik was er een aantal keer op vakantie geweest, mijn kinderen zijn volwassen, er was niets wat mij langer in Nederland hield. Ik heb alleen mijn hond, een geweldige kameraad die mij gewillig volgt waar ik maar ga. Het land achter mijn grote huis dat uitkijkt over glooiende hellingen en groene bossen telt meerdere hectaren. Ik had al eens her en der gevraagd of iemand een tuinman voor me wist en een paar namen opgeschreven, maar – een beetje tegen mijn gewoonte in – nog geen actie ondernomen.
Op een van mijn wandelingen door de omgeving ontmoette ik een vriendelijke dorpsgenoot. Hij was van mijn leeftijd, had ook een hond, we liepen een eindje samen op toen ik vroeg wat hij deed. Ik ben tuinman, antwoordde hij. En ja, natuurlijk wilde hij me helpen, en zeker had hij tijd. We maakten een afspraak, hij kwam in alle vroegte, kapte bomen, maaide het gras, en samen reden we naar het tuincentrum en kochten nieuwe planten. Als er al sprake was van een zekere intimiteit tijdens die rit, dan niet van erotiek; het hele gebeuren deed denken aan de dingen die stellen doen die elkaar heel lang kennen. Zelfs de gesprekken die we voerden – naast elkaar, beiden voor ons uitkijkend – leken de gesprekken van twee mensen die elkaar niet hoefden te ondervragen om elkaar te leren kennen. Hij vertelde over zijn dochter, we hadden het over de werkzaamheden die gepland stonden voor mijn tuin, ik vertelde over mijn besluit om hier te gaan wonen, dat ik graag alleen wilde zijn. Ik hoefde geen partner, had nog nooit online gedatet. Ik was de afgelopen jaren nooit een man tegengekomen die ik de moeite waard vond en had daar meer dan vrede mee.
Hij snapte dat. Hij leek op me. Ik merkte dat hij net als ik veel vrienden had, maar graag alleen werkte. Hij was hoogopgeleid, maar had ervoor gekozen tuinman te worden omdat hij dan altijd buiten is. Aan het einde van die eerste dag had ik een afspraak elders. Ik zei tegen hem: doe de deur maar achter je dicht als je klaar bent, dan zien we elkaar de volgende keer. Toen ik thuiskwam vond ik een kleine aantekening in mijn openliggende agenda. Bij de datum van die dag had hij geschreven: à très bientôt (Bedankt, tot ziens). Beetje vreemd vond ik dat, wie schrijft er nu in de agenda van een ander? Maar het raakte me ook, ik dacht: het zal wel een Franse gewoonte zijn, dit soort persoonlijke confidenties van een werknemer, en het was niet de eerste keer dat een man belangstelling toonde in mij als vrouw alleen.
De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties.
We spraken nog eens af en nog eens en telkens herhaalden zich de bezigheden op het land, we werkten soms zij aan zij, soms hij buiten en ik binnen. We hadden gesprekjes over planten, ik vroeg hem de volgende keer zijn boormachine mee te nemen, die leende ik, we droegen spijkerbroek en T-shirt, hadden elkaar zo duidelijk niet nodig en daarom des te meer. Ik had al jaren geen verkering meer gehad, vrienden waren lang geleden opgehouden met koppelen, maar nu werd ik na twee ontmoetingen verliefd. Ik werd nerveus bij het vooruitzicht dat ik hem weer zou zien, ik dacht de hele dag aan de tuinman. Er wordt gezegd dat hij een knappe man is, maar dat zie ik niet. Hij heeft charmante krullen maar geen fraai gebit. Het waren zijn zachtaardigheid, zijn gevoeligheid voor de omgeving, het landschap waarmee hij zo vergroeid is, de plek waar ik ben komen wonen en waar hij zijn dochter liefheeft en al dertig jaar een vermoeiend slecht huwelijk heeft, waar hij net als ik motorrijdt en de hond uitlaat, die me deden inzien dat hij het was.
Niet hij op wie ik gewacht had, niet hij op wie ik gehoopt had, maar hij. Ik schreef hem een bericht. ‘Ik wil je graag iets zeggen.’ Hij antwoordde dat hij naar me toe wilde komen, maar ik was op dat moment met anderen en voor wat ik hem wilde zeggen, moest ik alleen zijn. Ik ontving hem later die middag buiten op het terras, want naast elkaar op de bank leek me te plechtig, zoveel had ik immers niet te zeggen, alleen dat ik verliefd was. Van tevoren had ik de Franse vertaling opgezocht, amoureuse, mijn droge mond plooide zich er met moeite omheen, en toch leek dit woord makkelijker uit te spreken dan het Nederlandse equivalent, nieuw als het was en minder beladen.
Hij antwoordde: Ik ben erg geraakt, maar ik ben niet vrij. Dat weet ik, antwoordde ik, ik wilde je het alleen maar zeggen, ik liep hier al een paar dagen mee rond. Mag ik je omhelzen? Ook van dat woord had ik de vertaling voor de zekerheid geleerd. Toen zoenden we. Een tedere zoen die zoveel meer was dan een kus, vastberaden, liefdevol. ‘Vannacht zal ik heel slecht slapen,’ zei hij vlak voor hij vertrok. ‘Maar zondagochtend gaan we met de honden wandelen en praten we verder.’ Die zondag was hij er al om half 8. En hoewel we tijdens het lopen nauwelijks over ons hebben gesproken, was meteen duidelijk dat hij een besluit had genomen. De manier waarop hij me omhelsde liet daarover geen twijfel bestaan. Ik was het laatste zetje dat hij nodig had een einde aan zijn huwelijk te maken. We zien elkaar dagelijks. Hij plukt een bloem aan de rand van het hek en geeft die me, laatst kreeg ik een klein vaasje met een hartje erin en ik begrijp steeds meer van zijn woordgrapjes.
Een keer ging ik mee naar zijn garage. Er was iets met zijn auto. Met zijn handen in zijn zakken, wijdbeens, begon hij te overleggen met een van die monteurs daar en informeerde en passant naar diens vakantie. Zijn geaard zijn ontroerde me. Hij was ooit nationaal bokskampioen en doet boodschappen voor de buurvrouw en houdt van mij. Ik kan wel huilen.’
Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Tress gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.
Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.
Meedoen? Mail een korte toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden