Van de vele mythen die de ronde doen over de kabinetten-Rutte, zijn die over de studieschuld misschien wel de meest halsstarrige. Toen deze week bekend werd dat de rente op studieleningen gaat vervijfvoudigen (naar 2,56 procent) werd overal, van sociale media tot bij de NOS en het AD, door (ex-)studenten uit de overlevering geput: ons was bij de invoering van het leenstelsel 0 procent beloofd, én er was gezegd dat de studieschuld geen invloed zou hebben op onze hypotheek.
Nou, nee. Vorig jaar stuurde de huidige minister van Onderwijs Robbert Dijkgraaf al een brief aan de Tweede Kamer waarin hij die twee grote mythen doorprikt − ellenlange brief, kennelijk door niemand gelezen. Het was geinig geweest om iets anders uit de archieven te trekken, maar helaas: 0 procent is nooit beloofd. Wél benadrukte Dijkgraafs voorganger Jet Bussemaker toentertijd telkens dat een studieschuld een supersympathieke lening is, en zwoer ze op haar eerstgeborene dat die geen BKR-registratie zou opleveren (wat niet precies hetzelfde is als dat-ie niet meeweegt bij je hypotheek).
Rutte II vond juist dat de studieschuld wél moest meewegen bij een hypotheek, om overkreditering te voorkomen, maar níét geregistreerd moest worden. Een BKR-registratie zou de leenangst vergroten, en dat moest niet. Toch vreemd: als je ervan uitgaat dat niemand zal jokken over zijn studieschuld bij het kopen van een huis, zou zo’n BKR-registratie niet meer dan een formaliteit zijn. En omdat tieners doorgaans niet bovenmatig geboeid zijn door de finesses van hun financiële toekomst, hoorden zij: geen BKR = geen probleem.
Met de kennis over de studieschuld was het sowieso beroerd gesteld: zo wist volgens Nibud maar 1 op 3 studenten dat de rente op studieschuld meteen loopt. Het kabinet zei dan ook het ‘financieel bewustzijn van studenten’ te gaan vergroten. Oké, hoe dan? Een semi-BN’er met een BKR-rap misschien? Nou, om te beginnen doopte Bussemaker de studielening om in het aaibare ‘studievoorschot’. Ook vreemd: een voorschot neem je op iets dat je later gaat krijgen, terwijl studenten juist minder kregen en méér moesten lenen. Van studenten werd verwacht dat ze de kleine lettertjes opzochten en die heel letterlijk namen, terwijl ook werd verwacht dat ze ‘voorschot’ figuurlijk zouden opvatten.
Deze week reageerde een woordvoerder van studiefinancierder Duo verbaasd op de commotie die met name onder studenten van (nog zo’n eufemisme) de pechgeneratie 2015-2023 is ontstaan. Een juridisch adviesbureau maakte bekend de staat voor de rechter te willen slepen vanwege hun halfbakken informatievoorziening. ‘We hebben niet in your face geroepen: weet wat je leent’, zei de Duo-woordvoerder, ‘maar een lening is nooit gratis, dus deze ook niet.’ Maar waarom zou je eigenlijk níét tegen 18-, 19-jarigen roepen: weet wat je leent, als bekend is dat ze er de ballen verstand van hebben? Zoals op sigarettenpakjes beelden te zien zijn van mensen zonder strottenhoofd, zouden op de Duo-website beelden moeten staan van 32-jarigen die met een gestaalde glimlach hospiteren bij een studentenhuis.
Klopte het, vroeg een student deze week op X aan Duo, dat als je zelfmoord pleegt, je studieschuld wordt kwijtgescholden? Klopt, schreef Duo terug. En klopte het, vroeg een ander, dat je bij een schuld van 35 duizend euro straks zo’n 17 duizend euro méér rente gaat betalen? Klopt, zei Duo.
Het leenstelsel heeft de kansenongelijkheid niet verkleind maar vergroot, van dat miljard dat zou worden geïnvesteerd in onderwijs is niks terechtgekomen, de belofte van de BKR-registratie is bijna verbroken, en o ja, de gemiddelde huizenprijs steeg sinds 2014 met een kleine twee ton. Een zuchtje zelfreflectie en mededogen ten aanzien van de genaaide generatie zou het ministerie en DUO sieren. Naar de letter is hun vast bar weinig beloofd, maar we weten nog wat de toon van de muziek was.
Over de auteur
Emma Curvers is mediaverslaggever en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.